D-day nadert voor de belasting op de effectenrekeningen die de regering-Michel invoerde. Begin oktober zullen de banken berekenen hoeveel belastingen elk van hun klanten moet betalen. Schrik dus niet als u binnenkort een vriendelijk verzoek krijgt van uw bank om voldoende cash over te maken, tenminste als u voor meer dan 500.000 euro effecten bezit. De bank zal de door u verschuldigde belasting dan doorstorten naar de schatkist.

Op 30 september maken de Belgische banken de laatste 'foto' van dit jaar voor de berekening van de jaarlijkse belasting op de effectenrekeningen. De banken noteren de waarde van alle effecten op de rekeningen, net zoals ze dat al deden op 31 maart en op 30 juni, en berekenen vervolgens het gemiddelde.

Als het gemiddelde van de drie foto's boven 500.000 euro uitkomt, zullen de banken vragen 0,15 procent van dat bedrag over te maken. Als het gemiddelde onder 500.000 euro ligt, dan geven ze de gemiddelde stand op de effectenrekening door aan de klant. Als die bijvoorbeeld effectenrekeningen heeft bij verschillende banken, moet hij zelf uitrekenen of hij boven de drempel van 500.000 euro uitkomt. Hij is in dat geval ook zelf verantwoordelijk voor de correcte betaling van de taks. Hij kan ofwel de banken waar hij klant is de opdracht geven 0,15 procent in te houden, ofwel zelf aangifte doen via MyMinFin.

Overdrijven

"Sommige investeerders overdrijven om een belasting van amper 0,15 procent te vermijden. Je moet dat in perspectief zetten. Sommige beleggers betalen al jaren een jaarlijks bewaarloon van 0,20 procent aan hun financiële instelling", zegt Olivier Leleux, topman van Leleux Associated Brokers. Een tarief van 0,15 procent betekent dat beleggers op een effectenportefeuille van 500.000 euro voortaan 750 euro belasting per jaar betalen, op een portefeuille van 1 miljoen euro betalen ze 1500 euro, enzovoort.

'Er zitten nog altijd "reuzegrote gaten" in de taks op beursverrichtingen'

"Zeer veel klanten hebben stappen ondernomen", zegt Leleux. "Ze hebben aandelen op naam gezet of effecten geschonken aan hun kinderen", legt hij uit. Dat zijn draconische maatregelen. Te meer omdat de voorbije jaren verschillende belastingen voor beleggers zijn ingevoerd en na een jaar weer afgevoerd. Denk aan de speculatiebelasting - een belasting op de meerwaarde van aandelen bij verkoop binnen de zes maanden - en de rijkentaks - een hogere roerende voorheffing voor wie meer dan 20.020 euro intresten en dividenden opstreek.

Het is niet eenvoudig te berekenen hoeveel iemand vandaag moet wegschenken of op naam zetten om zijn gemiddelde voldoende te laten zakken. Wie met de twee eerste foto's op een gemiddelde van 750.000 euro zit, moet zijn rekening volledig leeghalen voor 30 september om nog te ontsnappen aan de taks op de effectenrekeningen. Bovendien is er een antimisbruikbepaling, waardoor aandelen die na 9 december 2017 op naam werden gezet nog één keer meetellen in de berekening van het gemiddelde.

Wakker worden

Leleux: "Actieve beleggers hebben al lang voorzorgsmaatregelen genomen. Ik verwacht dat er nog een aantal minder actieve wakker worden in oktober of november. Aan het einde van dit jaar krijgen ze onder ogen hoeveel belasting ze effectief moeten betalen. Ik verwacht dat er de komende maanden nog veel aandelen op naam gezet of geschonken worden."

Beleggers hebben vooral moeite met het principe. Leleux: "Het is voor het eerst geen belasting op de inkomsten, maar op de waarde van de effecten." Veel beleggers vinden het ook onrechtvaardig dat een belegging in vastgoed die evenveel waard is, niet aan dezelfde belasting onderworpen is.

