Op 14 september kondigde oprichter Yvon Chouinard aan dat de planeet aarde voortaan de enige aandeelhouder van Patagonia zou zijn. Het outdoorkledingmerk veranderde in 2018 zijn bedrijfsmissie nog naar: 'We're in business to save our home planet'. Maar dat vond Chouinard niet ver genoeg gaan. De 84-jarige ondernemer begon na te denken over zijn eigen sterfelijkheid. Alleen koos hij voor een vrij radicale oplossing voor het vraagstuk wat na zijn dood met de onderneming moet gebeuren.
...

Op 14 september kondigde oprichter Yvon Chouinard aan dat de planeet aarde voortaan de enige aandeelhouder van Patagonia zou zijn. Het outdoorkledingmerk veranderde in 2018 zijn bedrijfsmissie nog naar: 'We're in business to save our home planet'. Maar dat vond Chouinard niet ver genoeg gaan. De 84-jarige ondernemer begon na te denken over zijn eigen sterfelijkheid. Alleen koos hij voor een vrij radicale oplossing voor het vraagstuk wat na zijn dood met de onderneming moet gebeuren. "Patagonia verkopen en het geld doneren aan het goede doel was geen optie, want de nieuwe eigenaar van het bedrijf zou onze waarden en mensen overboord kunnen gooien. Naar de beurs trekken, zou rampzalig geweest zijn. Er is te veel druk om winst op de korte termijn te maken, ten koste van vitaliteit en verantwoordelijkheid op de lange termijn", vindt Chouinard. Uiteindelijk droeg hij 100 procent van de stemrechten van zijn aandelen in Patagonia over aan Patagonia Purpose Trust, opgericht om de waarden van het bedrijf te beschermen, én 100 procent van de economische waarde van de aandelen zonder stemrechten aan Holdfast Collective, een non-profitorganisatie die de klimaatcrisis bestrijdt en de natuur beschermt. Elk jaar zullen alle winstuitkeringen van Patagonia richting die non-profit vloeien. Het gaat om steward ownership, waarbij de steward de missie van de onderneming en de belangen van alle stakeholders bewaakt. "Het is niet nieuw dat vermogende mensen goede doelen steunen. Denk aan de Bill & Melinda Gates Foundation, die al sinds de jaren negentig goede doelen steunt dankzij de winsten van Microsoft. De manier waarop is wel relatief nieuw", vindt onafhankelijk financieel planner Jo Stremersch. De beslissingsmacht over de onderneming wordt volledig gescheiden van de financiële belangen. Zo probeert Chouinard te vermijden dat na zijn dood beslissingen worden genomen die de aandeelhouders wel veel winst zouden opleveren, maar niet zozeer de belangen van het bedrijf, de werknemers en de planeet dienen. We beschrijven in dit artikel de manieren waarop families een vermogen kunnen samenhouden en bepaalde familiewaarden of doelstellingen voor de lange termijn kunnen verankeren. De meeste mensen met wat geld willen hun kinderen of zelfs hun kleinkinderen betrekken bij het beheer van dat geld. Vaak willen ze samen met hun geld ook hun visie doorgeven aan de volgende generatie. Die visie kan over allerlei zaken gaan. "Stel dat je een kunstcollectie of een verzameling zeldzame postzegels hebt, dan wil je niet dat je kinderen die voor een appel en een ei verkopen na jouw dood", zegt Jo Stremersch. Voor welke waarden staat onze familie en hoe wensen we die te realiseren? Hoeveel procent van de portefeuille moet naar vastgoed, aandelen of obligaties gaan? Hoeveel procent inkomsten willen we uit het vermogen halen en wat willen we daarmee financieren? Hoeveel procent moet het vermogen elk jaar groeien? "Over al die zaken zitten alle familieleden het best op één lijn", zegt Stremersch. Hij geeft ook toe dat het niet altijd lukt om de neuzen in dezelfde richting te krijgen. Als er onvoldoende gemeenschappelijke basis is, dan zit er niet veel anders op dan het vermogen te verdelen na het overlijden van de ouders. "Soms