Bij een forse waardestijging van zijn beleggingsportefeuille zegt 28% van de Belgische beleggers dat hij eenmalige aankopen zou doen die hij anders niet aandurft.

Zo'n 6% van de beleggers suggereert zelfs dat hij zijn uitgavenniveau permanent zou opkrikken. Gezien de jongste ontwikkelingen op de financiële markten, zou dit de consumptie in de eerste jaarhelft kunnen ondersteunen.

Bij een forse waardedaling van de portefeuille zijn deze effecten op de consumptie nog sterker.

Dan stelt 25% dat hij belangrijke aankopen zou uitstellen en 22% zou zelfs systematisch minder gaan consumeren.

Hiermee lijkt de hypothese dat een individu gevoeliger is aan verlies dan aan winst, die in de "Prospect Theory" naar voren werd geschoven, ook voor Belgische beleggers op te gaan.

Opmerkelijk is dat er op dit vlak ook communautaire verschillen bestaan. Zo zijn Franstaligen duidelijk gevoeliger aan vermogenseffecten dan Nederlandstaligen. Waar 72% van de Nederlandstaligen zijn consumptiegedrag niet wijzigt bij een sterke hausse van zijn portefeuille, gaat het bij de Franstaligen maar om 48%.

Zo'n 40% van de Franstaligen zou immers een grote aankoop doen in het geval van forse beleggingswinsten.

Omgekeerd zullen de Franstaligen dan weer eerder geneigd zijn om de riem sneller aan te snoeren als hun beleggingen fors in waarde dalen. In dat geval laat slechts 40% zijn consumptie ongewijzigd, terwijl bij de Nederlandstaligen toch nog altijd 58% eenzelfde levensstijl blijft aanhouden.

Ook jongeren blijken sneller geneigd dan ouderen om hun consumptiepatroon aan schommelingen in hun beleggingsportefeuille aan te passen.

Een positieve evolutie van de financiële markten is via de invloed op de consumptie dus duidelijk belangrijk voor de Belgische economie. Misschien toch iets waar de volgende Belgische regering best rekening mee houdt?

Bij een forse waardestijging van zijn beleggingsportefeuille zegt 28% van de Belgische beleggers dat hij eenmalige aankopen zou doen die hij anders niet aandurft. Zo'n 6% van de beleggers suggereert zelfs dat hij zijn uitgavenniveau permanent zou opkrikken. Gezien de jongste ontwikkelingen op de financiële markten, zou dit de consumptie in de eerste jaarhelft kunnen ondersteunen. Bij een forse waardedaling van de portefeuille zijn deze effecten op de consumptie nog sterker. Dan stelt 25% dat hij belangrijke aankopen zou uitstellen en 22% zou zelfs systematisch minder gaan consumeren. Hiermee lijkt de hypothese dat een individu gevoeliger is aan verlies dan aan winst, die in de "Prospect Theory" naar voren werd geschoven, ook voor Belgische beleggers op te gaan. Opmerkelijk is dat er op dit vlak ook communautaire verschillen bestaan. Zo zijn Franstaligen duidelijk gevoeliger aan vermogenseffecten dan Nederlandstaligen. Waar 72% van de Nederlandstaligen zijn consumptiegedrag niet wijzigt bij een sterke hausse van zijn portefeuille, gaat het bij de Franstaligen maar om 48%. Zo'n 40% van de Franstaligen zou immers een grote aankoop doen in het geval van forse beleggingswinsten. Omgekeerd zullen de Franstaligen dan weer eerder geneigd zijn om de riem sneller aan te snoeren als hun beleggingen fors in waarde dalen. In dat geval laat slechts 40% zijn consumptie ongewijzigd, terwijl bij de Nederlandstaligen toch nog altijd 58% eenzelfde levensstijl blijft aanhouden. Ook jongeren blijken sneller geneigd dan ouderen om hun consumptiepatroon aan schommelingen in hun beleggingsportefeuille aan te passen. Een positieve evolutie van de financiële markten is via de invloed op de consumptie dus duidelijk belangrijk voor de Belgische economie. Misschien toch iets waar de volgende Belgische regering best rekening mee houdt?