De bank reageert hiermee volgens Gert De Mesure op de vooruitzichten voor een lagere economische groei en lagere inflatie ten gevolge van de zwakke huizenmarkt en van een zwakkere arbeidsmarkt.

Ze verwijst tevens naar de globale wereldeconomie die neerwaartse druk uitoefent op de Australische economie, enerzijds door de zware besparingsmaatregelen in Europa, anderzijds door een lagere vraag naar grondstoffen vanuit China.

In een ruimer perspectief bekeken

Deze groeivertraging moet in een ruimer perspectief bekeken worden.

Zo kwam Australië relatief ongeschonden uit de financieel-economische crisis van 2008 doordat de Australische banken slechts beperkt getroffen werden door de Amerikaanse subprimecrisis.

In een tweede fase kon Australië ten volle profiteren van het sterke economische herstel van China door de export van grondstoffen zoals ijzererts en steenkool.

Die sterke economische groei leidde vanaf begin 2010 tot een inflatie-opstoot (in 2010 2,9%, in 2011 3,3%) die de RBA probeerde te counteren door een geleidelijke verhoging van haar rente (van 3% naar 4,75%).

De combinatie van hoge economische groei en toenemende inflatie duwden tevens de lange-termijnrente op Australische staatsobligaties naar boven die zich in de periode 2010-2011 tussen de 5% en 6% situeerde.

De lagere inflatieverwachtingen gevolgd door 2 rentedalingen van de RBA, leidden tot een vrije val van de rente op 10-jarig Australische staatspapier, alsook van de rendementen op bedrijfsobligaties in Australische dollar. Vandaag bedraagt het rendement op 10-jarige Australische staatsobligaties nog 3,56%.

Dubbele winst

Tegen de achtergrond van een sterke Australische economie, hogere rentevoeten en een hoge inflatie tegenover een zwakke Europese economie en historisch lage rentevoeten, hoeft het niet te verbazen dat de Australische dollar sterk appreciëerde tegenover de euro in de periode 2009-2011.

Beleggers die in obligaties in Australische dollar belegden, wonnen dus tweemaal: een eerste maal door de hoge rente, een tweede maal door de versteviging van de munt.

Maar de situatie keert dus. Door de sterker dan verwachte daling van de rente door de Australische centrale bank is de Australische dollar geleidelijk aan het verzwakken tegenover de euro.

Europese beleggers hebben deze zwakte volledig kunnen opvangen door koerswinsten van hun obligaties door de daling van de lange-termijnrente, maar dit effect dooft geleidelijk aan uit, terwijl een verdere verzwakking van de Australische dollar tegenover de euro niet uit te sluiten is.

Terwijl vroeger beleggingen in Australische dollar van een hogere rente profiteerden, is dit vandaag volgens Gert De Mesure niet langer het geval.

Zijn conclusie is dan ook dat beleggers vandaag beter winst nemen op hun beleggingen in Australische dollar en ook geen nieuwe posities meer innemen vandaag tot nader order.

De bank reageert hiermee volgens Gert De Mesure op de vooruitzichten voor een lagere economische groei en lagere inflatie ten gevolge van de zwakke huizenmarkt en van een zwakkere arbeidsmarkt. Ze verwijst tevens naar de globale wereldeconomie die neerwaartse druk uitoefent op de Australische economie, enerzijds door de zware besparingsmaatregelen in Europa, anderzijds door een lagere vraag naar grondstoffen vanuit China. In een ruimer perspectief bekeken Deze groeivertraging moet in een ruimer perspectief bekeken worden. Zo kwam Australië relatief ongeschonden uit de financieel-economische crisis van 2008 doordat de Australische banken slechts beperkt getroffen werden door de Amerikaanse subprimecrisis. In een tweede fase kon Australië ten volle profiteren van het sterke economische herstel van China door de export van grondstoffen zoals ijzererts en steenkool. Die sterke economische groei leidde vanaf begin 2010 tot een inflatie-opstoot (in 2010 2,9%, in 2011 3,3%) die de RBA probeerde te counteren door een geleidelijke verhoging van haar rente (van 3% naar 4,75%). De combinatie van hoge economische groei en toenemende inflatie duwden tevens de lange-termijnrente op Australische staatsobligaties naar boven die zich in de periode 2010-2011 tussen de 5% en 6% situeerde. De lagere inflatieverwachtingen gevolgd door 2 rentedalingen van de RBA, leidden tot een vrije val van de rente op 10-jarig Australische staatspapier, alsook van de rendementen op bedrijfsobligaties in Australische dollar. Vandaag bedraagt het rendement op 10-jarige Australische staatsobligaties nog 3,56%. Dubbele winst Tegen de achtergrond van een sterke Australische economie, hogere rentevoeten en een hoge inflatie tegenover een zwakke Europese economie en historisch lage rentevoeten, hoeft het niet te verbazen dat de Australische dollar sterk appreciëerde tegenover de euro in de periode 2009-2011. Beleggers die in obligaties in Australische dollar belegden, wonnen dus tweemaal: een eerste maal door de hoge rente, een tweede maal door de versteviging van de munt. Maar de situatie keert dus. Door de sterker dan verwachte daling van de rente door de Australische centrale bank is de Australische dollar geleidelijk aan het verzwakken tegenover de euro. Europese beleggers hebben deze zwakte volledig kunnen opvangen door koerswinsten van hun obligaties door de daling van de lange-termijnrente, maar dit effect dooft geleidelijk aan uit, terwijl een verdere verzwakking van de Australische dollar tegenover de euro niet uit te sluiten is. Terwijl vroeger beleggingen in Australische dollar van een hogere rente profiteerden, is dit vandaag volgens Gert De Mesure niet langer het geval. Zijn conclusie is dan ook dat beleggers vandaag beter winst nemen op hun beleggingen in Australische dollar en ook geen nieuwe posities meer innemen vandaag tot nader order.