zit een deel van het vermogen vast in vastgoed of in het familiebedrijf en is het moeilijk te verdelen", merkt Stremersch. Andere redenen om als familie samen te zitten, is om gezamenlijke doelen te realiseren, maar ook omdat u als familie sterker staat in onderhandelingen met vermogensbeheerders, advocaten en financieel adviseurs. "Hoe groter het vermogen, hoe beter je onderhandelingspositie. Als je het vermogen verdeelt onder de kinderen, dan is er versnippering", zegt Stremersch. Beursgenoteerde holdings zoals Sofina, Brederode, GBL, D'Ieteren, Ackermans & van Haaren, Bois Sauvage en Floridienne tonen hoe groot een familiaal vermogen kan worden als het samen wordt gehouden. Meestal is het niet de oudere generatie die het meest met onze planeet begaan is. "Ik merk in de praktijk dat de jongere generaties meer bezig zijn met duurzaam beleggen dan de oudere", zegt de medeoprichter van Stremersch, Van Broekhoven & Partners. "Het is van alle tijden dat de jongere generatie de wereld wil verbeteren. In de jaren tachtig liep de jeugd mee in de protestmarsen tegen de kernwapens, nu in klimaatmarsen." "Ik zie dat mensen op een bepaalde leeftijd bereid zijn om de tafel te gaan zitten met hun kinderen. Soms is dat op 65 of 70 jaar, soms hebben gezonde en actieve 80-jarigen de touwtjes nog strak in handen. Vroeger bleef veel onuitgesproken en was de pater familias de spin in het web, die als enige zicht had op het totaalplaatje. Nu is dat vaak anders, is er meer transparantie en komt iedereen met een open vizier aan tafel om mee te discussiëren over de bestemming van het familiaal vermogen", vindt Stremersch. De tijd dat de pater familias besliste wat met het familiefortuin moest gebeuren, lijkt voorbij, en dat is misschien maar goed ook. "Ouders kunnen hun kinderen veel leren over geld, maar ouders kunnen ook van hun kinderen leren", vindt Stremersch. Hoe vaak helpen kinderen hun ouders niet op weg met nieuwe technologie? Jongeren staan ook sneller open voor nieuwigheden. Volgens Stremersch nemen vrouwen vaker dan mannen het bredere plaatje in ogenschouw. Zij zullen meer openstaan voor de bekommernis van de kinderen om de ecologische voetafdruk van de portefeuille. De stemmen van de vrouwen en de jongeren in de familie verrijken de discussie over wat met het geld moet gebeuren. Ook op het gebied van duurzaam beleggen zijn diverse stemmen een meerwaarde. "De kinderen zullen misschien met een zekere naïviteit duurzaamheid eisen voor beleggingen, terwijl ouders met meer ervaring in de financiële wereld zullen wijzen op de risico's van greenwashing en de hype van duurzaam beleggen", zegt Stremersch. Hij voegt eraan toe dat sommige klanten door de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis hun principes overboord hebben gegooid, met investeringen in producenten van fossiele brandstoffen en wapenfabrikanten. Matthieu Janssens, specialist estate planning bij het family office Truncus, verwijst ook naar de verschillende invulling die de generaties aan duurzaamheid geven."Jonge mensen zullen sneller geneigd zijn hun geld te investeren in een risicovolle start-up, die wel aan oplossingen voor de klimaatverandering werkt maar nog geen winst maakt, terwijl oudere mensen vaak pragmatischer zullen zijn en zeggen: ik stop mijn geld in een gevestigde waarde, zoals de beursgenoteerde energiereus TotalEnergies, die zich probeert aan te passen aan de energietransitie." "In de praktijk blijkt het weinig zinvol kinderen van veertien of zestien jaar te betrekken", vindt Matthieu Janssens. Niet alleen omdat ze nog te weinig noties van geldzaken hebben. Hun gedrag laat zich ook niet altijd even goed voorspellen. Niet alle ouders zullen het leuk vinden als de kinderen rondbazuinen hoe