Het Brusselse huis Jean Elsen & ses Fils is een grote naam in antieke munten. Het is het belangrijkste veilinghuis voor munten in de Benelux en een van de belangrijkste in Europa. Het wordt gerund door Philippe en Olivier Elsen. Volgens hen is die markt heel stabiel. "In België zijn een paar duizend gepassioneerde en toegewijde verzamelaars. Die kring werd door de jaren nauwelijks groter, maar sinds de crisis van 2008 zijn die verzamelaars wel veel actiever", zegt Philippe Elsen.
...

Het Brusselse huis Jean Elsen & ses Fils is een grote naam in antieke munten. Het is het belangrijkste veilinghuis voor munten in de Benelux en een van de belangrijkste in Europa. Het wordt gerund door Philippe en Olivier Elsen. Volgens hen is die markt heel stabiel. "In België zijn een paar duizend gepassioneerde en toegewijde verzamelaars. Die kring werd door de jaren nauwelijks groter, maar sinds de crisis van 2008 zijn die verzamelaars wel veel actiever", zegt Philippe Elsen. Wat vinden zij belangrijk? "De zeldzaamheid en de kwaliteit bepalen de waarde van een munt", zegt Philippe Elsen. "De kwaliteit van de gravure kan die in een artistiek meesterwerkje veranderen. Als een munt zeldzaam en van goede kwaliteit is, zullen er altijd kopers te vinden zijn die een correcte prijs willen betalen, in alle segmenten van de markt." De leeftijd van de munten speelt geen doorslaggevende rol, volgens de broers. Op hun jongste veiling in september werd een Belgische munt van 10 frank, geslagen in 1912, geveild voor 6500 euro. Tijdens dezelfde veiling gingen verscheidene munten uit het oude Griekenland onder de hamer voor minder dan 100 euro. Nochtans waren die Griekse munten nog in heel goede staat. De Belgische munt was van goud, de Griekse munten waren dat niet. Een leek zou denken dat gouden munten meer waard zijn dan munten in een ander metaal. "Voor verzamelaars is dat niet noodzakelijk zo", stelt Philippe Elsen. "Als gouden munten meer waard zijn, komt dat vooral omdat ze schaarser zijn dan zilveren of bronzen munten. Voor een gepassioneerde numismaticus is het metaal van de munt niet zo relevant." De Belgische munt van 6500 euro droeg de beeltenis van koning Albert I en werd bij wijze van test gemaakt. Ze is nooit in circulatie gebracht en deels daardoor ook zo goed als nieuw - fleur de coin in het numismatische jargon. Ze wisselde niet van hand zoals andere munten. Maar die munt verbleekt nog bij sommige andere munten die in september onder de hamer gingen. Een ducaton uit de Zuidelijke Nederlanden die dateert van 1698, werd vooraf geschat op 75.000 euro, maar de veilingmeester klopte die af op 165.000 euro. Ze bevat 44 gram goud. "Dat ceremoniële muntstuk is nooit in omloop geweest en even nieuw als de dag dat het vanonder de pers kwam", legt Philippe Elsen uit. "De munten werden in heel kleine aantallen geslagen en uitgedeeld aan hoogwaardigheidsbekleders. De conditie en de zeldzaamheid waren uitzonderlijk." Volgens Roselyne Dus, een specialiste in antieke munten van hetzelfde veilinghuis, zijn beleggingen in munten betrouwbaarder dan andere beleggingen. "Er zijn ook rages, zoals op alle markten. Soms zijn zilveren munten meer in trek, dan weer is brons populairder. Maar het effect van die trends op de prijzen blijft vrij klein." Toch zijn er ooit spectaculaire prijsbewegingen geweest in Russische en Chinese munten. De Russische oligarchen begonnen in de jaren negentig schilderijen van Russische kunstenaars te repatriëren, net zoals iconen en Fabergé-eieren gemaakt in opdracht van Russische tsaren. Ze deden hetzelfde met verzamelmunten van Russische makelij en dreven de prijzen op. Tien jaar geleden werden maatregelen genomen om de kapitaalvlucht in te dammen, waardoor de prijzen weer met 20 à 30 procent daalden. Met Chinese munten gebeurde iets vergelijkbaars, maar met minder uitgesproken prijsschommelingen tot gevolg. Er is nog een ander factor die de prijs kan opdrijven: de herkomst. Munten uit prestigieuze collecties, zoals die van de Brusselse zakenman Robert Sussmeyer, zijn meer waard. Sussmeyer had een prachtige collectie Griekse munten die in 2007 werd verkocht. Olivier Elsen merkt op dat de kinderen van verzamelaars zelden de passie voor oude munten delen. De collecties worden bijna altijd verkocht door de erfgenamen of de verzamelaar zelf. De verzamelaar geeft er vaak de voorkeur aan een zekere controle te behouden om te voorkomen dat de munten in de vergetelheid verdwijnen. Heel oude muntstukken hebben vaak geleden onder de tijd. De decoraties zijn versleten, de letters minder leesbaar. Ze hebben soms een te grondige poetsbeurt ondergaan bij hun ontdekking, nadat ze eeuwenlang begraven waren, voegt Roselyne Dus toe. Dat verklaart de lage prijzen. Er is het extreme geval van 64 munten uit het koninkrijk Macedonië die dateren uit de vierde eeuw voor Christus, die verkocht werden voor slechts 180 euro. "De toestand waarin de munten zich bevinden maakt een groot verschil", benadrukt Roselyne Dus. "Er zijn veel Romeinse denarii en sestertiën, maar die zijn zelden in een uitstekende staat. Is dat wel zo, dan kunnen daarvoor veel hogere prijzen worden gevraagd. Zo ging een denarius met het portret van Julius Caesar bij de veiling in september voor 10.000 euro onder de hamer, vier keer de geschatte waarde." De munten uit de hoge middeleeuwen, meer bepaald de periode 800 tot 1200, zijn mogelijk ondergewaardeerd. Er was in die periode een schaarste aan metalen, waardoor er geen munten in goud meer werden geslagen en er vooral hele kleine munten werden uitgegeven. De kwaliteit van de versieringen is ook minder. In de late middeleeuwen keerden de gouden en meer esthetische munten terug. Vooral de propagandamunten, waarop de koning op zijn troon werd afgebeeld of terwijl hij zijn troepen aanvuurde, maakten toen opgang. "Ook voor munten uit het Belgische Gallië is er wisselende belangstelling", merkt Roselyne Dus op. "Die munten zijn moeilijk te identificeren, omdat ze niet worden vermeld in historische documenten. Aan de hand van de vindplaats kun je wel de waarschijnlijke geschiedenis van de munt achterhalen." Een kwart van een heel zeldzame stater uit de tweede eeuw voor Christus werd op 18 september verkocht voor 2200 euro, minder dan de geschatte waarde van 2500 euro. Een ander kwart van een stater werd geschat op 500 euro en rijfde 3000 euro binnen. In maart ging een stater van 2 gram goud over de toonbank voor 11.000 euro, meer dan het dubbele van de geschatte waarde. En in 2013 haalde een klein stukje van een gouden aureus, met de afbeelding van de Gallische keizer Postumus, de zotte prijs van 230.000 euro. Het was een unieke kopie, tot dan volledig onbekend, van een uitzonderlijke graveerkwaliteit. Die wisselende prijzen maken het wel moeilijk voor beleggers die een snelle slag denken te slaan in de heel gevarieerde en boeiende wereld van de antieke munten.