We kunnen overal lezen dat duurzaam beleggen wereldwijd in opmars is. Dat heeft belangrijke consequenties voor beleggingen die minder duurzaam zijn, of toch zo worden gepercipieerd. De posities in het duurzame worden versterkt, die in het niet-duurzame afgebouwd. Zeker institutionele investeerders doen dat, gestuwd door ESG-richtlijnen (Environment, Social en Governance).
...

We kunnen overal lezen dat duurzaam beleggen wereldwijd in opmars is. Dat heeft belangrijke consequenties voor beleggingen die minder duurzaam zijn, of toch zo worden gepercipieerd. De posities in het duurzame worden versterkt, die in het niet-duurzame afgebouwd. Zeker institutionele investeerders doen dat, gestuwd door ESG-richtlijnen (Environment, Social en Governance).Olie is geen duurzame energiebron en in investeringskringen dan ook geen populaire beleggingssector meer. Nu is ook het laatste aantrekkelijke element, de hoge dividenden, verdwenen door de coronapandemie, die de wereldeconomie enige tijd deed stilstaan en het olieverbruik dramatisch verminderde. Een vat ruwe olie kostte in het tweede kwartaal gemiddeld nog geen 30 dollar, en dan weet de belegger dat de hele sector op zijn grondvesten zal daveren. De grote geïntegreerde energiegroepen konden niet rekenen op aardgas als buffer, want ook van die grondstof ging de prijs onderuit. Een illustratie van de malaise in de sector is Royal Dutch Shell.In tegenstelling tot de voorgaande jaren moest de oliegigant nu wel het dividend terugschroeven. Het ging met twee derde achteruit. Het tweede kwartaal was rampzalig voor de groep, die het eerste kwartaalverlies sinds 2005 opbiechtte. Een knieval in de vorm van een dividendverlaging was onvermijdelijk door de opgelopen schuldgraad. Die bedroeg halfweg het jaar 33 procent, beduidend boven de eigen doelstelling van 25 procent.Deze week kwam Shell opnieuw op een minder positieve manier in het nieuws. Het kondigde een nieuwe herstructurering aan, waarbij op termijn 9000 banen sneuvelen, zowat 10 procent van het personeelsbestand. Kostenbesparingen zijn in moeilijke tijden een noodzakelijke maar defensieve zet. Investeerders zijn op zoek naar een wervend verhaal. Topman Ben van Beurden geeft wel aan dat Royal Dutch Shell de ambitie heeft tegen 2050 CO2-neutraal te zijn, maar hij moest in één adem toegeven dat 85 procent van de emissies wel in de verkochte producten zit. Dat wordt dus een lange weg van transitie, en over dat pad zou de oliemajor snel wel wat concreter mogen worden.Investeerders vinden de weg duidelijk te lang. Ze stuurden het aandeel recentelijk terug naar de bodemniveaus van maart, niet ver boven 10 euro. Ver weg zijn de piekkoersen van 30 euro van het afgelopen decennium. Tegen de huidige olieprijs zijn de kasstromen wel weer positief, en bedraagt het dividendrendement ongeveer 6 procent bruto. Ook de waardering tegen 0,7 keer de boekwaarde geeft aan dat de markt wel heel pessimistisch is geworden over de toekomst van de oliegiganten in het algemeen en Royal Dutch Shell in het bijzonder.