De bekende econoom Herbert Stein stond sceptisch tegenover de sombere wetenschap, zoals economie soms wordt genoemd. Wat economen weten, zei hij, is eigenlijk weinig meer dan een lijst van dingen die niet eeuwig kunnen blijven duren.

Wie de vooruitzichten voor 2019 overloopt, zal wel enkele dingen vinden die op hun laatste benen lopen. Bovenaan de meeste lijstjes staat ongetwijfeld de haussemarkt in de Verenigde Staten. De S&P 500-lijst van belangrijkste aandelen is sinds 2009 verviervoudigd in waarde. De leidende Amerikaanse aandelen hebben het veel beter gedaan dan de aandelen uit de groeimarkten of Europa. Dat verschil weerspiegelt grotendeels de kracht van de Amerikaanse economie. Wie dan beweert dat die bovenmaatse prestatie niet eeuwig kan blijven duren, zegt eigenlijk niet zoveel. Investeerders willen vooral weten hoe snel het voorbij zal zijn en wat het einde precies zal veroorzaken.

De kans dat de convergentie tot stand komt, stijgt omdat beleggers ervan uitgaan dat het niet zal gebeuren.

Er zijn twee visies. Het eerste, voorzichtige scenario komt erop neer dat de Verenigde Staten en de rest van de wereld weer op hetzelfde niveau zullen komen omdat de VS terugvallen. De Amerikaanse aandelenmarkt is duur. De economie heeft een lange expansie gekend. De groei van het bbp zal vertragen naarmate de stimulering van de belastingverminderingen van 2018 uitdooft.

Het risico wordt groter dat de Federal Reserve, die de rentevoeten gestaag opdrijft, de economie in een recessie zal storten. De rest van de wereld ziet er nog kwetsbaarder uit. De groeimarkten zitten in het slop. De eurozone blijft vatbaar voor ongelukken en heeft nog altijd geen gemeenschappelijk mechanisme om met een fiscaal beleid haar economie te stutten. De Chinese economie is haar vaart kwijt. En de dreigende handelsoorlogen van president Trump hangen als donkere wolken boven de wereld.

Een tweede, optimistische visie stelt dat de convergentie er zal komen omdat de rest van de wereld zichzelf naar het Amerikaanse peil kan tillen. In die zienswijze zullen de Verenigde Staten een recessie vermijden omdat de Federal Reserve de risico's van een te streng monetair beleid kent. Deze visie erkent dat de groeimarkten onder druk staan, maar oordeelt dat slechts enkele geplaagd worden door inflatie en problemen met hun betalingsbalans. Het geloof overheerst dat veel meer dan verwacht vooruitgang komt in het delen van de risico's in de eurozone. Men wijst in deze visie ook op een voordeel van een dreigende handelsoorlog. Die zal de Chinese autoriteiten dwingen de economie te stimuleren. Nu al is het monetair beleid versoepeld en er zitten belastingverminderingen aan te komen.

Wat te kiezen

Over het algemeen lijken de beleggers de eerste visie te onderschrijven. Uit onderzoek door Bank of America Merrill Lynch blijkt dat het van november 2008 geleden is dat fondsbeheerders nog zo'n somber idee van de wereldeconomie hadden. Minder dan een kwart gelooft dat Europa en Azië de kloof zullen dichten door zelf te verbeteren. Een oude economische wijsheid wil dat haussemarkten na verloop van tijd krapper worden. Er bestaat een natuurlijke reflex om activa die slecht scoren links te laten liggen en dubbel in te zetten op activa die sterk presteren. Het onderzoek van Merrill Lynch toont aan dat investeerders effectief zo handelen. Ze houden liever vast aan Amerikaanse aandelen en mijden de groeimarkten.

Wellicht kunnen de beleggers hun geld beter op een heropleving van slabakkende markten zetten. Het is begrijpelijk dat ze op hun hoede zijn, maar dat maakt dat ze niet alert genoeg zijn om in te spelen op goed nieuws van de wereldeconomie. Meer nog, de kans dat de convergentie tot stand komt, stijgt omdat beleggers ervan uitgaan dat het niet zal gebeuren. Als de meeste investeerders al volop Amerikaanse aandelen gekocht hebben, zullen er minder kopers zijn om de prijzen van de activa nog op te drijven. Terwijl een beetje positief nieuws van bijvoorbeeld de groeimarkten de prijzen dramatisch kan doen stijgen. Om het anders te formuleren: niet-Amerikaanse aandelen zijn interessant, net omdat hun slechte kanten al te duidelijk zijn geworden.

Niet-Amerikaanse activa hebben ook de waardering in hun voordeel. De aandelen uit de eurozone en de groeimarkten zijn goedkoop, vergeleken met de Amerikaanse. Er is geen wet die zegt dat goedkope activa niet nog goedkoper kunnen worden. Daarvoor moet je misschien wel geduld oefenen, maar de kans is reëel dat het na verloop van tijd lucratiever zal zijn een gokje te wagen op niet-Amerikaanse aandelen.

Uiteindelijk zal de economie natuurlijk stilvallen. Ze kan niet aan één stuk blijven groeien, en dat zal ze ook niet doen. Maar om Stein te parafraseren: als we enkel inzetten op dingen die eeuwig meegaan, zullen we weinig inzetten. Investeerders worden voortdurend verrast door verschuivingen in economieën en op vermogensmarkten. De grote verrassing van 2019 zou weleens kunnen zijn dat de achtergebleven regio's hun achterstand beginnen goed te maken.

De auteur is Buttonwood-columnist van The Economist