Al sedert het aantreden van de regering-Di Rupo I in december 2011 zijn beleggers de favoriete schietschijf van de politiek. Spaarders en vastgoedinvesteerders wordt geen strobreed in de weg gelegd. Integendeel zelf. De spaarders kunnen blijven genieten van vrijgestelde intresten en een laag tarief aan voorheffing op hun spaarboekje. Investeerders in tweede, derde en tigste verblijven kunnen blijven genieten van een belasting die gebaseerd is op de huurwaarde uit 1975. Maar als je het als particulier aandurft een obligatie of, godbetert, een aandeel te kopen, dan word je fiscaal gestraft.

Beleggers zijn de gebeten hond. Zowat alle fiscale heffingen zijn verveelvoudigd in amper tien jaar tijd. Voor de beurstaks is er geen jaar voorbijgegaan zonder de verhoging van drempels of tarieven, de verbreding van de belastbare basis of de uitbreiding van het aantal belastingplichtigen. De vergelijking tussen 2011 en 2021 is stuitend. Voor obligaties gold een belasting van 0,07 procent en een drempelbedrag van 500 euro. Dat is 0,12 procent en een drempel van 1300 euro geworden. Beleggers in aandelen komen er nog bekaaider vanaf. Daar bedroeg het tarief 0,17 procent met een drempel van 500 euro. Intussen betaal je per aan- en verkoop maar liefst 0,35 procent met een maximum van 1600 euro. Ook bij de verkoop van je kapitalisatiebevek ben je het haasje. 0,50 procent belasting met een drempel van 750 euro zijn 1,32 procent geworden en 4000 euro. En er is een patroon. Ook de roerende voorheffing voor beleggers is over een aantal stationnetjes van soms 10 of 25 procent en meestal 15 procent in alle gevallen naar 30 procent opgetrokken. Ook is de vastberadenheid om tot een taks op effectenrekeningen treffend. Ondanks het feit dat burgers worden gediscrimineerd, zet men halsstarrig door. Beleggers zullen dit jaar 0,15 procent extra vermogensbelastingen moeten betalen. Het is een publiek geheim dat men ook dat tarief de komende jaren gradueel zal optrekken.

Beleggers zijn de favoriete schietschijf van de politiek.

Door die evolutie wordt beleggen fiscaal ontraden. Dat is impliciet maar zeker de politieke boodschap. Beleggers worden behandeld als vervuilende auto's. Zze worden zo zwaar belast dat men ermee stopt en het geld een andere bestemming geeft. Dat gebeurt nu massaal. Dat bewijzen de honderden miljarden op spaarboekjes en de uit de pan swingende vastgoedprijzen waardoor het verwerven van een woning voor velen onmogelijk wordt.

Zo'n politiek is onbegrijpelijk. Beleggen is maatschappelijk heel waardevol. De beurs is geen casino waar gegokt wordt en waar in korte tijd groot gewin kan worden gemaakt. Het is een essentieel onderdeel van onze maatschappij. Het is de plaats waar bedrijven naartoe trekken om kapitaal op te halen waarmee ze kunnen groeien en werkgelegenheid creëren. Voor burgers is het de manier gebleken om hun welvaart te verhogen. Door een stukje van je spaartegoeden gespreid te beleggen, kan je je koopkracht behouden en misschien zelfs verhogen. Beleggen zou dus moeten aangemoedigd, of minstens niet fiscaal bestraft worden.

Aan dat inzicht ontbreekt het de huidige politieke klasse. Dat was ooit anders. In 1981 lanceerde men de wet Cooreman-De Clercq. Daardoor vonden miljarden aan spaargeld de weg naar kapitaalverhogingen en dus de reële economie. Daardoor werd de toenmalige economische crisis bestreden. We kunnen maar hopen dat dit soort initiatieven opnieuw wordt genomen. De intussen leeglopende Brusselse beurs en bij uitbreiding onze hele maatschappij en budgettaire toestand van het land zouden er wel bij varen.

Tot die tijd moeten beleggers waakzaam zijn. De verhoogde belastingen komen boven op alle andere kosten (transactiekosten, bewaarloon, beheerloon en btw). Elk van die kosten en heffingen op zich vallen wel mee. Maar allemaal samen kunnen ze een molensteen zijn voor een effectenportefeuille. 'A death by a thousand cuts' met andere woorden.

