2019 vormde een fraai orgelpunt van een uitstekend decennium voor de internationale beurzen. Voor de periode 2010-2019 geldt het verhaal van de schildpad en de haas.
...

2019 vormde een fraai orgelpunt van een uitstekend decennium voor de internationale beurzen. Voor de periode 2010-2019 geldt het verhaal van de schildpad en de haas. Wie puur naar de globale economie kijkt, kan moeilijk spreken van een geweldig decennium. De naweeën van de bankencrisis hebben een negatieve impact gehad op de groei van de wereldeconomie, die nooit meer het groeitempo heeft gehaald van voor de financiële crisis. Toch hebben de aandelenmarkten het prima gedaan, dankzij een aanhoudend soepel beleid van de centrale banken. De Amerikaanse Standard&Poor's500-index haalde een totale return (indexevolutie + dividenden) van 256 procent, of een jaargemiddelde van 13,5 procent. Dat het toch op de eerste plaats een Amerikaans beursfeestje is geweest, blijkt uit het feit dat de return van de Eurostoxx50 met 86 procent een stuk bescheidener was (jaargemiddelde van 6,5%). De Bel-20deed het wat beter met 130 procent return, maar bleef toch een heel eind verwijderd van de prestaties op Wall Street. Echt slecht af is wie het hele decennium in goudmijnen heeft belegd. Tegenover een winst van 256 procent op Wall Street staat een verlies van 37 procent voor wie in de goudmijnindex (HUI-index) geïnvesteerd bleef.Als we kijken naar de twee decennia sinds de eeuwwisseling, dan is het beeld een pak genuanceerder. De goudmijnindex haalde in de periode 2000-2019 een return van 289 procent en klopt daarmee redelijk nipt de S&P500, die op 227 procent return uitkwam. Het eerste decennium van de 21ste eeuw kende een heel ander verloop dan dat na 2010. De nillies (2000-2009) werden gekenmerkt door het uiteenspatten van de technologiezeepbel en de bankencrisis, zodat de beurzen twee crashes doormaakten in één decennium en de return op Wall Street uitkwam op -9 procent. In dezelfde periode blonken de edelmetalen en tekende de goudmijnindex een fantastische return van 523 procent op. De hamvraag is of we opnieuw roaring twenties (roerige jaren twintig) krijgen, zoals in de vorige eeuw, met fors stijgende beurzen. Dat zou heel sterk zijn, na de aanhoudende klim in het afgelopen decennium. Tenslotte houdt zowel de economische cyclus als de stierenmarkt (haussemarkt, stijgende beurstrend) op Wall Street al historisch uitzonderlijk lang aan.Na een aantal moeilijke maanden verwachten we dat nog een verlengstuk wordt gebreid aan de huidige stijgende beurstrend. Zolang het scenario van een matige economische groei en een lage rente geldt, is dat gunstig voor de aandelenmarkten. Een opmars van de S&P500 richting 4000 punten valt de komende jaren niet uit te sluiten. Maar we vrezen dat we, nog voor we het midden van het decennium hebben bereikt, weer in een berenmarkt (dalende beurstrend) terechtkomen. De combinatie van een gigantische schuldenberg en economische tegenspoed zal de waarderingen fors naar beneden halen, maar ook de edelmetalen meer dan ooit doen schitteren. We verwachten een heel gevarieerd en dus opwindend decennium.