Sinds eind november is de overheidsrente op 10 jaar in Italië gedaald met 150 basispunten en in Spanje met bijna 200 punten.

Nog opmerkelijker is dat de afwijking van de Belgische, de Franse en de Oostenrijkse rente die zich op het einde van vorig jaar had afgetekend en waarvan men kon vrezen dat ze niet houdbaar zou zijn, een halt werd toegeroepen! Hoe kunnen we dat verklaren?

Anton Brender (Dexia Asset Management): "De overeenkomst die de regeringen op 9 december hebben gesloten, is een eerste element. De verbintenissen die werden aangegaan op het vlak van de begrotingsdiscipline zouden uiteindelijk misschien niet zozeer de ratingbureaus, dan toch wel de beleggers gerustgesteld hebben. Waarom? De bepalingen van het nieuwe 'fiscaal pact' zitten immers nog in de aankondigingsfase en er zijn nog voldoende obstakels voor de implementatie ervan om ze althans op dit ogenblik slechts een beperkt overtuigend karakter toe te dichten. Zou dit verbazingwekkende geruststellende effect dan het gevolg zijn van het feit dat de datum van de inwerkingtreding van het Europees stabiliteitsmechanisme met een jaar is vervroegd of van het feit dat er sprake is van mogelijke extra hulp aan de probleemlanden via het IMF? Daar kunnen we nog over twijfelen: na bijna twee jaar hebben de markten nu uiteindelijk begrepen dat het gemakkelijk is om met enkele honderden miljarden euro te schermen in een perscommuniqué, maar dat het veel moeilijker is om ze daadwerkelijk in de strijd te werpen!"

Blijft nog een andere mogelijke uitleg: het aanbod van de ECB aan de banken om hen gedurende drie jaar alles te lenen wat ze ook maar nodig hebben, heeft ongeveer hetzelfde resultaat opgeleverd als zeggen bereid te zijn evenveel overheidseffecten op te kopen als nodig is om er de koersen van te stabiliseren.

Het staat buiten kijf dat dat optreden gedurfd en doeltreffend was. Het is echter niet zeker dat men daar meer mee doet dan alleen maar tijd winnen.

Wat vandaag weegt op de koers van Europees overheidspapier is het enorme liquiditeits- en kredietrisico dat de houders van dit papier niet meer kunnen torsen.

Door die herfinancieringen heeft de ECB hen nu verlost van hun overdreven hoog liquiditeitsrisico - en zij zal in de toekomst ook blijven doen. Het kredietrisico blijft echter bestaan.

Voor een deel gaat dat risico weliswaar schuil achter een tweede effect, dat van veel minder mechanische aard is, nl. het optreden van de centrale bank.

Door tijd te winnen op een ogenblik dat velen dachten dat er geen meer over bleef, heeft de ECB de markten gedwongen hun eigen houding in twijfel te trekken.

Wie had gedacht dat de euro op een week tijd zou ontploffen, en een maand later vaststelt dat de eenheidsmunt er nog altijd is, zal normaal gesproken toch vragen stellen bij de deugdelijkheid van zijn redenering!"

Anton Brenders (Dexia AM): "Het probleem is dat het tweede effect geen duurzaam karakter kan hebben. Als er vandaag om de een of andere reden weer twijfel rijst over de solvabiliteit van de meest kwetsbare landen, zou op zijn minst een aantal mensen die schuldpapier van die landen in portefeuille hebben, dat papier van de hand willen doen om hun blootstelling aan het kredietrisico af te bouwen, ook al hebben ze geen liquiditeitsproblemen meer."

Sinds eind november is de overheidsrente op 10 jaar in Italië gedaald met 150 basispunten en in Spanje met bijna 200 punten. Nog opmerkelijker is dat de afwijking van de Belgische, de Franse en de Oostenrijkse rente die zich op het einde van vorig jaar had afgetekend en waarvan men kon vrezen dat ze niet houdbaar zou zijn, een halt werd toegeroepen! Hoe kunnen we dat verklaren? Anton Brender (Dexia Asset Management): "De overeenkomst die de regeringen op 9 december hebben gesloten, is een eerste element. De verbintenissen die werden aangegaan op het vlak van de begrotingsdiscipline zouden uiteindelijk misschien niet zozeer de ratingbureaus, dan toch wel de beleggers gerustgesteld hebben. Waarom? De bepalingen van het nieuwe 'fiscaal pact' zitten immers nog in de aankondigingsfase en er zijn nog voldoende obstakels voor de implementatie ervan om ze althans op dit ogenblik slechts een beperkt overtuigend karakter toe te dichten. Zou dit verbazingwekkende geruststellende effect dan het gevolg zijn van het feit dat de datum van de inwerkingtreding van het Europees stabiliteitsmechanisme met een jaar is vervroegd of van het feit dat er sprake is van mogelijke extra hulp aan de probleemlanden via het IMF? Daar kunnen we nog over twijfelen: na bijna twee jaar hebben de markten nu uiteindelijk begrepen dat het gemakkelijk is om met enkele honderden miljarden euro te schermen in een perscommuniqué, maar dat het veel moeilijker is om ze daadwerkelijk in de strijd te werpen!" Blijft nog een andere mogelijke uitleg: het aanbod van de ECB aan de banken om hen gedurende drie jaar alles te lenen wat ze ook maar nodig hebben, heeft ongeveer hetzelfde resultaat opgeleverd als zeggen bereid te zijn evenveel overheidseffecten op te kopen als nodig is om er de koersen van te stabiliseren. Het staat buiten kijf dat dat optreden gedurfd en doeltreffend was. Het is echter niet zeker dat men daar meer mee doet dan alleen maar tijd winnen. Wat vandaag weegt op de koers van Europees overheidspapier is het enorme liquiditeits- en kredietrisico dat de houders van dit papier niet meer kunnen torsen. Door die herfinancieringen heeft de ECB hen nu verlost van hun overdreven hoog liquiditeitsrisico - en zij zal in de toekomst ook blijven doen. Het kredietrisico blijft echter bestaan. Voor een deel gaat dat risico weliswaar schuil achter een tweede effect, dat van veel minder mechanische aard is, nl. het optreden van de centrale bank. Door tijd te winnen op een ogenblik dat velen dachten dat er geen meer over bleef, heeft de ECB de markten gedwongen hun eigen houding in twijfel te trekken. Wie had gedacht dat de euro op een week tijd zou ontploffen, en een maand later vaststelt dat de eenheidsmunt er nog altijd is, zal normaal gesproken toch vragen stellen bij de deugdelijkheid van zijn redenering!" Anton Brenders (Dexia AM): "Het probleem is dat het tweede effect geen duurzaam karakter kan hebben. Als er vandaag om de een of andere reden weer twijfel rijst over de solvabiliteit van de meest kwetsbare landen, zou op zijn minst een aantal mensen die schuldpapier van die landen in portefeuille hebben, dat papier van de hand willen doen om hun blootstelling aan het kredietrisico af te bouwen, ook al hebben ze geen liquiditeitsproblemen meer."