rijk of hoe arm de familie is. Om het nog niet te hebben over kinderen die hun ouders zo veel mogelijk geld proberen af te troggelen. Dan is het handig dat ze niet weten hoeveel geld er precies is. "Soms komen klanten met nog heel jonge kinderen advies vragen, vanuit een fiscale bekommernis. Het is niet altijd een goed idee constructies op te zetten om belastingen uit te sparen", vindt Matthieu Janssens. "Soms is het beter even te wachten met plannen en het risico op erfbelasting - in rechte lijn 27 procent in Vlaanderen en 30 procent in Wallonië en Brussel - te ondervangen via een levensverzekering. Daarmee kopen ouders tijd om hun vermogensplanning uit te voeren." Als er jonge kinderen betrokken zijn, dan raadt hij aan enkel de economische eigendom over te dragen aan de kinderen, terwijl de juridische zeggenschap bij de ouders blijft tot een bepaalde leeftijd. Matthieu Janssens: "De vraag is natuurlijk welke doelstelling een familie voor ogen heeft. Ik vind 25 jaar een goede leeftijd om kinderen inzicht te geven in het familievermogen. Vanaf 30 jaar kan je hen meer en meer betrekken bij het beheer en bij het nemen van beslissingen." Die leeftijden staan natuurlijk niet in steen gebeiteld, maar het geeft wel weer dat kinderen een leerproces moeten doorlopen vooraleer ze als volwaardige partners om de tafel kunnen zitten. Iedereen moet dezelfde taal leren te spreken. Wanneer zijn kinderen klaar om mee te beslissen? Jo Stremersch wil er liever geen leeftijd op kleven. "Als ze wijs en matuur genoeg zijn. Doorgaans zijn ze al enkele jaren aan het werk en ergens halverwege hun twintiger jaren voor ze volwassen en verstandig met vermogen kunnen omgaan. Sommige twintigjarigen kunnen mee om de tafel zitten met hun ouders, terwijl sommige 35-jarigen daar nog niet klaar voor zijn. Je wilt het een kind ook niet aandoen dat het een imperium moet aansturen als het daar nog niet klaar voor is." Vooraleer u er advocaten en adviseurs bij betrekt, gaan ouders en kinderen het best om de keukentafel zitten voor een goed gesprek. Sommige families kunnen gewoon vertrouwen op de afspraken die onderling gemaakt worden. "Als de leden van een familie er altijd goed in slagen discussies uit te praten en in consensus te beslissen, dan hoeft er niet altijd een structuur te worden opgezet", vindt Matthieu Janssens. Er kunnen dan schenkingen met voorwaarden gebeuren. Stel dat ouders de helft van hun beleggingsportefeuille aan hun kinderen schenken. Een effectenrekening bij de bank kan in onverdeeldheid worden aangehouden, in mede-eigendom, zodat de kinderen elk eigenaar worden van een kwart en de ouders eigenaar blijven van de helft. De ouders kunnen die portefeuille dan blijven beheren of het beheer kan worden uitbesteed. Ook met een opbrengsteigendom kan dat. De ouders kunnen ook beslissen dat ze het vruchtgebruik houden en dus alle dividenden of huurinkomsten opstrijken. "Weet wel dat sommige banken bij een overlijden een rekening aangehouden in onverdeeldheid doorgeven aan de fiscus alsof de overledene de enige eigenaar was. Je moet dan kunnen bewijzen welk deel van wie was of anders betalen de erfgenamen erfbelasting over de volledige rekening", waarschuwt Stremersch. "Wanneer broers en zussen minder goed overeenkomen, willen de ouders het liefst nog tijdens hun leven zo veel mogelijk afspraken op papier zetten. Om te vermijden dat er ruzie uitbreekt na hun overlijden, kunnen ze een erfovereenkomst laten opstellen bij de notaris. Zowel voor klassieke gezinnen als voor nieuw samengestelde gezinnen kan er worden overeengekomen over een faire, toekomstige verdeling van het geld van de ouders, die als scheidsrechter tussen de kinderen kunnen optreden", meent Stremersch. Een maatschap is de