Ondernemingen kochten concurrenten, bouwbedrijven kochten grondposities voor toen nog zeker lijkende ontwikkelingsplannen. Dergelijke aankopen gingen veelal gepaard met aanzienlijke goodwillbijschrijvingen, respectievelijk snel oplopende materiële activa op de balansen.

In een opgaande economie was dat geen probleem, maar bij het doornemen van de jaarverslagen die over 2012 zijn gepubliceerd, valt op dat er door de opvolgende crises bij diverse beursgenoteerde bedrijven in het afgelopen jaar substantiële afboekingen zijn gedaan.

Bouwbedrijven hebben afboekingen gedaan op de waarde van grondposities en bij diverse andere bedrijven zijn overnames afgewaardeerd.

Wat betekent zo'n afwaardering nou? Het geeft volgens Hartog in ieder geval stof tot kritische vragen tijdens de aankomende aandeelhoudersvergaderingen, en wat mij betreft ook over de impact hiervan op de beloningen van bestuurders.

Immers, het beloningsbeleid is erop gericht om de belangen van bestuurders en de andere stakeholders, onder wie de aandeelhouders, zoveel mogelijk gelijk te laten lopen.

Anders gezegd: het is een manier om bestuurders te motiveren om op de lange termijn en op een fatsoenlijke manier waarde te creëren.

Voor de waardecreatie in de voorafgaande jaren zijn ze meestal goed beloond. Op zich prima. Maar door voornoemde afboekingen is het eigen vermogen afgenomen en is er in één keer veel van die waarde weer verdwenen.

Je zou denken dat er dan ook iets zou moeten gebeuren met de beloning van bestuurders.

Toch is dat volgens Hartog zelden het geval. Wanneer bijvoorbeeld de variabele beloning is gekoppeld aan het bedrijfsresultaat voor bijzondere posten, dan hoeft een afboeking daar niet eens invloed op te hebben; die kan immers geboekt worden als een bijzondere last.

En als de afboekingen wel invloed hebben op de beloning, dan is dat voor bestuurders meestal maar één keer slikken. Voor aandeelhouders is het echter een tegenvaller van structurele aard; de intrinsieke waarde van het bedrijf is immers afgenomen.

In een enkel geval is met de afschrijving circa 30% van de intrinsieke waarde en zelfs meer dan de helft van de beurswaarde verdwenen. En dat is niet binnen een jaar hersteld!

Ondernemingen kochten concurrenten, bouwbedrijven kochten grondposities voor toen nog zeker lijkende ontwikkelingsplannen. Dergelijke aankopen gingen veelal gepaard met aanzienlijke goodwillbijschrijvingen, respectievelijk snel oplopende materiële activa op de balansen. In een opgaande economie was dat geen probleem, maar bij het doornemen van de jaarverslagen die over 2012 zijn gepubliceerd, valt op dat er door de opvolgende crises bij diverse beursgenoteerde bedrijven in het afgelopen jaar substantiële afboekingen zijn gedaan. Bouwbedrijven hebben afboekingen gedaan op de waarde van grondposities en bij diverse andere bedrijven zijn overnames afgewaardeerd. Wat betekent zo'n afwaardering nou? Het geeft volgens Hartog in ieder geval stof tot kritische vragen tijdens de aankomende aandeelhoudersvergaderingen, en wat mij betreft ook over de impact hiervan op de beloningen van bestuurders. Immers, het beloningsbeleid is erop gericht om de belangen van bestuurders en de andere stakeholders, onder wie de aandeelhouders, zoveel mogelijk gelijk te laten lopen. Anders gezegd: het is een manier om bestuurders te motiveren om op de lange termijn en op een fatsoenlijke manier waarde te creëren. Voor de waardecreatie in de voorafgaande jaren zijn ze meestal goed beloond. Op zich prima. Maar door voornoemde afboekingen is het eigen vermogen afgenomen en is er in één keer veel van die waarde weer verdwenen. Je zou denken dat er dan ook iets zou moeten gebeuren met de beloning van bestuurders. Toch is dat volgens Hartog zelden het geval. Wanneer bijvoorbeeld de variabele beloning is gekoppeld aan het bedrijfsresultaat voor bijzondere posten, dan hoeft een afboeking daar niet eens invloed op te hebben; die kan immers geboekt worden als een bijzondere last. En als de afboekingen wel invloed hebben op de beloning, dan is dat voor bestuurders meestal maar één keer slikken. Voor aandeelhouders is het echter een tegenvaller van structurele aard; de intrinsieke waarde van het bedrijf is immers afgenomen. In een enkel geval is met de afschrijving circa 30% van de intrinsieke waarde en zelfs meer dan de helft van de beurswaarde verdwenen. En dat is niet binnen een jaar hersteld!