Dit zou erop kunnen duiden dat de aandeelhouders een economisch herstel zien welke door de kopers van bedrijfsobligaties niet wordt gezien.

Conclusie zou kunnen zijn dat de beleggers in aandelen te optimistisch zijn. Met de stellingname dat de obligatiemarkt groter is en dat derhalve deze markt een veel betere indicatie geeft dan de aandelen is dat misschien een terechte conclusie.

Maar er zijn volgens Steentjes een aantal andere redenen om het achterblijven van de bedrijfsleningen te verklaren. Allereerst is de bedrijfsobligatiemarkt zeer gefragmenteerd.

Daarnaast is in de huidige kredietcrisis gebleken dat de waarderingen moeilijk zijn. In sommige leningen wordt nauwelijks gehandeld.

Een klein aanbod kan de koers al met procenten laten dalen. Dit zorgt ervoor dat er soms wel heel vreemde waarderingen komen voor leningen.

Het kan zelfs voorkomen dat leningen van dezelfde debiteur sterk uiteenlopen. In normale marktomstandigheden worden dit soort verschillen door banken en hedgefunds via arbitrage weggehaald.

Men koopt dan de goedkope leningen en verkoopt de dure. Maar nogmaals herhaald dit zijn geen normale situaties. Dus zien we soms vreemde waarderingen.

Tot slot en wellicht de belangrijkste verklaring voor het achterblijven van de bedrijfsleningen is volgens Steentjes het enorme aanbod dat de afgelopen maanden is geweest.

Bedrijven met een zogenoemde investment grade rating hebben in het afgelopen jaar voor $ 377 mrd aan nieuwe leningen bij beleggers geplaatst. Een stijging van 88%.

De simpele economische wet is dat veel aanbod zorgt voor druk op de prijzen. Aan de andere kant is het aanbod van aandelen door de lage koersen gering. De recente emissie van $ 5 mrd van Goldman Sachs was de grootste van dit jaar.

Met dit in gedachten is het volgens Steentjes logisch dat de aandelenmarkten heftiger reageren op een mogelijk economisch herstel dan de bedrijfsleningenmarkt.

Men zou dan kunnen concluderen dat de grote stijging in deze markt nog moet komen. Beleggers in bedrijfsleningen zijn op dit moment wel heel somber gestemd over de kans dat de uitgeleende gelden terug worden betaald.

Volgens Moody's voldoet nu ruim 7% van de bedrijven niet aan haar betalingsverplichtingen. De kans is groot volgens de kredietbeoordelaar dat dit percentage zal gaan stijgen naar bijna
15%.

Een historisch hoog percentage. Hoe lang de recessie zal duren en dus hoe lang het faillissementpercentage hoog blijft is niet te voorspellen.

Maar het gegeven dat de meeste leningen worden verhandeld rond de 60 tot 70% geeft aan dat een hele zware recessie al sterk is ingeprijsd.

Met andere woorden ook al zullen twee tot drie jaar veel leningen niet worden terugbetaald de belegger die nu koopt loopt dan niet al te veel schade op.

Een simpel rekensommetje leert dat als de huidige rente van 10% en een omvalpercentage van 15% men over drie jaar nog 81% van het geld heeft dat geïnvesteerd heeft.

Terwijl men nu hier rond de 60%/70% voor betaalt. In het slechtste geval een rendement van 11% of minder dan 4% op jaarbasis. Maar als de economie veel beter gaat krijgt men superrendementen.

Dit zou erop kunnen duiden dat de aandeelhouders een economisch herstel zien welke door de kopers van bedrijfsobligaties niet wordt gezien. Conclusie zou kunnen zijn dat de beleggers in aandelen te optimistisch zijn. Met de stellingname dat de obligatiemarkt groter is en dat derhalve deze markt een veel betere indicatie geeft dan de aandelen is dat misschien een terechte conclusie. Maar er zijn volgens Steentjes een aantal andere redenen om het achterblijven van de bedrijfsleningen te verklaren. Allereerst is de bedrijfsobligatiemarkt zeer gefragmenteerd. Daarnaast is in de huidige kredietcrisis gebleken dat de waarderingen moeilijk zijn. In sommige leningen wordt nauwelijks gehandeld. Een klein aanbod kan de koers al met procenten laten dalen. Dit zorgt ervoor dat er soms wel heel vreemde waarderingen komen voor leningen. Het kan zelfs voorkomen dat leningen van dezelfde debiteur sterk uiteenlopen. In normale marktomstandigheden worden dit soort verschillen door banken en hedgefunds via arbitrage weggehaald.Men koopt dan de goedkope leningen en verkoopt de dure. Maar nogmaals herhaald dit zijn geen normale situaties. Dus zien we soms vreemde waarderingen. Tot slot en wellicht de belangrijkste verklaring voor het achterblijven van de bedrijfsleningen is volgens Steentjes het enorme aanbod dat de afgelopen maanden is geweest. Bedrijven met een zogenoemde investment grade rating hebben in het afgelopen jaar voor $ 377 mrd aan nieuwe leningen bij beleggers geplaatst. Een stijging van 88%. De simpele economische wet is dat veel aanbod zorgt voor druk op de prijzen. Aan de andere kant is het aanbod van aandelen door de lage koersen gering. De recente emissie van $ 5 mrd van Goldman Sachs was de grootste van dit jaar.Met dit in gedachten is het volgens Steentjes logisch dat de aandelenmarkten heftiger reageren op een mogelijk economisch herstel dan de bedrijfsleningenmarkt. Men zou dan kunnen concluderen dat de grote stijging in deze markt nog moet komen. Beleggers in bedrijfsleningen zijn op dit moment wel heel somber gestemd over de kans dat de uitgeleende gelden terug worden betaald. Volgens Moody's voldoet nu ruim 7% van de bedrijven niet aan haar betalingsverplichtingen. De kans is groot volgens de kredietbeoordelaar dat dit percentage zal gaan stijgen naar bijna 15%. Een historisch hoog percentage. Hoe lang de recessie zal duren en dus hoe lang het faillissementpercentage hoog blijft is niet te voorspellen. Maar het gegeven dat de meeste leningen worden verhandeld rond de 60 tot 70% geeft aan dat een hele zware recessie al sterk is ingeprijsd. Met andere woorden ook al zullen twee tot drie jaar veel leningen niet worden terugbetaald de belegger die nu koopt loopt dan niet al te veel schade op. Een simpel rekensommetje leert dat als de huidige rente van 10% en een omvalpercentage van 15% men over drie jaar nog 81% van het geld heeft dat geïnvesteerd heeft. Terwijl men nu hier rond de 60%/70% voor betaalt. In het slechtste geval een rendement van 11% of minder dan 4% op jaarbasis. Maar als de economie veel beter gaat krijgt men superrendementen.