"De berekening van de belastbare basis is een nachtmerrie voor banken en beleggers", vindt Leleux. "Het is een symbool voor CD&V, maar deze belasting zal nauwelijks geld opbrengen. In plaats van een nieuwe belasting uit te vinden, zou de regering beter hier en daar een kleine hervorming doorvoeren." Een goede belastinghervorming verandert het gedrag van beleggers niet.

Knauw

Leleux denkt in de eerste plaats aan de taks op beursverrichtingen (TOB). Er zitten nog altijd "reuzegrote gaten" in die belasting, vindt Leleux. "Waarom moeten beleggers geen beurstaks betalen op transacties in de meest speculatieve beleggingsinstrumenten: opties, warrants en futures? Sinds 1 januari 2017 zijn beleggers met een effectenrekening in het buitenland ook onderworpen aan de beurstaks, ook als de buitenlandse bank die zelf niet inhoudt. Die beleggers moeten zogezegd zelf uitrekenen hoeveel belasting ze moeten betalen en die zelf ook afrekenen met de fiscus. Het is een lachertje dat particuliere beleggers dat correct zouden berekenen. Wij hebben drie à vier mensen in de IT-afdeling die zich daar dagelijks mee moeten bezighouden."

'Sommige beleggers overdrijven om een belasting van amper 0,15 procent te vermijden, terwijl ze al jaren 0,20 procent bewaarloon aan hun bank betalen'

"De beurstaks is meer dan honderd jaar geleden ingevoerd", vervolgt Leleux. "Sindsdien is de wereld grondig veranderd. Waarom zijn er drie tarieven voor transacties in aandelen, obligaties en beleggingsfondsen? Vereenvoudig en verhoog de beurstaks en je bent zeker van je opbrengsten." Het pleidooi voor een hogere belasting op transacties klinkt vreemd uit de mond van iemand die leeft van de transacties die zijn klanten uitvoeren. Leleux is echter beducht voor de vondsten van deze regering.

De winst van Leleux Associated Brokers kreeg in 2016 een knauw, nadat de regering de speculatietaks uit haar mouw had geschud. "Deze regering heeft een heleboel goede hervormingen doorgevoerd, waar ik als bedrijfsleider heel blij mee ben. Ik snap alleen niet welke richting ze uit wil met de beurs. Aan de ene kant wil ze beleggen in aandelen aanmoedigen, met de mogelijkheid elk jaar vanaf 2019 via de aangifte de roerende voorheffing te recupereren voor de eerste 640 euro aan dividenden. Aan de andere kant ontmoedigt ze beleggen met een taks op effectenrekeningen en een meerwaardebelasting voor aandelen in de vennootschapsbelasting."

Verdwenen

Ook van de nieuwe taks op de effectenrekeningen ondervindt Leleux de gevolgen. Een van de minder bekende gevolgen draait om niet-beursgenoteerde vennootschappen die teruggrijpen naar het aandeelhoudersregister. "Een van onze activiteiten is in een jaar bijna volledig verdwenen", legt Leleux uit. "Wij beheerden het aandeelhouderschap en de aandelentransacties van een zestigtal niet-beursgenoteerde bedrijven. Daarvan zijn er nog maar vier overgebleven." Het gaat om een dienstverlening die Leleux aanbood aan niet-beursgenoteerde bedrijven, genaamd 'het hoofd van de piramide'. Leleux zorgde er bijvoorbeeld voor dat de kopers hun aandelen kregen en de verkopers hun geld, dat de dividenden betaald werden, enzovoort. Voor beursgenoteerde bedrijven verloopt dat via Euroclear en de Nationale Bank.

Leleux: "Sinds 1 januari 2014 bestaan papieren aandelen aan toonder niet meer. Aandelen moeten ingeschreven zijn in een register bij de vennootschap of op een effectenrekening bij een financiële instelling. Voor kleine niet-beursgenoteerde vennootschappen was die 'dematerialisering' een hele onderneming en zo kwamen die niet-beursgenoteerde vennootschappen bij ons terecht. Door de taks op de effectenrekeningen hebben zij bijna allemaal beslist alle aandelen op naam in een register bij te houden en de transacties via de vennootschap te laten verlopen."