Als de Amerikaanse groei op een laag niveau blijft, zouden de vooruitzichten kunnen verslechteren door de overgevoeligheid van de obligatiemarkten voor schommelingen in de economische bedrijvigheid en het weinig voorspelbare gedrag van de Amerikaanse monetaire autoriteiten.

De Amerikaanse staatsobligatiemarkt is namelijk zo gevoelig geworden voor zelfs de kleinste schommeling in de economische bedrijvigheid, dat de rente bij het minste economische herstel overdreven sterk zou kunnen opveren.

Het ziet er echter niet naar uit dat een dergelijke grote stijging van de nominale rente in dit stadium van de cyclus gepaard zou gaan met een opvering van de inflatie (1,25% volgens de favoriete graadmeter van de FED).

De reële rente zou bijgevolg eveneens fors toenemen, wat een uitgesproken remmend effect zou hebben en de positieve invloed op het economische herstel deels teniet zou doen.

Maar gelet op een duurzaam lage inflatie heeft dit zwakke groeiscenario echter ook zijn voordelen. Omdat hierdoor de rente op een relatief laag niveau kan worden gehouden, versterkt deze situatie het welvaartseffect van het herstel van de vastgoedsector en de stijging van de beurzen, dat er sinds 2009 voor zorgt dat de Verenigde Staten een positieve economische groei boeken en tegelijkertijd hun totale schuldenlast kunnen verminderen.

Zo is de totale overheidsschuld sinds 2009 teruggevallen van 370% naar 345% van het bbp, terwijl de schulden van de huishoudens zijn gedaald van 135% naar 107% van het beschikbare inkomen. Geen enkel ander ontwikkeld land is daar na de crisis van 2008 in geslaagd.

Als de Amerikaanse groei op een laag niveau blijft, zouden de vooruitzichten kunnen verslechteren door de overgevoeligheid van de obligatiemarkten voor schommelingen in de economische bedrijvigheid en het weinig voorspelbare gedrag van de Amerikaanse monetaire autoriteiten. De Amerikaanse staatsobligatiemarkt is namelijk zo gevoelig geworden voor zelfs de kleinste schommeling in de economische bedrijvigheid, dat de rente bij het minste economische herstel overdreven sterk zou kunnen opveren. Het ziet er echter niet naar uit dat een dergelijke grote stijging van de nominale rente in dit stadium van de cyclus gepaard zou gaan met een opvering van de inflatie (1,25% volgens de favoriete graadmeter van de FED). De reële rente zou bijgevolg eveneens fors toenemen, wat een uitgesproken remmend effect zou hebben en de positieve invloed op het economische herstel deels teniet zou doen. Maar gelet op een duurzaam lage inflatie heeft dit zwakke groeiscenario echter ook zijn voordelen. Omdat hierdoor de rente op een relatief laag niveau kan worden gehouden, versterkt deze situatie het welvaartseffect van het herstel van de vastgoedsector en de stijging van de beurzen, dat er sinds 2009 voor zorgt dat de Verenigde Staten een positieve economische groei boeken en tegelijkertijd hun totale schuldenlast kunnen verminderen. Zo is de totale overheidsschuld sinds 2009 teruggevallen van 370% naar 345% van het bbp, terwijl de schulden van de huishoudens zijn gedaald van 135% naar 107% van het beschikbare inkomen. Geen enkel ander ontwikkeld land is daar na de crisis van 2008 in geslaagd.