Naar aanleiding van nieuwe Europese regels gaat Trends na hoe duurzaam de Belgische banken zijn en hoe je een duurzame instelling of investering onderscheidt van gewiekste marketing en reclame.
...

Na maandenlange gesprekken, videovergaderingen, mailverkeer en uiteindelijk het dreigement om er een punt van te maken op de aandeelhoudersvergadering kreeg de Belgische vermogensbeheerder DPAM samen met andere investeerders de Duitse beursgenoteerde cementreus HeidelbergCement zover om zijn lobbyrapport te publiceren. "Omdat zulke spelers een belangrijke rol spelen in de klimaatopwarming en het klimaatbeleid, drongen wij daar bij HeidelbergCement al een tijd op aan", vertelt Gerrit Dubois, expert verantwoord beleggen bij DPAM. "In dat rapport staat belangrijke informatie om te controleren of het bedrijf trouw is aan zijn duurzaamheidsbeloftes. Pas nadat we hadden gedreigd het op de aandeelhoudersvergadering te agenderen, is het ermee over de brug gekomen", zegt hij. DPAM kreeg het cementbedrijf ook zover te beloven dat het zijn toekomstige investeringen en boekhouding in lijn brengt met het klimaatakkoord van Parijs. Ook het voedingsconglomeraat Unilever hield rekening met de kritische ESG-bedenkingen van DPAM. "Twee jaar geleden wees een rapport van een ngo op de betrokkenheid van sommige palmolieproducenten bij de ontbossing. Toen we Unilever erop wezen dat een van hun producenten daarbij zat, heeft het die geschrapt uit zijn leveranciersbestand", legt Dubois uit. Het komt steeds vaker voor dat institutionele en professionele beleggers bedrijven wijzen op hun verantwoordelijkheden rond de mens, het milieu en goed bestuur - kortweg ESG - en hen aanzetten tot actie. DPAM wil de 50 miljard euro onder zijn beheer niet enkel inzetten als hefboom voor financieel rendement, maar ook om de wereld op een duurzamer pad te krijgen, klinkt het. In 2021 voelde het daar meer dan 240 bedrijven over aan de tand. "Dat is deel van ons actieve aandeelhouderschap", zegt Dubois. Sommigen stellen die ESG-dadendrang van professionele beleggers ter discussie. Is het aan de aandeelhouder om bedrijven aan te zetten of soms zelfs te dwingen hun ESG-huis op orde te zetten? Het antwoord daarop ligt onder meer in de rol die beursgenoteerde bedrijven spelen in de klimaatopwarming. Zij zijn rechtstreeks of via hun toeleveringsketens verantwoordelijk voor 40 procent van de broeikasuitstoot wereldwijd, berekende Generation, een vermogensbeheerder opgericht door de voormalige Amerikaanse vicepresident en klimaatactivist Al Gore. Ze spelen ook een belangrijke rol in andere ecologische, maatschappelijke en bestuurlijke problemen en oplossingen rond ontbossing, allerlei ongelijkheden, oneerlijke belastingpraktijken en verontreiniging. De beursgenoteerde bedrijven daarover ter verantwoording roepen kan een verschil maken. Interacties zoals die tussen DPAM en HeidelbergCement zijn vaste prik geworden voor beursgenoteerde bedrijven. Het grote probleem met die één-op-één-contacten is het gebrek aan transparantie. De buitenwereld weet niet wat daar gezegd wordt, welke afspraken er worden gemaakt en hoe die uitpakken. Is het voor de bühne of slaat de belegger hard met de vuist op tafel? Neemt het bedrijf de opmerkingen ter harte of laat het alles bij het oude? Recent onderzoek van de Universiteit van Maastricht toont aan dat die interacties effect hebben. De onderzoekers kregen toegang tot een dataset van de vermogensbeheerder BMO Global Asset Management, ondertussen overgenomen door Columbia Threadneedle, met meer dan 25.000 contacten tussen BMO en de bedrijven in zijn portefeuille. Een interactie kan gaan van een e-mail of een brief, tot een videomeeting of een persoonlijke afspraak. Uit het onderzoek blijkt dat meer dan drie kwart van alle ESG-thema's die vermogensbeheerders