De ING-beleggersbarometer zet een kleine stap terug in mei. Hoewel het vertrouwen bij de Nederlandstaligen hoger ligt dan bij de Franstaligen, suggereren de vakantieplannen een inhaalbeweging.

Het beursvertrouwen brokkelt wel lichtjes af, maar de interesse in weinig risicovolle beleggingen neemt eerder toe.

Na een forse hausse in april moest de ING-beleggersbarometer in mei een stap terugzetten. De barometer kwam uit op 118 punten, na 121 te hebben bereikt in april.

Hieruit blijkt dat de belegger nog steeds relatief optimistisch is, want een neutraal niveau bedraagt 100 punten.

Economisch zit het nog altijd snor, met 46% van de beleggers die een conjunctuurverbetering meldden in de voorbije maanden, terwijl amper 18% gewag maakte van een verslechtering. Wel blijft het beeld bevestigd dat de Nederlandstaligen het conjunctuurverloop positiever inschatten dan de Franstaligen.

Zo zijn er bij de Nederlandstaligen 54% optimisten, terwijl dit bij de Franstaligen om 32% gaat. Ook de verwachtingen gaan in dezelfde richting: waar 43% van de Nederlandstaligen de toekomst door een roze bril bekijkt, is maar 27% van de Franstaligen ervan overtuigd dat het conjunctuurplaatje verder zal verbeteren.

De ING-beleggersbarometer zet een kleine stap terug in mei. Hoewel het vertrouwen bij de Nederlandstaligen hoger ligt dan bij de Franstaligen, suggereren de vakantieplannen een inhaalbeweging. Het beursvertrouwen brokkelt wel lichtjes af, maar de interesse in weinig risicovolle beleggingen neemt eerder toe. Na een forse hausse in april moest de ING-beleggersbarometer in mei een stap terugzetten. De barometer kwam uit op 118 punten, na 121 te hebben bereikt in april. Hieruit blijkt dat de belegger nog steeds relatief optimistisch is, want een neutraal niveau bedraagt 100 punten. Economisch zit het nog altijd snor, met 46% van de beleggers die een conjunctuurverbetering meldden in de voorbije maanden, terwijl amper 18% gewag maakte van een verslechtering. Wel blijft het beeld bevestigd dat de Nederlandstaligen het conjunctuurverloop positiever inschatten dan de Franstaligen. Zo zijn er bij de Nederlandstaligen 54% optimisten, terwijl dit bij de Franstaligen om 32% gaat. Ook de verwachtingen gaan in dezelfde richting: waar 43% van de Nederlandstaligen de toekomst door een roze bril bekijkt, is maar 27% van de Franstaligen ervan overtuigd dat het conjunctuurplaatje verder zal verbeteren.