Terwijl de financiële markten in spanning afwachten hoe gevaarlijk de omikronvariant van het coronavirus zal zijn, concentreren de economen en de beleggers zich deze week wellicht vooral op het Amerikaanse inflatiecijfer. Al sinds het begin van de zomer ligt dat boven 5 procent op jaarbasis. Elke maand was er hoop dat het zou zakken, maar dat gebeurde niet. In oktober steeg de inflatie zelfs naar 6,2 procent. Voor november voorspellen de economen en de strategen een inflatie van 6,7 procent. Dat zou het hoogste cijfer zijn sinds 1982. Ook de kerninflatie (zonder energie en voeding) zou naar 5 procent springen (prognose 4,9%).
...

Terwijl de financiële markten in spanning afwachten hoe gevaarlijk de omikronvariant van het coronavirus zal zijn, concentreren de economen en de beleggers zich deze week wellicht vooral op het Amerikaanse inflatiecijfer. Al sinds het begin van de zomer ligt dat boven 5 procent op jaarbasis. Elke maand was er hoop dat het zou zakken, maar dat gebeurde niet. In oktober steeg de inflatie zelfs naar 6,2 procent. Voor november voorspellen de economen en de strategen een inflatie van 6,7 procent. Dat zou het hoogste cijfer zijn sinds 1982. Ook de kerninflatie (zonder energie en voeding) zou naar 5 procent springen (prognose 4,9%).Het cijfer wordt vrijdag bekendgemaakt, en kan slecht nieuws zijn voor de Amerikaanse centrale bank. Vorige week vrijdag viel het banenrapport voor november flink tegen. Er waren maar 210.000 nieuwe banen gecreëerd, terwijl economen op meer dan een half miljoen hadden gerekend. Het was al de derde keer in vier maanden dat het banenrapport teleurstelde. Een almaar oplopende inflatie en een haperende banen creatie is een moeilijke cocktail voor de Federal Reserve. Die staat onder druk om versneld het stimulusprogramma af te bouwen. Fed-voorzitter Jerome Powell liet onlangs in het Amerikaanse parlement verstaan dat op de laatste vergadering van dit jaar (14 en 15 december) een versnelde tapering besproken wordt. Volgens Powell zou het stimulusprogramma dan niet in juni, maar al enkele maanden eerder kunnen aflopen. Een heel hoog inflatiecijfer vrijdag zal de Amerikaanse centrale bank zeker doen neigen in die richting.De week begint ook met dubbel interessant bedrijfsnieuws in ons land. AB InBev houdt een beleggersdag, de eerste van de nieuwe CEO Michel Doukeris,die aan zijn aandeelhouders zal moeten uitleggen hoe de biergigant weer met groei kan aanknopen. Doukeris zou weer 4 à 8 procent winstgroei willen realiseren, maar hij moet het plan daarvoor overtuigend kunnen overbrengen aan een twijfelend beleggerspubliek.Heel spannend wordt het ook op Sinterklaasdag voor het topmanagement van Recticel. Een buitengewone algemene vergadering moet de goedkeuring geven aan de verkoop van de Engineered Foams-afdeling aan het Amerikaanse Carpenter. Het is de tegenzet van de bedrijfsleiding tegen het vijandige bod van het Oostenrijkse Greiner, dat vooral in die divisie geïnteresseerd is. De holding Bois Sauvage tekende eerder dit jaar compleet onverwacht een overeenkomst om haar 27 procentbelang aan Greiner tegen 13,50 euro per aandeel te verkopen. Juridisch is de holding echter nog altijd de eigenaar van dat aandelenpakket, en ze zal tegenstemmen. Recticel moet dus meer dan 27 procent van de aandeelhouders achter zich krijgen, om de Oostenrijkers een hak te zetten. Benieuwd of dat zal lukken. Een van onze stellingen voor dit jaar was dat het een goed tot zeer goed beursjaar zou worden. En dat hebben we ook gekregen! Eigenlijk was de beleggingsomgeving bijna ideaal. De sterke economische groei leidde tot een gunstige evolutie van de bedrijfsresultaten. Die ongemeen sterke groei gaf wel aanleiding tot problemen in de aanvoerketen en een forse opstoot van inflatie, maar de meeste bedrijven - niet allemaal - zijn er dankzij de gunstige economische context wel in geslaagd die hogere kosten door te rekenen aan de klanten.Bovendien zijn de overheden de aandelenbeleggers erg behulpzaam geweest. Het ondersteunende economische beleid van de overheden met geen of nauwelijks aandacht voor de bijbehorende begrotingstekorten om de economische en financiële schade van de covid-19 pandemie te minimaliseren, was uiteraard positief voor de aandelenmarkten. Zo ook het soepele monetaire beleid van de centrale banken, waarbij de basisrente ondanks de inflatie extreem laag bleef en de klim van de lange rente sterk werd afgeremd. Dat heeft in 2021 nog meer spaarders over de streep getrokken om belegger te worden. Dat had een positief effect op de prijzen van aandelen en huizen. Op het ondersteunende effect van de overheden zit wel een beperking in de tijd. Daar zullen we de komende jaren rekening mee moeten houden. Niet alles was rozengeur en maneschijn. Bij de aandelen waren de opkomende markten een minder gelukkige keuze, en Chinese aandelen bleken zelfs een slechte keuze. De frontale aanval van de Chinese autoriteiten op de eigen (tech)giganten, met een salvo aan onderzoeken, boetes en nieuwe reglementeringen, en de financiële problemen van de vastgoedmastodont Evergrandeduwden de Chinese beurzen stevig in het rood. Ook voor de aandeelhouders van goud- en zilvermijnen werd het geen geweldig jaar, ondanks een fraaie start voor de zilveraandelen. Vooral het derde kwartaal, in de aanloop naar de tapering, werd een teleurstelling.Maar globaal is de balans positief. We hebben het al gezegd: we zullen de komende jaren wellicht met heimwee terugblikken op 2021. Voor de gemiddelde aandelenbelegger was het een gemakkelijk jaar, met een geleidelijke stijging en zonder forse tussentijdse terugval. In 2022 en de volgende jaren verwachten we andere marktomstandigheden: heftiger en almaar minder uitsluitend positief. De omikron-variant is een eerste verwittiging dat we rekening moeten houden met meer turbulentie.