aankaartten van financieel belang waren voor de bedrijven. Dat is een cruciale voorwaarde, volgens onderzoeker Colin Tissen. "Wanneer een thema financieel relevant is voor het bedrijf, is het meer geneigd naar de beleggers te luisteren en is de kans op succes van de interactie groter", zegt hij. Een vijfde van de interacties was succesvol, in die zin dat de bedrijven stappen zetten in lijn met de ESG-wensen van de vermogensbeheerder. Die slaagkansen verhogen naarmate de contacten intenser zijn. "Een eenmalig contact had maar 1,5 procent kans op slagen. Bij intensieve contacten steeg dat naar 44 procent", legt Tissen uit. Zo ervaart ook DPAM het. "Vanaf het eerste formele contact over een bepaalde kwestie ben je vertrokken voor een proces dat soms een jaar of drie kan duren", zegt Peter De Coensel, de CEO van de Belgische vermogensbeheerder. "Als aandeelhouder is het zaak de moed niet te snel te laten zakken. Alles heeft natuurlijk zijn grens. Als er na vele contacten een totaal gebrek aan samenwerking en actie blijft, zetten we het bedrijf uit onze portefeuilles." Zo deed het de voedingsgigant Tyson Foods van de hand omdat het bedrijf niets deed aan de problemen rond de arbeidsomstandigheden, de veiligheid, de ongelijke behandeling van werknemers en andere ESG-kwesties. Wanneer wordt iets als een succes bestempeld? "Dat zijn niet altijd harde acties, maar soms beloftes van de bedrijven om iets te ondernemen", zegt Colin Tissen. Ondanks het uitblijven van harde acties zag het onderzoek een positief verband tussen de interacties en de beursprestaties. Bedrijven die BMO achter de veren zat, zetten in de maanden daarna betere beursrendementen neer dan hun concurrenten. Tissen is wel voorzichtig om van een oorzakelijk verband te spreken. "Je weet niet hoe het gelopen zou zijn als er geen interactie was geweest." Bedrijven die werden aangesproken op milieuzaken deden het gemiddeld 2,4 procent beter. Voor bestuurszaken was dat 2,3 procent en voor sociale aangelegenheden zelfs 6 procent. "Gesprekken over bestuurszaken gaan meestal over kostenbesparingen en beter management. Dat kan die betere prestaties verklaren. Maar hoe interacties over de sociale aangelegenheden de prestaties bevorderen, is moeilijker te verklaren", stelt Tissen. Daarnaast bleek dat de bedrijven in de periode daarna ook financieel boekhoudkundig beter presteerden, met hogere rendementen op hun eigen vermogen en lagere kosten. De ESG-interacties met de bedrijven leidden ook tot een lagere CO2-uitstoot in verhouding tot hun omzet, maar niet tot een lagere uitstoot in absolute termen. Behalve in één-op-één-interacties achter gesloten deuren kunnen beleggers ook invloed op bedrijven uitoefenen op de jaarlijkse aandeelhoudersvergaderingen. Dat besloot Mark van Baal enkele jaren geleden te doen bij het Brits-Nederlands oliebedrijf Shell. In mei 2015 stapte hij het Circustheater in Scheveningen binnen voor de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van de oliereus. In het midden stonden twee tafels met daaraan het management en het bestuur van Shell, klaar om de vragen en beslommeringen van aandeelhouders te aanhoren. Van Baal nam de microfoon, stelde zich voor als nieuwe aandeelhouder en vertelde dat hij met Follow This, zijn nieuwe ngo, Shell steunde om meer verantwoordelijkheid te nemen in de rol die het speelt in de klimaatopwarming. "Dat eerste jaar was het mij vooral te doen om zichtbaar te zijn", vertelt Van Baal. Om een aandeelhoudersresolutie te mogen indienen, moest hij voor 5 miljoen euro Shell-aandelen achter zich krijgen. De maanden erna wist hij enkele vermogende mensen achter zijn idee te scharen en hen te overtuigen voor 1 miljoen euro Shell-aandelen te kopen, zodat hij een duurzaamheidsresolutie voor de aandeelhoudersvergadering van 