Er ontstond volgens Carmignac een flinke schokgolf op de markten nadat Ben Bernanke de voorwaarden voor de afbouw van het Amerikaanse kwantitatieve verruimingsprogramma had afgeschilderd.

De markten werden overvallen door de ommezwaai van Bernanke, met name omdat hij nog maar twee maanden eerder het nut van verruimend monetair beleid voor de wereldeconomie benadrukte.

Er zijn niettemin verschillende verklaringen voor dit besluit. Ten eerste ontstaan in bepaalde segmenten van de markt voor hoogrentende obligaties zeepbellen.

Ten tweede is het vertrek van de voorzitter van de FED in januari 2014 aangekondigd.

Ten derde stijgen de inflatieverwachtingen voor de korte termijn, wat erop zou kunnen wijzen dat de FED achterloopt op de conjunctuur; dit zou een schokgolf op de obligatiemarkten kunnen veroorzaken.

Voorts beoogt het Japanse kwantitatieve-versoepelingsprogramma uitdrukkelijk de aankoop van buitenlandse activa. Deze vraag zou een minder sterke ondersteuning door de Federal Reserve op zijn minst gedeeltelijk kunnen compenseren.

Tenslotte zou de vermindering van de overheidsbezuinigingen vanaf het tweede kwartaal kunnen leiden tot een hoger groeitempo dan nu en één procentpunt kunnen toevoegen aan de onlangs gemeten groei van 1,8%.

In deze omstandigheden zou het steeds moeilijker te rechtvaardigen zijn dat de korte rente langdurig op nul wordt gehouden en de rente op obligaties door middel van het nog steeds lopend grootschalig kwantitatief versoepelingsprogramma kunstmatig laag wordt gehouden (onder 2%).

Er ontstond volgens Carmignac een flinke schokgolf op de markten nadat Ben Bernanke de voorwaarden voor de afbouw van het Amerikaanse kwantitatieve verruimingsprogramma had afgeschilderd. De markten werden overvallen door de ommezwaai van Bernanke, met name omdat hij nog maar twee maanden eerder het nut van verruimend monetair beleid voor de wereldeconomie benadrukte. Er zijn niettemin verschillende verklaringen voor dit besluit. Ten eerste ontstaan in bepaalde segmenten van de markt voor hoogrentende obligaties zeepbellen. Ten tweede is het vertrek van de voorzitter van de FED in januari 2014 aangekondigd. Ten derde stijgen de inflatieverwachtingen voor de korte termijn, wat erop zou kunnen wijzen dat de FED achterloopt op de conjunctuur; dit zou een schokgolf op de obligatiemarkten kunnen veroorzaken. Voorts beoogt het Japanse kwantitatieve-versoepelingsprogramma uitdrukkelijk de aankoop van buitenlandse activa. Deze vraag zou een minder sterke ondersteuning door de Federal Reserve op zijn minst gedeeltelijk kunnen compenseren. Tenslotte zou de vermindering van de overheidsbezuinigingen vanaf het tweede kwartaal kunnen leiden tot een hoger groeitempo dan nu en één procentpunt kunnen toevoegen aan de onlangs gemeten groei van 1,8%. In deze omstandigheden zou het steeds moeilijker te rechtvaardigen zijn dat de korte rente langdurig op nul wordt gehouden en de rente op obligaties door middel van het nog steeds lopend grootschalig kwantitatief versoepelingsprogramma kunstmatig laag wordt gehouden (onder 2%).