Het financiële vermogen van de Belgen bereikte in het eerste kwartaal van 2012 een historisch hoogtepunt van 966,3 miljard euro.

Met 206,9 miljard euro kredieten op hun passiva beschikken de Belgen over een netto financieel vermogen van 759,4 miljard euro, een cijfer dat het peil van vóór de crisis (juni 2007) voor de eerste keer overschrijdt.

Ten opzichte van het BBP blijft het vermogen echter lager dan vóór de crisis, behalve als men rekening houdt met het vastgoedvermogen.

De Belgen sparen ongeveer 20 miljard euro per jaar. Bovenop de 5 miljard euro die in het eerste kwartaal werd gespaard, komen er nog waarderingseffecten ten belope van zowat 20 miljard euro. De gunstige beursevolutie was de belangrijkste reden waarom het nettovermogen in het eerste kwartaal het peil van vóór de crisis kon overschrijden.

Ongeziene voorkeur voor risicoloze beleggingen

De crisis heeft voor een ongeziene voorkeur voor risicoloze beleggingen gezorgd. Die activa maken nu meer dan de helft van de portefeuille van de Belgen uit.

De deposito-boekjes vertegenwoordigen vandaag 290 miljard of 30% van de activa van de gezinnen als men het chartaal geld bijtelt.

Andere, minder risicovolle, activa (pensioenfondsen en levensverzekeringen) waren ook in trek: ze namen met 51,5 miljard euro toe, tot 230 miljard euro in maart.

Obligaties werden van hun kant vooral in de eerste fase van de crisis (vóór maart 2009) door de gezinnen verkozen. Sinds medio 2007 is de obligatieportefeuille echter met 17,7 miljard euro gestegen, namelijk tot 90 miljard in maart 2012.

Risicovolle activa werden massaal gemeden, vooral beveks waarvan het aandeel in de totaleportefeuille sinds juni 2007 van 17% naar 11% teruggelopen is.

Vandaag is er een herstel van de beleggingen in beursgenoteerde aandelen, maar de beveks blijven op de zijlijn ten voordele van risicoloze activa. De toestand zal vóór het einde van het jaar niet veranderen.

Het vermogen van de Belgen is vandaag minder risicovol, maar zijn groeipotentieel is bijgevolg zeer beperkt. Dit vermogen is echter een troef in de internationale financiële crisis, een troef die in Europa een uitzondering vormt.

Het financiële vermogen van de Belgen bereikte in het eerste kwartaal van 2012 een historisch hoogtepunt van 966,3 miljard euro. Met 206,9 miljard euro kredieten op hun passiva beschikken de Belgen over een netto financieel vermogen van 759,4 miljard euro, een cijfer dat het peil van vóór de crisis (juni 2007) voor de eerste keer overschrijdt. Ten opzichte van het BBP blijft het vermogen echter lager dan vóór de crisis, behalve als men rekening houdt met het vastgoedvermogen. De Belgen sparen ongeveer 20 miljard euro per jaar. Bovenop de 5 miljard euro die in het eerste kwartaal werd gespaard, komen er nog waarderingseffecten ten belope van zowat 20 miljard euro. De gunstige beursevolutie was de belangrijkste reden waarom het nettovermogen in het eerste kwartaal het peil van vóór de crisis kon overschrijden.Ongeziene voorkeur voor risicoloze beleggingen De crisis heeft voor een ongeziene voorkeur voor risicoloze beleggingen gezorgd. Die activa maken nu meer dan de helft van de portefeuille van de Belgen uit. De deposito-boekjes vertegenwoordigen vandaag 290 miljard of 30% van de activa van de gezinnen als men het chartaal geld bijtelt. Andere, minder risicovolle, activa (pensioenfondsen en levensverzekeringen) waren ook in trek: ze namen met 51,5 miljard euro toe, tot 230 miljard euro in maart. Obligaties werden van hun kant vooral in de eerste fase van de crisis (vóór maart 2009) door de gezinnen verkozen. Sinds medio 2007 is de obligatieportefeuille echter met 17,7 miljard euro gestegen, namelijk tot 90 miljard in maart 2012. Risicovolle activa werden massaal gemeden, vooral beveks waarvan het aandeel in de totaleportefeuille sinds juni 2007 van 17% naar 11% teruggelopen is. Vandaag is er een herstel van de beleggingen in beursgenoteerde aandelen, maar de beveks blijven op de zijlijn ten voordele van risicoloze activa. De toestand zal vóór het einde van het jaar niet veranderen. Het vermogen van de Belgen is vandaag minder risicovol, maar zijn groeipotentieel is bijgevolg zeer beperkt. Dit vermogen is echter een troef in de internationale financiële crisis, een troef die in Europa een uitzondering vormt.