Het Belgische pensioenstelsel steunt vooral op de eerste pijler, het wettelijk pensioen, en dat is in internationaal perspectief vrij laag.

Op een hele reeks indicatoren over de financiële situatie van gepensioneerden scoort België gevoelig slechter dan de buurlanden en de rest van de eurozone.

Het armoederisico voor ouderen ligt in ons land dan ook duidelijk hoger. Tegen de achtergrond van de zware belastingdruk valt die achterstand moeilijk te verantwoorden.

Gezien de vergrijzing, de precaire toestand van de overheidsfinanciën en de vrij magere middellange termijn groeiperspectieven wordt een belangrijke versteviging van de eerste pensioenpijler moeilijk haalbaar.

Een gemakkelijkere weg ligt allicht in de uitbreiding van de tweede en derde pensioenpijler.

De financiering van het Belgische pensioenstelsel is vooral gebaseerd op repartitie, waarbij de huidige werkenden de huidige pensioenen financieren, en opmerkelijk weinig op kapitalisatie, waarbij vandaag gespaard wordt voor de pensioenen van morgen.

Beide financieringsvormen houden specifieke risico's in: repartitie is kwetsbaar voor demografische verschuivingen (waar we de komende decennia onvermijdelijk mee geconfronteerd worden), terwijl kapitalisatie afhankelijk is van de schommelingen op de financiële markten.

Een evenwichtige risicospreiding lijkt dan ook aangewezen. In ons pensioenstelsel impliceert dat een verschuiving naar wat meer kapitalisatie.

Daarnaast biedt kapitalisatie de mogelijkheid om in te spelen op economische groei in andere delen van de wereld, wat vooral

in de huidige context van quasi- stagnatie in Europa versus stevige groei in de groeilanden relevant is.

Er is dan ook ruimte voor een versterking van de kapitalisatiefinanciering binnen het Belgische pensioenstelsel.

Het Belgische pensioenstelsel steunt vooral op de eerste pijler, het wettelijk pensioen, en dat is in internationaal perspectief vrij laag. Op een hele reeks indicatoren over de financiële situatie van gepensioneerden scoort België gevoelig slechter dan de buurlanden en de rest van de eurozone. Het armoederisico voor ouderen ligt in ons land dan ook duidelijk hoger. Tegen de achtergrond van de zware belastingdruk valt die achterstand moeilijk te verantwoorden. Gezien de vergrijzing, de precaire toestand van de overheidsfinanciën en de vrij magere middellange termijn groeiperspectieven wordt een belangrijke versteviging van de eerste pensioenpijler moeilijk haalbaar. Een gemakkelijkere weg ligt allicht in de uitbreiding van de tweede en derde pensioenpijler. De financiering van het Belgische pensioenstelsel is vooral gebaseerd op repartitie, waarbij de huidige werkenden de huidige pensioenen financieren, en opmerkelijk weinig op kapitalisatie, waarbij vandaag gespaard wordt voor de pensioenen van morgen. Beide financieringsvormen houden specifieke risico's in: repartitie is kwetsbaar voor demografische verschuivingen (waar we de komende decennia onvermijdelijk mee geconfronteerd worden), terwijl kapitalisatie afhankelijk is van de schommelingen op de financiële markten. Een evenwichtige risicospreiding lijkt dan ook aangewezen. In ons pensioenstelsel impliceert dat een verschuiving naar wat meer kapitalisatie. Daarnaast biedt kapitalisatie de mogelijkheid om in te spelen op economische groei in andere delen van de wereld, wat vooral in de huidige context van quasi- stagnatie in Europa versus stevige groei in de groeilanden relevant is. Er is dan ook ruimte voor een versterking van de kapitalisatiefinanciering binnen het Belgische pensioenstelsel.