Gaan millennials anders met geld om dan babyboomers? We laten hen graag zelf aan het woord. Anneleen De Bonte was 10 jaar huisarts en is projectmanager bij Blenders, een incubator voor innovatieprojecten met een positieve maatschappelijke impact. Tussen 2016 en 2019 werkte ze bij Fairfin aan een duurzaam pensioen voor zelfstandige zorgverleners.
...

Onlangs werd ik gebeld door een doctorandus van de universiteit van Luik. Hij bestudeert het proces dat leidde tot de herziening van de criteria voor het Towards Sustainability-label. Dat label, in het leven geroepen door de bankenkoepel Febelfin, wil een ambitieuze minimumstandaard zetten voor de ethiek en de duurzaamheid van financiële producten. De onderzoeker vroeg of hij me enkele vragen mocht stellen over het verloop van de adviescommissies van het Central Labelling Agency (CLA) waaraan ik deelnam. Het was hem opgevallen dat de herziene criteria strenger waren dan de vorige, terwijl de stakeholderconsultatie die aan het herzieningsproces voorafging, aan het licht had gebracht dat geen van de financiële instellingen een verstrenging zag zitten. Het was de eerste keer dat ik een enigszins positief gevoel kreeg over de intensieve zittingen van de commissie. Tot dan had ik vooral gevoeld hoe lastig mijn rol is: de belangen van de planeet en haar kwetsbaarste bewoners verdedigen in een omgeving van financiële actoren. De meeste vertegenwoordigers uit het bank- en verzekeringswezen zijn zich bewust van de grote sociale en ecologische uitdagingen, maar ze hebben nog een belangrijkere agenda: de haalbaarheid van de criteria voor hun instelling bewaken. Degenen die geen ander belang dan planet and people vertegenwoordigen, zijn in de minderheid in de commissie van het Central Labelling Agency. Meerdere ngo's bedanken voor de functie: het is tijdrovend, hun inbreng leidt tot een heel beperkte vooruitgang, waarna hun naam vervolgens wel wordt verbonden aan een eindresultaat dat naar hun eigen standaarden ruimschoots onbevredigend is. Bovendien is de materie behoorlijk technisch, waardoor je heel wat studietijd nodig hebt om mee te kunnen in de discussie - en dan nog. Die tijd wordt niet vergoed als je niet door een commerciële instelling wordt uitgezonden. Het hooggespecialiseerde en met jargon beladen discours van financiële professionals, met een sterk instituut achter zich, klinkt al snel superieur tegenover de simpele spijker waar de academische en de ngo-collega's op moeten blijven slaan: de humanitaire en planetaire grenzen worden schromelijk overschreden en de tijd tikt weg. De bankenmensen zijn niet persoonlijk verantwoordelijk voor al wat misgaat; toch moeten we van hen eisen dat ze verantwoordelijkheid opnemen, om de eenvoudige reden dat zij het kunnen. Ze zitten dichter bij de knoppen dan de doorsneeburger, ze kunnen het niet allemaal oplossen, maar ze moeten duwen naar beter en sneller. "Het was toen professor Jean-Pascal van Ypersele, bekend van het VN-klimaatpanel, één keer deelnam aan de commissie dat ik besefte dat ik niet alleen was met dat ongemakkelijke gevoel. Nooit eerder hoorde ik zo'n wereldexpert zulke aarzelende en bescheiden inleiding geven op het punt dat hij wilde maken. Ook hij voelde zich in dit debat duidelijk niet comfortabel. Nochtans bleek zijn bijdrage van wezenlijk belang, want de lat ging omhoog. Het bezoek van Van Ypersele en het telefoontje van de onderzoeker hielpen me in te zien hoe belangrijk het kan zijn daar te blijven: op die plek waar het schuurt, waar je niet sterk staat, waar je ego geen schijn van kans maakt om zich op te pompen, waar je voortdurend twijfelt. Omdat precies daar nieuwe mogelijkheden ontstaan en betekenis wordt gemaakt doordat bestaande evenwichten worden uitgedaagd en dooreengeschud. Een collega wees me erop dat de Nederlandse filosoof Harry Kunneman daar een naam aan gaf: de Plek der Moeite. Dat is geen plek voor persoonlijke successen, voor instituten of voor ego's. In het geval van de commissie is het een plek waar je je al snel een soort Cassandra voelt: gedoemd om steeds dezelfde onheilspellende prognose te herhalen zonder ooit ernstig te worden genomen.Ondergetekende Cassandra hoopt maar één ding: dat ze, in tegenstelling tot haar mythologische voorgangster, ongelijk zal krijgen. Dat paradoxale genoegen is het waard om het nog even te blijven volhouden op de Plek der Moeite van de CLA-commissie.