Die spaarvorm is volgens Bart Van Craeynest, hoofdeconoom Petercam, makkelijk toegankelijk voor iedereen (onafhankelijk van de professionele situatie), en heeft de voorbije jaren haar kracht bewezen.

Sinds hun oprichting in 1988 ligt het gemiddelde jaarlijkse rendement van de Belgische pensioenspaarfondsen op 6,4%, de voorbije tien jaar was dat 6,2%.

Tegen die achtergrond zou het zinvol zijn om de fiscale ondersteuning van het spaarboekje te verschuiven naar het pensioensparen.

De economische rationale voor het fiscale voordeel voor spaarboekjes ligt in het bevorderen van het sparen.

Door de extreem lage rente, waar trouwens de komende jaren weinig verandering in zal komen, is het spaarboekje daarvoor niet meer het aangewezen instrument.

De huidige rente is immers te laag om de inflatie te compenseren, wat voor sparen toch een minimale vereiste zou moeten zijn.

Sowieso impliceert de vaststelling dat er te veel geld op de spaarboekjes staat, dat het nog weinig zin heeft om die spaarvorm fiscaal aan te moedigen. Daartegenover staat dat het pensioensparen, een echte vorm van langetermijnsparen, in ons land beperkt blijft.

Bovendien impliceert de jaarlijkse meeropbrengst op het pensioensparen in vergelijking met het spaarboekje op een lange

beleggingshorizon een gigantisch verschil in het uiteindelijk gespaarde bedrag.

De verschuiving van het fiscale voordeel van het spaarboekje naar het pensioensparen is dan ook een voor de hand liggende maatregel, die de overheid bovendien niets kost.

Die spaarvorm is volgens Bart Van Craeynest, hoofdeconoom Petercam, makkelijk toegankelijk voor iedereen (onafhankelijk van de professionele situatie), en heeft de voorbije jaren haar kracht bewezen. Sinds hun oprichting in 1988 ligt het gemiddelde jaarlijkse rendement van de Belgische pensioenspaarfondsen op 6,4%, de voorbije tien jaar was dat 6,2%. Tegen die achtergrond zou het zinvol zijn om de fiscale ondersteuning van het spaarboekje te verschuiven naar het pensioensparen. De economische rationale voor het fiscale voordeel voor spaarboekjes ligt in het bevorderen van het sparen. Door de extreem lage rente, waar trouwens de komende jaren weinig verandering in zal komen, is het spaarboekje daarvoor niet meer het aangewezen instrument. De huidige rente is immers te laag om de inflatie te compenseren, wat voor sparen toch een minimale vereiste zou moeten zijn. Sowieso impliceert de vaststelling dat er te veel geld op de spaarboekjes staat, dat het nog weinig zin heeft om die spaarvorm fiscaal aan te moedigen. Daartegenover staat dat het pensioensparen, een echte vorm van langetermijnsparen, in ons land beperkt blijft. Bovendien impliceert de jaarlijkse meeropbrengst op het pensioensparen in vergelijking met het spaarboekje op een lange beleggingshorizon een gigantisch verschil in het uiteindelijk gespaarde bedrag. De verschuiving van het fiscale voordeel van het spaarboekje naar het pensioensparen is dan ook een voor de hand liggende maatregel, die de overheid bovendien niets kost.