2016 op tafel kreeg. "Ik vergeet nooit het moment dat Shell me belde om dat te bevestigen." Een ander kippenvelmoment voor Van Baal was het telefoontje van de institutionele vermogensbeheerder Actiam, die zei voor de resolutie te zullen stemmen en dat het zou helpen die aan te scherpen. "Die eerste volger was, samen met de zichtbaarheid, cruciaal om op termijn meer professionele beleggers over te brug te krijgen", zegt Van Baal. In de jaren daarna is de Follow This-resolutie ook op tafel gekomen bij andere grote oliespelers, zoals het Noorse Equinor, het Franse TotalEnergies en het Amerikaanse Chevron. DPAM wilde de resolutie dit jaar nog eens op de agenda van de aandeelhoudersvergadering van TotalEnergies krijgen, maar die weigerde dat. "We bekijken nog hoe we onze aandeelhoudersrechten daarin kunnen laten gelden. Onze prioriteit is zulke grote conglomeraten aan te zetten ambitieuzer te zijn in de energietransitie", zegt Peter De Coensel. De Follow This-resolutie kreeg de afgelopen jaren steeds meer stemmen achter zich. Van 2,7 procent in 2016 tot meer dan 30 procent vorig jaar, in het geval van Shell. "Onthoud goed dat de enige macht die je als aandeelhouder hebt, je stem is. Als je die niet durft te gebruiken, word je niet serieus genomen", zegt Van Baal. "Het is pas sinds het moment dat beleggers op de resoluties zijn gaan stemmen, dat de oliebedrijven klimaatverantwoordelijkheden nemen die ze voordien afdeden al irrelevant of onrealistisch." Die stemmingen zijn wel openbaar en transparant, in tegenstelling tot private interacties tussen beleggers en bedrijven. Maar er komt een gemengd beeld uit naar voren als het gaat om de ESG-drang van grote beleggers. Een recente paper van de Universiteit van Lund in Zweden keek naar het stemgedrag op aandeelhoudersresoluties rond duurzaamheid, en daar scoorden institutionele vermogensbeheerders niet zo best. De studie keek naar de stemresultaten van 983 ESG-resoluties op 597 aandeelhoudersvergaderingen tussen 2010 en 2019. De resoluties kregen over het algemeen de meeste steun van de pensioenfondsen, die in 59 procent van de gevallen voor stemden, de effectenmakelaars (49%) en de staatsfondsen (45%). Vermogensbeheerders waren minder happig met maar 24 procent. Het onderzoek zoomt ook in op het stemgedrag van wat de onderzoekers de Big Three noemen: Blackrock, Vanguard en State Street. Dat zijn de grootste drie vermogensbeheerders ter wereld die vooral indexfondsen zoals ETF's uitgeven, en door de boom van het indexbeleggen de grootste aandeelhouders zijn geworden in heel wat bedrijven en sectoren. Daarmee zijn ze ook de machtigste aandeelhouders geworden. Maar die macht lijken ze niet in te zetten om de bedrijven een duurzaamheidsduwtje te geven. De Big Three stemden slechts in 7 procent van de gevallen voor de ESG-resoluties. Een andere studie van de City University of London van dit jaar concludeerde dat de Big Three milieuresoluties op de aandeelhoudersvergaderingen van grote uitstoters "eerder doen mislukken dan slagen". De grootste van de drie, het Amerikaanse BlackRock dat meer dan 8.000 miljard dollar onder beheer heeft, is daar al meermaals voor op de korrel genomen, ondanks de groene beloftes van CEO Larry Fink. Het stemde onder andere tegen de resoluties van Follow This bij de oliemajors. "Zulke spelers en de beursbedrijven schermden heel lang met het excuus dat ze individueel met elkaar over die zaken in gesprek waren. Dat was heel comfortabel voor hen, maar in al die jaren is er in de oliesector niets gebeurd rond de klimaatopwarming of investeringen in hernieuwbare energie", zegt Mark van Baal. "Het is pas sinds het moment dat aandeelhouders daarover stemmen, dat daar verandering in is gekomen. Het bewijs is vrij hard dat er zonder stemmen niets substantieels gebeurt."