Ad van Tiggelen (ING): "Wat de nutssector betreft is het bedrijfsmodel nog altijd fundamenteel gezond, maar de groei is aangetast door hoge bedrijfsinvesteringen, overheidsbemoeienis en de discussie over kernenergie, wat heeft geleid tot vrees voor dividendverlagingen. Aan de andere kant van het groeispectrum vinden we de sectoren die profiteren van het conjunctuurherstel en van de verdere digitalisering van de samenleving. Sectoren als mijnbouw, technologie, machinebouw, auto's, luxegoederen en dergelijke laten grotendeels een gezonde dividendtoename zien, maar bieden toch slechts opbrengsten tussen 1% en 3%."

In het vorige derde jaar van de marktopleving zijn cyclische aandelen vrij duur geworden, terwijl aandelen met echt hoge dividendrendementen goedkoop maar kwetsbaar zijn.

Het lijkt erop dat de markt een punt heeft bereikt waarop beleggers er verstandig aan doen zich te richten op aandelen met een bescheiden waardering, een gemiddelde opbrengst (3% tot 5%) en een trage maar duurzame groei.

Veel aandelen in de sector gezondheidszorg voldoen nog aan die omschrijving, net als voedingsmiddelen-, dranken- en tabaksondernemingen.

Van Tiggelen: "Ook de meeste grote olieconcerns en mijnbouwbedrijven zijn nog steeds aantrekkelijk. De vastgoedsector is niet langer laag geprijsd, maar volgens ons is er weinig aanleiding om een spoedig einde aan de goede performance te verwachten. Wij verwachten de komende maanden een aanhoudend hoge volatiliteit op de aandelenmarkten, zonder duidelijke opwaartse of neerwaartse trends. De waarderingen zijn gunstig, maar het opwaarts potentieel is beperkt als gevolg van een toenemend aantal winstwaarschuwingen van individuele ondernemingen en aanhoudende macro-economische zorgpunten. In die omgeving is diversificatie belangrijker dan ooit. Op inkomsten gerichte beleggers hoeven dan niet per se te mikken op het hoogste dividendrendement, maar - als gezegd - op ondernemingen met in grote lijnen gemiddelde opbrengsten en een gestadig groeipotentieel."

Ad van Tiggelen (ING): "Wat de nutssector betreft is het bedrijfsmodel nog altijd fundamenteel gezond, maar de groei is aangetast door hoge bedrijfsinvesteringen, overheidsbemoeienis en de discussie over kernenergie, wat heeft geleid tot vrees voor dividendverlagingen. Aan de andere kant van het groeispectrum vinden we de sectoren die profiteren van het conjunctuurherstel en van de verdere digitalisering van de samenleving. Sectoren als mijnbouw, technologie, machinebouw, auto's, luxegoederen en dergelijke laten grotendeels een gezonde dividendtoename zien, maar bieden toch slechts opbrengsten tussen 1% en 3%." In het vorige derde jaar van de marktopleving zijn cyclische aandelen vrij duur geworden, terwijl aandelen met echt hoge dividendrendementen goedkoop maar kwetsbaar zijn. Het lijkt erop dat de markt een punt heeft bereikt waarop beleggers er verstandig aan doen zich te richten op aandelen met een bescheiden waardering, een gemiddelde opbrengst (3% tot 5%) en een trage maar duurzame groei. Veel aandelen in de sector gezondheidszorg voldoen nog aan die omschrijving, net als voedingsmiddelen-, dranken- en tabaksondernemingen. Van Tiggelen: "Ook de meeste grote olieconcerns en mijnbouwbedrijven zijn nog steeds aantrekkelijk. De vastgoedsector is niet langer laag geprijsd, maar volgens ons is er weinig aanleiding om een spoedig einde aan de goede performance te verwachten. Wij verwachten de komende maanden een aanhoudend hoge volatiliteit op de aandelenmarkten, zonder duidelijke opwaartse of neerwaartse trends. De waarderingen zijn gunstig, maar het opwaarts potentieel is beperkt als gevolg van een toenemend aantal winstwaarschuwingen van individuele ondernemingen en aanhoudende macro-economische zorgpunten. In die omgeving is diversificatie belangrijker dan ooit. Op inkomsten gerichte beleggers hoeven dan niet per se te mikken op het hoogste dividendrendement, maar - als gezegd - op ondernemingen met in grote lijnen gemiddelde opbrengsten en een gestadig groeipotentieel."