Grote verschillen op obligatiemarkten tijdens eerste kwartaal

Bij obligaties waren de verschillen volgens Theodoor Gilissen Bankiers vorig kwartaal groot. De hoogste rendementen werden behaald door de opkomende markten, vooral door het inlopen van de risico-opslag. Bij Europese staatsleningen is het beeld tegengesteld aan die bij aandelen.

De hoogste rendementen werden juist behaald op Portugese, Italiaanse, Ierse en Belgische obligaties. Herstel van vertrouwen door de nieuwe regeringen en hulp van de ECB zijn voor deze trend verantwoordelijk. Op Duitse obligaties werd nog net een positief rendement gehaald. De Griekse staatsleningen leverden een dikke min op, omdat de betalingsregeling toch nog een

verdere afwaardering vergde.

Bedrijfsobligaties presteren beter dan staatsleningen

Bedrijfsobligaties presteerden beter dan staatsleningen, ruim 5% versus ruim 3%. Vooral de staatsleningen van de zwakkere Europese landen herstelden. Ten slotte waren de valutabewegingen in het eerste kwartaal vrij groot.

De Japanse yen daalde ruim 6% ten opzichte van de dollar. De euro steeg zelfs licht ten opzichte van de dollar en met name een aantal valuta uit Latijns-Amerika, zoals Mexico en Colombia stegen meer ten opzichte van de dollar.

Grote verschillen op obligatiemarkten tijdens eerste kwartaal Bij obligaties waren de verschillen volgens Theodoor Gilissen Bankiers vorig kwartaal groot. De hoogste rendementen werden behaald door de opkomende markten, vooral door het inlopen van de risico-opslag. Bij Europese staatsleningen is het beeld tegengesteld aan die bij aandelen. De hoogste rendementen werden juist behaald op Portugese, Italiaanse, Ierse en Belgische obligaties. Herstel van vertrouwen door de nieuwe regeringen en hulp van de ECB zijn voor deze trend verantwoordelijk. Op Duitse obligaties werd nog net een positief rendement gehaald. De Griekse staatsleningen leverden een dikke min op, omdat de betalingsregeling toch nog een verdere afwaardering vergde. Bedrijfsobligaties presteren beter dan staatsleningen Bedrijfsobligaties presteerden beter dan staatsleningen, ruim 5% versus ruim 3%. Vooral de staatsleningen van de zwakkere Europese landen herstelden. Ten slotte waren de valutabewegingen in het eerste kwartaal vrij groot. De Japanse yen daalde ruim 6% ten opzichte van de dollar. De euro steeg zelfs licht ten opzichte van de dollar en met name een aantal valuta uit Latijns-Amerika, zoals Mexico en Colombia stegen meer ten opzichte van de dollar.