meest eenvoudige structuur om een familiefortuin in onder te brengen, maar het is wel een vennootschap die een boekhouding moet voeren. "Als je je vermogen in een maatschap steekt, en een deel van de aandelen aan de kinderen schenkt, kunnen zij eerst vanop de achterbank meekijken en later het stuur overnemen", zegt Stremersch. Matthieu Janssens legt uit dat ouders in de bestuursregeling in verschillende fasen kunnen voorzien. "In een eerste fase kunnen ze de kinderen tonen hoe zij het doen en alle stemmen bij zich houden. In een tweede fase worden de kinderen evenwaardige partners, met evenveel stemmen, en in een derde fase zetten de ouders een stap opzij, krijgen de kinderen alle stemmen, en spelen de ouders enkel nog een adviserende rol." "Als ouders de volledige controle en zeggenschap willen houden over een schenking, moeten ze wel opletten voor de fiscus", geeft Stremersch nog mee. "Die kan besluiten dat er dan geen sprake is geweest van een schenking en bij een overlijden erfbelasting aanrekenen op het volledige vermogen." Een coöperatieve vennootschap of een gewonevennootschap is ook een optie, al zijn de administratieve verplichtingen daar nog iets zwaarder dan voor de maatschap."Bij een vennootschap met rechtspersoonlijkheid komt vennootschapsbelasting kijken. De maatschap is fiscaal transparant, zodat de aandeelhouders gewoon belasting moeten betalen op hun deel van de inkomsten via de personenbelasting", voegt Matthieu Janssens toe. "Voor ondernemers die al heel hun professionele leven gewend zijn met een vennootschap te werken, is het maar een kleine stap ook het familiale vermogen in een vennootschap onder te brengen. Vaak zullen ze een vennootschap boven een bestaande managementvennootschap plaatsen voor het privégedeelte van hun vermogen." Als er geen operationele activiteiten in een vennootschap zitten, maar enkel aandelen in dochtervennootschappen, dan spreken we over een holding. "Als het om minder dan een half miljoen euro gaat, wegen de kosten van zo'n structuur meestal niet op tegen de voordelen. Ik zou zelfs zeggen dat 1 à 2 miljoen euro aan vermogen het minimum is om kostenefficiënt een maatschap op te richten. Maar het is moeilijk er bedragen op te kleven. Je moet het geval per geval bekijken", aldus Matthieu Janssens. "Voor een stichting zou ik doorgaans zeggen dat je minstens 10 miljoen euro aan vermogen moet hebben." Een stichting is een speciale rechtsvorm met rechtspersoonlijkheid. "De Belgische private stichting kan zeer nuttig zijn om bepaalde familiale belangen te beschermen, zoals patrimonium of zorgbehoevenden. Families kunnen ook kiezen voor de Nederlandse stichting met certificering en administratievoorwaarden. Vroeger kozen vermogende families vaak voor die 'kaasroute', omdat het kader hier nog niet bestond, maar nu kunnen beide stichtingen met elkaar concurreren. Ze hebben elk hun voor- en nadelen", weet Stremersch. De stichtende families Boone en Stevens beheren bijvoorbeeld nog steeds de helft van de aandelen van de koekjesfabrikant Lotus Bakeries via een Nederlandse STAK of Stichting Administratiekantoor. De aandelen van het bedrijf staan op de balans van de stichting en de familieleden krijgen in ruil voor hun aandelen in het bedrijf certificaten met economische rechten van de stichting. De certificaathouders krijgen bijvoorbeeld de dividenden die het bedrijf uitkeert of bij een verkoop van hun certificaten krijgen ze de waarde van de aandelen uitbetaald. De visie van de stichtende familie is verankerd en de bestuurders van de stichting voeren die uit. "De organisatie is een pak zwaarder dan bij een maatschap en er komen meer regels bij kijken, maar het controlevoorbehoud wordt juridisch nog sterker verankerd", stelt Janssens.