De conjunctuur zal haar rol te spelen hebben maar dat wil niet zeggen dat er geen verbetering zal zijn: in de hypothese van een verbetering van de marktvoorwaarden, heeft ING haar bandbreedte voor prijsgroei voor 2013 verkleind naar [1,5%-3%], wat hoger zou moeten zijn dan de inflatie (naar verwachting 1,4%).

2013 zal dus een gematigde dynamiek kennen na twee zwakkere jaren, die wellicht het einde van een gouden vastgoedtijdperk inluidden.

Een inkrimping van het krediet valt niet te vrezen: enkel zijn groeitempo zal vertragen. De Belgen hebben ook steeds meer schulden.

Deze schuldenlast is een van de factoren die aan de basis liggen van de stijging van de prijs-inkomensverhoudingen.

Voor een huis in Brussel moeten we het inkomen van bijna 14 jaar neertellen en voor een appartement in Limburg dat van bijna 7 jaar.

Een stijging van de schuldenlast die meer overeenstemt met de economische fundamentele factoren is dus wenselijk: ook al beschikt België (in termen van BBP) over de meeste spaargelden in Europa, deze zijn niet voldoende goed verdeeld opdat de verhouding tussen de hypotheekschuld en het BBP bestendig zou afwijken van het Europese gemiddelde zonder gevaar voor de financiële stabiliteit.

Ten slotte dreigt vanaf 2014 de kost van de schuldenlast toe te nemen, wat het hefboomeffect voor de gezinnen al snel zal doen verdwijnen.

Deze daling van de leencapaciteit zal niet volledig kunnen worden gecompenseerd door de inbreng van spaargeld en de fiscaliteit zal wellicht ook een negatieve weerslag hebben.

ING verwacht dus nog steeds dat er zich na 2014 een correctie zal voordien (waarbij ING 0% prijstoename verwacht).

De conjunctuur zal haar rol te spelen hebben maar dat wil niet zeggen dat er geen verbetering zal zijn: in de hypothese van een verbetering van de marktvoorwaarden, heeft ING haar bandbreedte voor prijsgroei voor 2013 verkleind naar [1,5%-3%], wat hoger zou moeten zijn dan de inflatie (naar verwachting 1,4%). 2013 zal dus een gematigde dynamiek kennen na twee zwakkere jaren, die wellicht het einde van een gouden vastgoedtijdperk inluidden. Een inkrimping van het krediet valt niet te vrezen: enkel zijn groeitempo zal vertragen. De Belgen hebben ook steeds meer schulden. Deze schuldenlast is een van de factoren die aan de basis liggen van de stijging van de prijs-inkomensverhoudingen. Voor een huis in Brussel moeten we het inkomen van bijna 14 jaar neertellen en voor een appartement in Limburg dat van bijna 7 jaar. Een stijging van de schuldenlast die meer overeenstemt met de economische fundamentele factoren is dus wenselijk: ook al beschikt België (in termen van BBP) over de meeste spaargelden in Europa, deze zijn niet voldoende goed verdeeld opdat de verhouding tussen de hypotheekschuld en het BBP bestendig zou afwijken van het Europese gemiddelde zonder gevaar voor de financiële stabiliteit. Ten slotte dreigt vanaf 2014 de kost van de schuldenlast toe te nemen, wat het hefboomeffect voor de gezinnen al snel zal doen verdwijnen. Deze daling van de leencapaciteit zal niet volledig kunnen worden gecompenseerd door de inbreng van spaargeld en de fiscaliteit zal wellicht ook een negatieve weerslag hebben. ING verwacht dus nog steeds dat er zich na 2014 een correctie zal voordien (waarbij ING 0% prijstoename verwacht).