In ons land maakt de belasting op arbeid 54% uit van de totale fiscale ontvangsten, tegenover 48% in de EMU.

Voor de belasting op consumptie is dat met respectievelijk 25% (België) en 32% (EMU) omgekeerd. De overheidsuitgaven die investeringen, onderwijs, alsook een actief arbeidsmarktbeleid financieren zijn het meest productief.

Voor zover die middelen efficiënt worden ingezet, dragen zij bij tot de vorming van fysiek en menselijk kapitaal, schragen zij de technologische vooruitgang en verbeteren zij de inzetbaarheid van de beschikbare arbeidskrachten.

Inzake onderwijs en het actieve arbeidsmarktbeleid scoort ons land qua inzet van middelen goed vergeleken met de EMU. De kwaliteit van het onderwijs is dan ook hoog, al is inzake de aansluiting ervan op de arbeidsmarkt en de scholing van allochtone jongeren nog vooruitgang te boeken.

Beperkte Belgische overheidsinvesteringen vormen probleem

Ook inzake de inschakeling van niet-actieven op de arbeidsmarkt zorgt de grote versnippering inzake banenplannen niet altijd voor een voldoende efficiënte inzet van de relatief grote middelen. Problematisch is vooral de beperkte omvang van de Belgische overheidsinvesteringen.

Begin jaren 80 bedroeg de publieke investeringsquote nog 4,5% van het bbp, vergelijkbaar met het gemiddelde in Europa. Nadien nam zij af tot 1,6% van het bbp sinds 2005.

Na Oostenrijk is dat het laagste cijfer in de EMU. Het verbaast dan ook niet dat België in de rangschikking van het World Economic Forum qua publieke infrastructuur achteruit boert.

Ook de overheidsinvesteringen specifiek voor O&O liggen met 0,2% van het bbp beneden de 0,3% in de EMU. Het risico bestaat dat bij verdere saneringen investeringen een makkelijk slachtoffer zijn.

Tegen het schrappen of uitstellen ervan komen doorgaans minder lobbygroepen in het geweer dan tegen ingrepen in consumptieve of sociale overheidsuitgaven.

De overheid zou vandaag net meer moeten investeringen in O&O, slimme mobiliteit, schoolgebouwen, e.d. Gezien de uitgavenbeperking vereist dat wel een heroriëntatie van de middelenbesteding.