Deze tendens werd algemeen vastgesteld in Indonesië en Maleisië in de nasleep van een uitzonderlijk sterke productie in de tweede jaarhelft van 2012.

Hargy Oil Palms Ltd in Papoea-Nieuw-Guinea herstelde zoals verwacht van de uitzonderlijke natte weersomstandigheden van de eerste drie maanden van het jaar.

Voor het tweede kwartaal noteerde Sipef opnieuw een >10% stijging in de geproduceerde palmolievolumes, zodat de halfjaarproductie 3,6% boven het volume van juni 2012 uitkwam.

Dit is meteen de voornaamste reden voor de met 2,71% groeiende palmolievolumes voor de groep in het tweede kwartaal.

De Indonesische rubberactiviteiten, en vooral de Melania-plantage in Zuid-Sumatra, kenden een goed tweede kwartaal met stijgende volumes tegenover de al bevredigende producties van 2012.

Het herstel na de bladwissel verliep vlot, behalve voor Timbang Deli, een kleinere plantage in Noord-Sumatra, waardoor de volumes voor de Tolan Tiga groep per eind juni toch nog licht negatief waren (-2,67% tegenover juni 2012).

De rubberplantages van Papoea-Nieuw-Guinea hadden het veel moeilijker om hun productieritme terug te vinden na de uitzonderlijk hoge neerslagperiode in het eerste kwartaal en ook de aankopen van derden blijven beperkter dan verwacht.

De theeplantage Cibuni in Java bleef ook in het tweede trimester kampen met veel regendagen en gebrek aan zonneschijn, een

tendens die zich nu reeds enkele jaren doorzet en telkens de bladgroei gevoelig vertraagt.

Door ongunstige weersomstandigheden en kwaliteitsproblemen, vooral in de site van Motobé, bleven de productievolumes voor

bananen vanuit Ivoorkust gevoelig onder de verwachtingen, waardoor er ongeveer 1 500 ton (-11,7%) minder kon geëxporteerd

worden naar Europa.

Deze tendens werd algemeen vastgesteld in Indonesië en Maleisië in de nasleep van een uitzonderlijk sterke productie in de tweede jaarhelft van 2012. Hargy Oil Palms Ltd in Papoea-Nieuw-Guinea herstelde zoals verwacht van de uitzonderlijke natte weersomstandigheden van de eerste drie maanden van het jaar. Voor het tweede kwartaal noteerde Sipef opnieuw een >10% stijging in de geproduceerde palmolievolumes, zodat de halfjaarproductie 3,6% boven het volume van juni 2012 uitkwam. Dit is meteen de voornaamste reden voor de met 2,71% groeiende palmolievolumes voor de groep in het tweede kwartaal. De Indonesische rubberactiviteiten, en vooral de Melania-plantage in Zuid-Sumatra, kenden een goed tweede kwartaal met stijgende volumes tegenover de al bevredigende producties van 2012. Het herstel na de bladwissel verliep vlot, behalve voor Timbang Deli, een kleinere plantage in Noord-Sumatra, waardoor de volumes voor de Tolan Tiga groep per eind juni toch nog licht negatief waren (-2,67% tegenover juni 2012). De rubberplantages van Papoea-Nieuw-Guinea hadden het veel moeilijker om hun productieritme terug te vinden na de uitzonderlijk hoge neerslagperiode in het eerste kwartaal en ook de aankopen van derden blijven beperkter dan verwacht. De theeplantage Cibuni in Java bleef ook in het tweede trimester kampen met veel regendagen en gebrek aan zonneschijn, een tendens die zich nu reeds enkele jaren doorzet en telkens de bladgroei gevoelig vertraagt. Door ongunstige weersomstandigheden en kwaliteitsproblemen, vooral in de site van Motobé, bleven de productievolumes voor bananen vanuit Ivoorkust gevoelig onder de verwachtingen, waardoor er ongeveer 1 500 ton (-11,7%) minder kon geëxporteerd worden naar Europa.