Hierbij werden vijf vragen gesteld die peilen naar de kennis van de bevolking over rente-opbrengsten, inflatie, obligaties, hypotheken en het verband tussen risico en return. Gemiddeld gezien beantwoordde binnen de onderzochte landen ongeveer een op de drie minstens vier van de vijf vragen juist.

Europeanen zijn over het algemeen goed ingelicht

De Europese bevolking kan zich over het algemeen een goed beeld vormen van de interestopbrengsten op een spaarrekening (79% juiste antwoorden) en van het effect van inflatie op de koopkracht (75% juiste antwoorden).

Het feit dat obligatiekoersen dalen, wanneer de rentevoeten stijgen, blijkt echter maar voor 25% van de bevolking duidelijk te zijn.

Het valt op dat de financiële kennis van de jongeren (18 tot 24 jaar) over het algemeen lager ligt (slechts 22% haalt minstens vier juiste antwoorden).

Andere interessante vaststelling is dat mannen gemiddeld beter scoren dan vrouwen (37% met minstens vier juiste antwoorden t.o.v. 25% bij de vrouwen).

Hierbij werden vijf vragen gesteld die peilen naar de kennis van de bevolking over rente-opbrengsten, inflatie, obligaties, hypotheken en het verband tussen risico en return. Gemiddeld gezien beantwoordde binnen de onderzochte landen ongeveer een op de drie minstens vier van de vijf vragen juist.Europeanen zijn over het algemeen goed ingelicht De Europese bevolking kan zich over het algemeen een goed beeld vormen van de interestopbrengsten op een spaarrekening (79% juiste antwoorden) en van het effect van inflatie op de koopkracht (75% juiste antwoorden). Het feit dat obligatiekoersen dalen, wanneer de rentevoeten stijgen, blijkt echter maar voor 25% van de bevolking duidelijk te zijn. Het valt op dat de financiële kennis van de jongeren (18 tot 24 jaar) over het algemeen lager ligt (slechts 22% haalt minstens vier juiste antwoorden). Andere interessante vaststelling is dat mannen gemiddeld beter scoren dan vrouwen (37% met minstens vier juiste antwoorden t.o.v. 25% bij de vrouwen).