Ad van Tiggelen (ING): "De gemiddelde dividendrendementen van aandelen in Europa bedragen bijna 4% en die dividenden groeien dit jaar naar verwachting ook nog eens met tenminste 10%. Beleggers zien zich echter met een ongewoon dilemma geconfronteerd. De meeste ondernemingen die een hoog rendement bieden (5% en meer), vertonen totaal geen groei."

Omgekeerd hebben ondernemingen met goede groeicijfers een laag rendement. Moeten beleggers zich nu richten op de hoogte van de dividendopbrengsten of op dividendgroei?

Een van de weinige sectoren die in het recente verleden een hoog dividend wisten te combineren met behoorlijke groei waren beursgenoteerde vastgoedmaatschappijen.

Geen wonder dus dat vastgoedaandelen in 2010 en in 2011 tot op heden veel beter hebben gepresteerd dan de internationale aandelenmarkten. Beleggers lopen warm voor de inherente combinatie van inkomsten en inflatiebescherming.

Van Tiggelen: "Maar als je kijkt naar de andere dividendkampioenen uit het verleden, is het duidelijk dat hun performance in veel gevallen achterblijft. In het geval van de financiële sector is dat begrijpelijk: de kredietcrisis heeft de dividenduitkeringen gedecimeerd en de vooruitzichten zijn nog steeds ongebruikelijk onzeker. Maar ook telecom- en nutsbedrijven hebben het relatief slecht gedaan. Op het eerste gezicht lijkt dat vreemd. Want waarom zouden beleggers ondernemingen met een investment grade-rating mijden als deze een dividendrendement bieden van 6% tot 8%, bijna twee keer zoveel als de rente op de obligaties die door diezelfde ondernemingen worden uitgegeven? Het antwoord luidt: zwakke groeivooruitzichten."

Ad van Tiggelen (ING): "De gemiddelde dividendrendementen van aandelen in Europa bedragen bijna 4% en die dividenden groeien dit jaar naar verwachting ook nog eens met tenminste 10%. Beleggers zien zich echter met een ongewoon dilemma geconfronteerd. De meeste ondernemingen die een hoog rendement bieden (5% en meer), vertonen totaal geen groei." Omgekeerd hebben ondernemingen met goede groeicijfers een laag rendement. Moeten beleggers zich nu richten op de hoogte van de dividendopbrengsten of op dividendgroei? Een van de weinige sectoren die in het recente verleden een hoog dividend wisten te combineren met behoorlijke groei waren beursgenoteerde vastgoedmaatschappijen. Geen wonder dus dat vastgoedaandelen in 2010 en in 2011 tot op heden veel beter hebben gepresteerd dan de internationale aandelenmarkten. Beleggers lopen warm voor de inherente combinatie van inkomsten en inflatiebescherming. Van Tiggelen: "Maar als je kijkt naar de andere dividendkampioenen uit het verleden, is het duidelijk dat hun performance in veel gevallen achterblijft. In het geval van de financiële sector is dat begrijpelijk: de kredietcrisis heeft de dividenduitkeringen gedecimeerd en de vooruitzichten zijn nog steeds ongebruikelijk onzeker. Maar ook telecom- en nutsbedrijven hebben het relatief slecht gedaan. Op het eerste gezicht lijkt dat vreemd. Want waarom zouden beleggers ondernemingen met een investment grade-rating mijden als deze een dividendrendement bieden van 6% tot 8%, bijna twee keer zoveel als de rente op de obligaties die door diezelfde ondernemingen worden uitgegeven? Het antwoord luidt: zwakke groeivooruitzichten."