De analisten van Rabobank maakten hun huiswerk en kwamen tot de volgende conclusie. Zolang de winstgevendheid van de ondernemingen niet aanzwengelt, valt er voor de goede huisvaders en -moeders op de aandelenmarkten weinig te verdienen.

Speculanten kunnen wel profiteren van tussentijdse koersuitspattingen, maar dat is niet echt een duurzame aanpak.

Ook grondstoffen, met uitzondering van goud, lijken in het huidige economische klimaat op weinig belangstelling te kunnen rekenen.
Aangezien hierdoor bovendien geen aanleiding wordt gegeven voor inflatie, zijn de opbrengsten van vastrentende rekeningen, zoals spaarboekjes en termijnrekeningen sterk teruggevallen.

Door de vlucht naar kwaliteit zijn tegelijkertijd de prijzen van de staatsobligaties de hoogte ingejaagd. Hierdoor brengt deze investeringsklasse eveneens amper een reëel rendement op.

Er rest de beleggers zodoende enkel het segment van de bedrijfsobligaties, zo merkt Rabobank op. Hier kan men tegenwoordig wel nog kiezen uit een gevarieerd aanbod met uiteenlopende opbrengsten.

Voor obligaties van ondernemingen met de beste rating moet weliswaar vaak een premie betaald worden. Maar wie iets minder risicoaversie heeft, kan op korte termijn in deze markt zijn gading vinden.

In tegenstelling tot aandelen hebben de meeste bedrijfsobligaties op de eindvervaldag een vaste uitbetaalwaarde. Tenzij de onderneming intussen failliet verklaard wordt, weet u dus op voorhand welk bedrag u aan het einde van de rit ontvangt.

Bovendien is de koersevolutie van bedrijfsobligaties minder afhankelijk van de evolutie in de winstgevendheid. De gelijkenis tussen bedrijfsobligaties en aandelen situeert zich op het niveau van de dividenden. Beide investeringsklassen genereren op vaste tijdstippen tussentijdse uitkeringen.

Toch pleiten recente ervaringen ook in dit geval in het voordeel van de bedrijfsobligaties. De laatste weken zag Rabobank namelijk heel wat ondernemingen snoeien in hun aandelendividenden. De intresten op bedrijfsobligaties blijven daarentegen buiten schot.

De analisten van Rabobank maakten hun huiswerk en kwamen tot de volgende conclusie. Zolang de winstgevendheid van de ondernemingen niet aanzwengelt, valt er voor de goede huisvaders en -moeders op de aandelenmarkten weinig te verdienen. Speculanten kunnen wel profiteren van tussentijdse koersuitspattingen, maar dat is niet echt een duurzame aanpak.Ook grondstoffen, met uitzondering van goud, lijken in het huidige economische klimaat op weinig belangstelling te kunnen rekenen. Aangezien hierdoor bovendien geen aanleiding wordt gegeven voor inflatie, zijn de opbrengsten van vastrentende rekeningen, zoals spaarboekjes en termijnrekeningen sterk teruggevallen. Door de vlucht naar kwaliteit zijn tegelijkertijd de prijzen van de staatsobligaties de hoogte ingejaagd. Hierdoor brengt deze investeringsklasse eveneens amper een reëel rendement op.Er rest de beleggers zodoende enkel het segment van de bedrijfsobligaties, zo merkt Rabobank op. Hier kan men tegenwoordig wel nog kiezen uit een gevarieerd aanbod met uiteenlopende opbrengsten.Voor obligaties van ondernemingen met de beste rating moet weliswaar vaak een premie betaald worden. Maar wie iets minder risicoaversie heeft, kan op korte termijn in deze markt zijn gading vinden. In tegenstelling tot aandelen hebben de meeste bedrijfsobligaties op de eindvervaldag een vaste uitbetaalwaarde. Tenzij de onderneming intussen failliet verklaard wordt, weet u dus op voorhand welk bedrag u aan het einde van de rit ontvangt. Bovendien is de koersevolutie van bedrijfsobligaties minder afhankelijk van de evolutie in de winstgevendheid. De gelijkenis tussen bedrijfsobligaties en aandelen situeert zich op het niveau van de dividenden. Beide investeringsklassen genereren op vaste tijdstippen tussentijdse uitkeringen. Toch pleiten recente ervaringen ook in dit geval in het voordeel van de bedrijfsobligaties. De laatste weken zag Rabobank namelijk heel wat ondernemingen snoeien in hun aandelendividenden. De intresten op bedrijfsobligaties blijven daarentegen buiten schot.