De Europese beurzen hadden duidelijk last van hogerentekoorts. ASML nam een duik, omdat aandeelhouder Intel de nieuwe technologie van de Nederlanders nog niet klaar voor gebruik acht.

Centraal bankiers blijven de invloedrijkste personen op de marken, al spelen ze eigenlijk maar tweede viool. Bob Dudley, de voorzitter van de Federal Reserve in New York, liet dinsdag verstaan dat een renteverhoging in de VS in september zeker tot mogelijkheden behoort. Die aankondiging bleef ook op de Europese beurzen nazinderen. Na de brexit geloofden de meeste beleggers immers dat een verdere verstrakking van het Amerikaanse geldbeleid voor onbepaalde tijd in de koelkast was beland.

De eurostoxx50, de index die als de invloedrijkste vinger aan de pols bij de Europese belegger te boek staat, verloor 1,1 procent. Ook in Brussel was de sfeer bedrukt. De Bel-20 verloor aan het einde van de handelsdag 0,8 procent.

Veel nieuws viel er niet te rapen op de Brusselse beursvloer. De opvallendste beweging kwam van Agfa-Gevaert. De beeldvormingsgroep kon maandag uitpakken met een hernieuwde samenwerking met de Amerikaanse ministerie van Defensie, goed voor een tussenspurtje van 15 procent in twee dagen. Woensdag vonden beleggers het welletjes en stuurden ze het aandeel 5 procent lager.

Bij onze noorderburen zat er woensdag meer beweging in de koersen. Zo won ABN AMRO 2,5 procent na beter dan verwachte resultaten. De nettowinst bij de bank, die sinds november weer op het Damrak noteert, lag in het tweede kwartaal 10 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar, op 662 miljoen euro. Helemaal onderaan de resultatenrekening verdwijnt wel nog een flinke hap uit die winst. ABN AMRO zet eenmalig 271 miljoen euro opzij voor de compensatie van klanten die dure verzekeringen tegen een rentestijging kregen aangesmeerd. Een rentestijging die er nooit kwam.

Opvallend genoeg speelt de lage rente de bank nauwelijks parten. De rentemarge nam zelfs toe. En ook de inkomsten uit de traditionele bankactiviteit - spaargeld ophalen en kredieten verstrekken - stegen het afgelopen kwartaal met 5 procent. ABN AMRO nam ook minder voorzieningen dan verwacht tegen slechte leningen, een signaal dat de Nederlandse economie aan de beterhand is. Niet geheel onverwacht gezien het markttumult de voorbije maanden, stonden de commissie-inkomsten wel onder druk, maar in volatiele tijden wordt nu eenmaal minder gehandeld.

Hoofdzakelijk goed nieuws, lijkt het dus. En toch is ABN AMRO druk bezig zich te wapenen voor een onzekere toekomst. De bank gaat 200 miljoen euro besparen, vooral op de ondersteunende en controlerende diensten. Die knip in het personeelsbestand moet de kosten met een kwart terugdringen. En daarmee zijn de bezuinigingen nog niet achter de rug. Het management laat weten dat het op zoek is naar verdere bezuinigingen. Zo moet de bank op het juiste pad blijven om de doelstellingen te halen. Het voornaamste doel voor de belegger is dat ABN AMRO vanaf volgend jaar 50 procent van zijn winst wil uitkeren. Maar zolang hoeft de aandeelhouder niet te wachten: voor dit jaar komt er een interim-dividend van 0,4 procent.

De verliezer van de dag in Amsterdam was ASML (-5%). Beleggers reageerden ontstemd op het bericht dat zijn voornaamste klant Intel nog niet onmiddellijk wil overstappen naar de nieuwe generatie machines om chips te produceren op basis van ultraviolet licht. De Amerikaanse chipbakker wil eerst dat de laatste kinderziektes uit de nieuwe technologie verdwenen zijn, wat nog een aantal jaren kan duren. Opvallend, Intel is niet alleen klant maar ook aandeelhouder van de voormalige Philips-dochter. Het heeft dus geen belang het bedrijf te schaden door twijfel te zaaien over zijn nieuwe technologie.

De verklaring is vervelend voor ASML. Het bedrijf trekt nu al een tijd voluit de kaart van de nieuwe technologie, alleen willen de klanten vooralsnog niet volgen. Dat heeft mogelijk gevolgen voor de doelstellingen om tegen 2020 10 miljard euro omzet te halen en de winst te verdrievoudigen, prognoses die gemaakt zijn in de veronderstelling dat er een grote doorbraak van de nieuwe machines zou komen. Anderzijds hoeft uitstel geen afstel te betekenen, want Intel stelt de haalbaarheid van de nieuwe technologie ook niet fundamenteel ter discussie.