Er staat bijna 300 miljard euro op Belgische spaarboekjes. Nochtans hebben die twee grote nadelen: ze brengen niet op en de spaarder heeft geen idee wat de banken met het geld doen. Groene, sociale of duurzame obligaties kunnen een alternatief bieden.
...

Er staat bijna 300 miljard euro op Belgische spaarboekjes. Nochtans hebben die twee grote nadelen: ze brengen niet op en de spaarder heeft geen idee wat de banken met het geld doen. Groene, sociale of duurzame obligaties kunnen een alternatief bieden.De Europese Investeringsbank (EIB) gaf in 2007 met haar Climate Awareness Bond het startschot voor een nieuwe niche in de obligatiemarkten. Met die eerste groene obligatie wilde de bank twee doelen dienen: geld lenen bij het grote publiek om de vergroening van de Europese economie te financieren, en de obligatiehouders zicht geven op wat er met hun geld gebeurt. In vijftien jaar hebben beleggers meer dan 2.000 miljard euro in groene obligaties gepompt. Wereldwijd is naar schatting 120.000 miljard euro geïnvesteerd in obligaties. We spreken dus over minder dan 2 procent van het totaal, maar het is een groeiende niche. Bijna twee op drie groene obligaties worden uitgegeven door overheden of semi-overheidsinstellingen. Ook België is sinds 2018 actief op die markt. In totaal heeft de federale overheid ruim 15 miljard euro opgehaald met groene obligaties, op de totale overheidsschuld van 476 miljard euro. Het grootste deel wordt geïnvesteerd in de Belgische spoorwegen. Behalve groene obligaties zijn er nu ook sociale of duurzame obligaties. "Groene obligaties dienen voor projecten met een positieve impact op het klimaat of het milieu, zoals openbaar vervoer of hernieuwbare energie", weet Guy Janssens, hoofd Sustainable and Responsible Investments (SRI) bij BNP Paribas Fortis Private Banking. "Bij sociale obligaties gaat het geld naar projecten met een maatschappelijke impact, zoals betaalbare huisvesting, werkgelegenheid en onderwijs. Bij duurzaamheidsobligaties is er een mix van groene en sociale doelstellingen, zoals de modernisering en de vergroening van de infrastructuur voor onderwijs of gezondheidszorg." De Vlaamse overheid leende in november 2018 een half miljard euro met zo'n duurzaamheidsobligatie. De International Capital Market Association (ICMA) heeft er standaarden voor uitgewerkt. Zo moet er een framework zijn, waarin duidelijk staat voor welke categorieën het geld van de obligaties kan dienen. Zo weet iedereen dat het Belgische Agentschap van de Schuld 85 procent van het geld zal toewijzen aan schoon vervoer. De emittent moet ook rapporteren over de impact van de investeringen. Een onafhankelijk agentschap zoals Sustainalytics moet oordelen of de emittent voldoende transparant is en zijn beloftes nakomt. Bedrijven kunnen duurzaamheidsdoelstellingen koppelen aan obligaties. Als een doelstelling niet gehaald wordt, zoals het terugdringen van de CO2-uitstoot met een bepaald percentage, betaalt het bedrijf een toeslag op de jaarlijkse rente of een boete op de vervaldag van de obligatie. In 2022 verkochten Belgische spelers voor iets meer dan 7 miljard euro groene obligaties, volgens de dataleverancier Bloomberg. Argenta Spaarbank gaf voor 1,2 miljard euro groene obligaties uit. Daarnaast trokken verschillende vastgoedontwikkelaars naar de markt om een groen project te financieren - Atenor, Immobel, MG Real Estate en VGP - én Intervest Offices & Warehouses, een gereglementeerde vastgoedvennootschap die kantoren en magazijnen verhuurt. In totaal staat de teller sinds 2015 op 25,8 miljard euro aan Belgische groene bedrijfs- en overheidsobligaties. Het waterzuiveringsbedrijf Aquafin was in september 2015 de eerste. In ons land haalden vooral overheden, banken en vastgoedbedrijven geld op met groene obligaties. Doorgaans kunnen enkel grote beleggers die obligaties bij de uitgifte kopen. Kleine beleggers kunnen ze achteraf aanschaffen, via de beurs. Ze betalen bij aankoop 0,12 procent taks op beursverrichtingen en op de rente 30 procent roerende voorheffing. Wie het belangrijk vindt dat zijn geld gebruikt wordt voor de transitie naar een meer duurzame economie, kan dus een groene obligatie van de Belgische staat te kopen, in plaats van de staatsbon die bij de recente uitgifte 48,5 miljoen euro van kleine beleggers aan wist te trekken. Of de groene obligatie van KBC, die bijvoorbeeld dient voor energieleningen aan gezinnen, waarbij minstens de helft van het geld in energie-efficiëntie wordt geïnvesteerd. De Belgische banken gebruiken het geld op de spaarrekeningen bijvoorbeeld ook om hypotheekleningen te verstrekken aan gezinnen, maar zonder die groene voorwaarden. Volgens Guy Janssens zal de vraag naar groene, sociale en duurzame obligaties nog sterk stijgen. "Er zijn nieuwe Europese richtlijnen die banken verplichten hun klanten vragen over duurzaamheid voor te leggen. Als de klanten daarnaar vragen, moeten de banken ervoor zorgen dat een bepaald percentage van de beleggingen die ze voor die klanten doen groen zijn. Voor aandelen is er een ruim aanbod aan duurzame beleggingsfondsen. Voor obligaties is dat aanbod veel kleiner." Dat gat in de markt is ook bij de aanbieders van beleggingsproducten niet onopgemerkt gebleven. Het ene na het andere groene-obligatiefonds wordt opgericht. In theorie kan zelfs het meest vervuilende bedrijf ter wereld groene obligaties uitgeven om een project te financieren, bijvoorbeeld om afvalwater te zuiveren of windmolens te bouwen. Beleggers die extra zekerheid willen inbouwen over de groene bestemming van hun geld, kunnen op de website van Towards Sustainability zoeken op de term green bond. Alle beleggingsfondsen die verschijnen in de zoekresultaten hanteren bijkomende duurzaamheidscriteria bij de selectie. BNP Paribas Funds Green Bonds is bijvoorbeeld een fonds uit dat lijstje. Het geld dat spaarders op een spaarboekje zetten, boet jaar na jaar stevig in aan koopkracht. Ook groene obligaties brengen niet bijzonder veel op, maar wel meer dan spaarboekjes. "Vooral overheden hebben de afgelopen jaren groene obligaties uitgegeven met een heel lange looptijd in een periode van lage intrestvoeten", stelt Guy Janssens. Hij heeft een lijst met groene obligaties in euro, die kleine beleggers vandaag kunnen kopen op de markt. Het gemiddelde rendement bedraagt bijna 3 procent, als beleggers ze tot de vervaldag bijhouden. De emittenten zijn overheden van Hongarije tot Frankrijk, en bedrijven van de Italiaanse producent van hernieuwbare energie Voltalia tot het Duitse nutsbedrijf E.ON.