Ad Van Tiggelen (ING): "In 2010 was een contraire houding dus niet lonend. Zal dat in 2011 anders zijn? Op dit moment lijkt er voor beleggers geen wolkje aan de hemel te zijn. De economische groei en de bedrijfswinsten in de ontwikkelde wereld zijn verrassend positief. Inflatie is alleen een probleem in enkele snel groeiende opkomende markten en het lijkt erop dat lokale beleidsmakers hier een adequaat antwoord op zullen vinden."

Door hun maatregelen om de groei te vertragen kan een aantal opkomende markten tijdelijk minder aantrekkelijk zijn voor aandelenbeleggers, maar dat gegeven wordt gecompenseerd door een toegenomen belangstelling voor ontwikkelde markten.

Tenslotte draait de drukpers in de VS nog steeds op volle toeren, tenminste tot juli. In Europa weet het herstel van de allesbepalende Duitse economie zelfs de grootste optimist te verrassen. Het is daarom begrijpelijk dat de consensusverwachting voor de aandelenmarkten positief is.

Van Tiggelen: "Contraire beleggers zullen hier evenwel tegen inbrengen dat de risico's voor tegenvallende winstcijfers nu, in het derde hersteljaar, hoger zijn. Ook zullen zij wijzen op de risico's die de strijd tegen inflatie in de opkomende markten meebrengt, het gebrek aan herstel van de werkgelegenheid en de woningmarkt in de VS, en natuurlijk de aanhoudende staatsschuldcrisis in de eurozone. Naar onze mening zijn dat inderdaad goede redenen om volatiliteit te verwachten. Maar dat rechtvaardigt nog geen negatieve vooruitzichten voor aandelen!"

De inflatiekwestie in opkomende markten wordt immers aangepakt en het baanloze herstel in de VS houdt een beleid van monetaire verruiming in stand. Het grootste gevaar blijft de crisis in de eurozone.

Van Tiggelen: "Wij zijn er vast van overtuigd dat de eurozone in zijn huidige vorm zal blijven bestaan. Er is, gezien de enorme onderlinge financiële afhankelijkheid, eenvoudigweg geen alternatief voorhanden. Beleidsmakers in de eurozone zullen er in de loop van 2011 waarschijnlijk voor zorgen dat verdere speculatieve aanvallen ontmoedigd worden."

Ad Van Tiggelen (ING): "In 2010 was een contraire houding dus niet lonend. Zal dat in 2011 anders zijn? Op dit moment lijkt er voor beleggers geen wolkje aan de hemel te zijn. De economische groei en de bedrijfswinsten in de ontwikkelde wereld zijn verrassend positief. Inflatie is alleen een probleem in enkele snel groeiende opkomende markten en het lijkt erop dat lokale beleidsmakers hier een adequaat antwoord op zullen vinden." Door hun maatregelen om de groei te vertragen kan een aantal opkomende markten tijdelijk minder aantrekkelijk zijn voor aandelenbeleggers, maar dat gegeven wordt gecompenseerd door een toegenomen belangstelling voor ontwikkelde markten. Tenslotte draait de drukpers in de VS nog steeds op volle toeren, tenminste tot juli. In Europa weet het herstel van de allesbepalende Duitse economie zelfs de grootste optimist te verrassen. Het is daarom begrijpelijk dat de consensusverwachting voor de aandelenmarkten positief is. Van Tiggelen: "Contraire beleggers zullen hier evenwel tegen inbrengen dat de risico's voor tegenvallende winstcijfers nu, in het derde hersteljaar, hoger zijn. Ook zullen zij wijzen op de risico's die de strijd tegen inflatie in de opkomende markten meebrengt, het gebrek aan herstel van de werkgelegenheid en de woningmarkt in de VS, en natuurlijk de aanhoudende staatsschuldcrisis in de eurozone. Naar onze mening zijn dat inderdaad goede redenen om volatiliteit te verwachten. Maar dat rechtvaardigt nog geen negatieve vooruitzichten voor aandelen!" De inflatiekwestie in opkomende markten wordt immers aangepakt en het baanloze herstel in de VS houdt een beleid van monetaire verruiming in stand. Het grootste gevaar blijft de crisis in de eurozone. Van Tiggelen: "Wij zijn er vast van overtuigd dat de eurozone in zijn huidige vorm zal blijven bestaan. Er is, gezien de enorme onderlinge financiële afhankelijkheid, eenvoudigweg geen alternatief voorhanden. Beleidsmakers in de eurozone zullen er in de loop van 2011 waarschijnlijk voor zorgen dat verdere speculatieve aanvallen ontmoedigd worden."