Het gaat van kwaad naar erger met de publieke financiën. De begrotingscontrole belooft geen gemakkelijke opgave te worden. Het bleek al snel dat de maatregelen van begin december 2011 onvoldoende zouden zijn. Er zullen 1 à 2 miljard - en volgens sommigen 2 à 3 miljard - nieuwe inkomsten en besparingen nodig zijn. Nu blijken ook de ontvangsten van het voorbije jaar tegen te vallen. De Federale Overheidsdienst Financiën spreekt van een verschil van 2,15 miljard euro. De opbrengsten werden geschat op 95,75 miljard; op 31 december 2011 werd afgeklokt op 93,6 miljard.

De vraag rijst wie die nieuwe putten moet delgen. In de loop van deze maand zullen we het verdict horen. Samen met u hoop ik dat de beleggers niet opnieuw het slachtoffer zullen worden, want die hebben al hun duit in het zakje gedaan. De transactiebelastingen zijn gestegen met 30%, de roerende voorheffing op interesten is opgetrokken van 15 tot 21 % (en voor sommigen zelfs tot 25%), en inkoopbonussen worden zo maar eventjes 110% zwaarder belast.

Dat de beleggers hun deel hebben bijgedragen, blijkt ook uit de cijfers van de Federale Overheidsdienst Financiën. De belastinginkomsten vallen dan wel tegen, maar er is één belangrijk lichtpunt: de roerende voorheffing op dividenden van Belgische vennootschappen bracht 500 miljoen euro meer op dan verwacht. In totaal ontving de overheid daaruit 1,7 miljard euro.

Sommigen zullen beweren dat de dividendbelegger geen echte inspanning heeft geleverd. Het algemene tarief van 25% werd immers gehandhaafd. Maar dat klopt niet. Niet enkel worden de dividenden meegerekend om de grens van 20.020 euro te bepalen voor de extra heffing van 4% op interesten, ook de beleggers die investeren in aandelenstrips komen er niet goed van af.

Voordat de regering-Di Rupo de belastingen voor de beleggers verhoogde, werd het algemene tarief van de roerende voorheffing voor aandelenstrips verlaagd van 25 tot 15%. De regering schafte de strips niet af, maar ze trok het belastingtarief op van 15 tot 21%. Daardoor is het voordeel tegenover het gebruikelijke tarief heel wat kleiner. Terwijl er vroeger een kloof van 10% was tussen de tarieven, is dat verschil geslonken tot 4%.

Eens te meer moet u als belegger keuzes maken. Die maakt u afhankelijk van het nettorendement. Elke strip heeft een prijs, die weegt op het nettorendement. U moet er dus over waken of het financieel zinvol is zo'n strip te kopen. Het heeft geen zin een strip te kopen van een aandeel dat geen dividend uitkeert, verlieslatend is of waarvan de terugverdientijd te lang is.

Houd ook rekening met de transactiekosten. Door de vermindering van het belastingvoordeel is een strip meestal niet interessant meer. Voor de beleggers die al strips in hun portefeuille te hebben, speelt het voordeel voorlopig wel.

Anton van Zantbeek, advocaat Rivus

Het gaat van kwaad naar erger met de publieke financiën. De begrotingscontrole belooft geen gemakkelijke opgave te worden. Het bleek al snel dat de maatregelen van begin december 2011 onvoldoende zouden zijn. Er zullen 1 à 2 miljard - en volgens sommigen 2 à 3 miljard - nieuwe inkomsten en besparingen nodig zijn. Nu blijken ook de ontvangsten van het voorbije jaar tegen te vallen. De Federale Overheidsdienst Financiën spreekt van een verschil van 2,15 miljard euro. De opbrengsten werden geschat op 95,75 miljard; op 31 december 2011 werd afgeklokt op 93,6 miljard. De vraag rijst wie die nieuwe putten moet delgen. In de loop van deze maand zullen we het verdict horen. Samen met u hoop ik dat de beleggers niet opnieuw het slachtoffer zullen worden, want die hebben al hun duit in het zakje gedaan. De transactiebelastingen zijn gestegen met 30%, de roerende voorheffing op interesten is opgetrokken van 15 tot 21 % (en voor sommigen zelfs tot 25%), en inkoopbonussen worden zo maar eventjes 110% zwaarder belast. Dat de beleggers hun deel hebben bijgedragen, blijkt ook uit de cijfers van de Federale Overheidsdienst Financiën. De belastinginkomsten vallen dan wel tegen, maar er is één belangrijk lichtpunt: de roerende voorheffing op dividenden van Belgische vennootschappen bracht 500 miljoen euro meer op dan verwacht. In totaal ontving de overheid daaruit 1,7 miljard euro. Sommigen zullen beweren dat de dividendbelegger geen echte inspanning heeft geleverd. Het algemene tarief van 25% werd immers gehandhaafd. Maar dat klopt niet. Niet enkel worden de dividenden meegerekend om de grens van 20.020 euro te bepalen voor de extra heffing van 4% op interesten, ook de beleggers die investeren in aandelenstrips komen er niet goed van af. Voordat de regering-Di Rupo de belastingen voor de beleggers verhoogde, werd het algemene tarief van de roerende voorheffing voor aandelenstrips verlaagd van 25 tot 15%. De regering schafte de strips niet af, maar ze trok het belastingtarief op van 15 tot 21%. Daardoor is het voordeel tegenover het gebruikelijke tarief heel wat kleiner. Terwijl er vroeger een kloof van 10% was tussen de tarieven, is dat verschil geslonken tot 4%. Eens te meer moet u als belegger keuzes maken. Die maakt u afhankelijk van het nettorendement. Elke strip heeft een prijs, die weegt op het nettorendement. U moet er dus over waken of het financieel zinvol is zo'n strip te kopen. Het heeft geen zin een strip te kopen van een aandeel dat geen dividend uitkeert, verlieslatend is of waarvan de terugverdientijd te lang is. Houd ook rekening met de transactiekosten. Door de vermindering van het belastingvoordeel is een strip meestal niet interessant meer. Voor de beleggers die al strips in hun portefeuille te hebben, speelt het voordeel voorlopig wel.Anton van Zantbeek, advocaat Rivus