Anders dan wat de meesten misschien denken, is de song eigenlijk geen vrolijk nummer. Het contrast tussen de strofen en het leuke refrein is groot. Zo heeft Stromae het over 'Qui dit argent dit dépenses' (wie geld zegt, zegt uitgaven), 'Qui dit crédit dit créance' (wie krediet zegt, zegt schulden), 'qui dit dette dit huissier, qui dit assis dans la merde' (wie schulden zegt, zegt gerechtsdeurwaarder, zegt in de miserie zitten). Na nog wat ellende zoals echtscheidingen, rouw en crisissen komt de wending naar uitgaan en dansen, om alle problemen te vergeten.

De duur en de omvang van de beursklim sinds 2009 is de afgelopen eeuw zelden vertoond. Dat is des te opmerkelijker, omdat de wereldeconomie na de financiële crisis nooit meer op het niveau van voor die dramatische gebeurtenis is gekomen. De gemiddelde groei van de wereldeconomie bedraagt nog amper de helft van de periode ervoor. Een hele poos was slecht economisch nieuws zelfs goed nieuws voor de financiële markten, omdat er dan meer stimuli van de centrale banken kwamen. Die waren de drijfveer achter de beursklim. Dansen op de beursvloer, terwijl de economie in de touwen hing.

Steeds meer schulden

Zolang de marktparticipanten er vertrouwen in hadden dat het beleid van de centrale banken, met als speerpunten kwantitatieve versoepeling en later een negatieve rente, een oplossing bood voor de stagnerende wereldeconomie, was dat een zegen voor de westerse aandelenmarkten. Dat vertrouwen is onlangs echter afgebrokkeld. Want na ruim 600 renteverlagingen en 12.000 miljard dollar aan kwantitatieve versoepeling raakt de wereldeconomie er nog altijd niet echt bovenop. Sterker nog: voor dit jaar waarschuwde het Internationaal Monetair Fonds onlangs nog voor een wereldwijde stagnatie, na opnieuw een verlaging van de groeiprognose voor dit jaar. Dat doet de twijfels toenemen of de huidige aanpak wel de juiste is.

Bovendien is er een steeds grotere, negatieve impact van ongewenste nevenwerkingen. Een ervan is dat de schuldenlast op wereldniveau de jongste jaren alleen maar is toegenomen. Vooral in China is de schuldgraad enorm gestegen sinds 2009. Eind vorig jaar bedroegen de schulden van China ongeveer 240 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De privéschulden (vooral van bedrijven) zijn goed voor 200 procent van het bbp, de rest zijn overheidsschulden en die vallen nog mee. Ter vergelijking: de overheidsschuld voor de eurozone ligt in de buurt van 95 procent en voor de Verenigde Staten op 105 procent. Lage groei en hoge schulden blijft een gevaarlijke combinatie. Toch maar opletten dat na het dansfeest geen nieuwe kater volgt.