Er zijn wereldwijd 3,1 miljoen aandelenindexen, terwijl er minder dan 45.000 bedrijven op de beurs noteren. Je kunt het zo gek niet bedenken, of er bestaat een index voor. Er zijn indexen die aandelen groeperen uit bepaalde regio's, rond bepaalde thema's of op basis van het dividendrendement, of die bestaan uit bedrijven die inspelen op de vergrijzing of vooroplopen in de automatisering. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat er ook indexen bestaan waarin enkel ondernemingen staan die genderdiversiteit hoog in het vaandel dragen.

Een index kan verscheidene bestaansredenen hebben. Hij kan dienen als vergelijkingsbasis, waaraan actief beheerde beleggingsfondsen het succes of het falen van hun beleggingsstrategie jaar na jaar kunnen afmeten. Een index kan ook een korf aandelen zijn, waarop beleggingsproducten worden geënt. Een tracker kan bijvoorbeeld de prestaties van een index kopiëren door in de aandelen te investeren.

De studies

Er zijn door de jaren verscheidene studies verschenen, die aantonen dat er een positieve correlatie is tussen de financiële prestaties van bedrijven en het aantal vrouwen in leidinggevende posities. Correlatie betekent niet noodzakelijk dat er een oorzakelijk verband is, maar een goede investering en een goed diversiteitsbeleid lijken wel hand in hand te gaan.

Zo is er een studie van het onderzoeksbureau McKinsey Global Institute, die dat thema zowel op het macro-economische als het micro-economische niveau heeft onderzocht. Volgens McKinsey kan de wereldeconomie tegen 2025 met 12.000 miljard dollar groeien, als evenveel vrouwen buitenshuis aan de slag zijn als mannen. McKinsey vertrekt van de vaststelling dat de helft van de bevolking op beroepsleeftijd bestaat uit vrouwen, terwijl vrouwen slechts voor 37 procent bijdragen aan het bruto binnenlands product (bbp). Vrouwen maken nauwelijks 40 procent van de werkende bevolking uit en bekleden slechts 25 procent van de managementfuncties.

McKinsey beoordeelt de organisatie van bedrijven op basis van negen criteria, waaronder de kwaliteit van het leidinggevende team en de capaciteit om duidelijk te communiceren over de visie van het bedrijf en richting te geven. McKinsey kwam tot de vaststelling dat bedrijven die goed scoren op die negen criteria doorgaans betere financiële prestaties neerzetten. Daarna kwam de vaststelling dat bedrijven met minstens drie vrouwen in het directiecomité gemiddeld significant beter scoren dan bedrijven zonder vrouwen aan de top. Een mogelijke verklaring is dat mannen een andere leiderschapsstijl hebben, die minder succesvol is.

De denktank Credit Suisse Research Institute kwam in een analyse tot de conclusie dat bedrijven met vrouwen in leidinggevende functies niet enkel meer operationele winst boeken, maar ook beter presteren op de beurs. Volgens Credit Suisse is er een duidelijk bewijs dat bedrijven met een hoger percentage vrouwen in leidinggevende posities niet alleen meer rendement op het eigen vermogen genereren, maar ook een minder hoge schuldgraad hebben.

De indexen

De Amerikaanse indexenleverancier MSCI heeft indexen met ' empowering women' en ' world women's leadership' in de naam. Stoxx berekent de Global Women Leadership Select 30 Index, die gevuld is met bedrijven die relatief veel vrouwen in hun raad van bestuur laten zetelen. De Zwitserse indexenleverancier heeft sinds een halfjaar een Europese en een wereldwijde index in zijn gamma, de iStoxx Europe Diversity Impact Select 30 Index en de iStoxx Global Diversity Impact Select 30 Index, waarin bedrijven een plekje kunnen verdienen als ze een beleid voeren om discriminatie op de werkvloer tegen te gaan en diversiteit te promoten. In de Europese index zitten twee Belgische aandelen: bpost en Proximus. Ook de Frans-Belgische nutsgroep Engie behoort daartoe.

Bedrijven met vrouwen in leidinggevende functies boeken niet enkel meer operationele winst, maar presteren ook beter op de beurs.

Om die bedrijven te selecteren vertrekt Stoxx van de scores van Sustainalytics, een bureau dat is gespecialiseerd in onderzoek naar ESG-criteria. Het gaat hier vooral om de G, die staat voor corporate governance of deugdelijk bestuur. De E en S staan voor de impact op milieu (environmental) en maatschappij (social).

De producten

Stoxx werkt samen met de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs, die allerlei gestructureerde producten op die indexen heeft geënt. Die worden via Belgische vermogensbeheerders ook verkocht aan particuliere beleggers. Zo is Merit Capital onlangs gestart met de commercialisering van zo'n product. AG Insurance en BNP Paribas Fortis hebben ook zo'n beleggingsproduct in hun gamma.

Stoxx hanteert nog andere selectiecriteria dan genderdiversiteit voor zijn indexen: hoge liquiditeit, lage volatiliteit én een hoog dividendrendement. Die liquiditeit is nodig, zodat de zakenbank de aandelen en de opties op die aandelen vlot kan kopen. Met opties kunnen de ontwikkelaars zich indekken tegen een val van de aandelen. Het dividendrendement is nodig om producten met een kapitaalbescherming te construeren. De eindbeleggers krijgen alleen de koersstijging van de aandelen en niet de uitgekeerde dividenden.

Het opwaartse potentieel van de gestructureerde producten met een kapitaalbescherming is beperkt. Wie geen risico wil nemen, mag ook geen rendement verwachten. Maar beleggers zijn blijkbaar bereid een stuk financieel rendement op te geven voor meer maatschappelijk rendement. Als ze het gevoel hebben dat ze meehelpen een betere wereld te creëren, vinden ze het minder erg dat hun geld amper iets opbrengt.

Doe het zelf

In theorie kunnen particuliere beleggers die beleggingsstrategie op eigen houtje losjes kopiëren. Het voordeel is dat de uitgekeerde dividenden dan wel op hun rekening komen. Het nadeel is dat er dan geen enkele garantie is. De samenstelling van de indexen van Stoxx is toegankelijk voor het publiek op de website van de indexenbouwer, maar het gewicht van de aandelen in die index niet. Het is hoe dan ook belangrijk voldoende te diversifiëren.

Er zijn regels in het indexreglement om te vermijden dat één aandeel te veel gewicht krijgt. Zo mag een aandeel slechts 10 procent van de index uitmaken. Maar de focus op het dividendrendement zorgt er wel voor dat een aantal sectoren oververtegenwoordigd is in de diversiteitsindexen. Het gaat om de traditionele dividendaandelen in de farma- en de nutssector, banken en telecombedrijven.