Al sedert het aantreden van de regering-Di Rupo I in december 2011 zijn beleggers de favoriete schietschijf van de politiek. Spaarders en vastgoedinvesteerders wordt geen strobreed in de weg gelegd. Integendeel zelf. De spaarders kunnen blijven genieten van vrijgestelde intresten en een laag tarief aan voorheffing op hun spaarboekje. Investeerders in tweede, derde en tigste verblijven kunnen blijven genieten van een belasting die gebaseerd is op de huurwaarde uit 1975. Maar als je het als particulier aandurft een obligatie of, godbetert, een aandeel te kopen, dan word je fiscaal gestraft.Beleggers zijn de gebeten hond. Zowat alle fiscale heffingen zijn verveelvoudigd in amper tien jaar tijd. Voor de beurstaks is er geen jaar voorbijgegaan zonder de verhoging van drempels of tarieven, de verbreding van de belastbare basis of de uitbreiding van het aantal belastingplichtigen. De vergelijking tussen 2011 en 2021 is stuitend. Voor obligaties gold een belasting van 0,07 procent en een drempelbedrag van 500 euro. Dat is 0,12 procent en een drempel van 1300 euro geworden. Beleggers in aandelen komen er nog bekaaider vanaf. Daar bedroeg het tarief 0,17 procent met een drempel van 500 euro. Intussen betaal je per aan- en verkoop maar liefst 0,35 procent met een maximum van 1600 euro. Ook bij de verkoop van je kapitalisatiebevek ben je het haasje. 0,50 procent belasting met een drempel van 750 euro zijn 1,32 procent geworden en 4000 euro. En er is een patroon. Ook de roerende voorheffing voor beleggers is over een aantal stationnetjes van soms 10 of 25 procent en meestal 15 procent in alle gevallen naar 30 procent opgetrokken. Ook is de vastberadenheid om tot een taks op effectenrekeningen treffend. Ondanks het feit dat burgers worden gediscrimineerd, zet men halsstarrig door. Beleggers zullen dit jaar 0,15 procent extra vermogensbelastingen moeten betalen. Het is een publiek geheim dat men ook dat tarief de komende jaren gradueel zal optrekken.Door die evolutie wordt beleggen fiscaal ontraden. Dat is impliciet maar zeker de politieke boodschap. Beleggers worden behandeld als vervuilende auto's. Zze worden zo zwaar belast dat men ermee stopt en het geld een andere bestemming geeft. Dat gebeurt nu massaal. Dat bewijzen de honderden miljarden op spaarboekjes en de uit de pan swingende vastgoedprijzen waardoor het verwerven van een woning voor velen onmogelijk wordt.Zo'n politiek is onbegrijpelijk. Beleggen is maatschappelijk heel waardevol. De beurs is geen casino waar gegokt wordt en waar in korte tijd groot gewin kan worden gemaakt. Het is een essentieel onderdeel van onze maatschappij. Het is de plaats waar bedrijven naartoe trekken om kapitaal op te halen waarmee ze kunnen groeien en werkgelegenheid creëren. Voor burgers is het de manier gebleken om hun welvaart te verhogen. Door een stukje van je spaartegoeden gespreid te beleggen, kan je je koopkracht behouden en misschien zelfs verhogen. Beleggen zou dus moeten aangemoedigd, of minstens niet fiscaal bestraft worden.Aan dat inzicht ontbreekt het de huidige politieke klasse. Dat was ooit anders. In 1981 lanceerde men de wet Cooreman-De Clercq. Daardoor vonden miljarden aan spaargeld de weg naar kapitaalverhogingen en dus de reële economie. Daardoor werd de toenmalige economische crisis bestreden. We kunnen maar hopen dat dit soort initiatieven opnieuw wordt genomen. De intussen leeglopende Brusselse beurs en bij uitbreiding onze hele maatschappij en budgettaire toestand van het land zouden er wel bij varen.Tot die tijd moeten beleggers waakzaam zijn. De verhoogde belastingen komen boven op alle andere kosten (transactiekosten, bewaarloon, beheerloon en btw). Elk van die kosten en heffingen op zich vallen wel mee. Maar allemaal samen kunnen ze een molensteen zijn voor een effectenportefeuille. 'A death by a thousand cuts' met andere woorden.