Valentijn van Nieuwenhuijzen, Head Strategy ING Investment Management, wil echter benadrukken dat de waarderingen van aandelen en andere beleggingscategorieën altijd moeten worden beoordeeld in verhouding tot de onderliggende macro-omgeving en de aantrekkelijkheid van andere beleggingsmogelijkheden.

Dat eerste is vooral van invloed op het algemene niveau van de risicopremies voor beleggingscategorieën. Dit niveau is

lager dan tijdens de hoogtepunten van de crisis, maar nog altijd hoger dan vóór de crisis vanwege aanhoudende onzekerheden.

Het tweede aspect biedt meer inzicht in de relatieve aantrekkelijkheid van een beleggingscategorie in vergelijking tot een andere categorie op een bepaald moment. In dit opzicht blijft het opmerkelijk hoe groot de kloof tussen het winstrendement en de obligatierendementen nog altijd is (iets minder dan 6 procent).

Dit is ruim boven het gemiddelde (3,2 procent) en benadert de hoogste niveaus als de val van Lehman en het hoogtepunt van de eurocrisis buiten beschouwing worden gelaten. Dit betekent dat we nog niet bang hoeven te zijn voor breed gedragen zeepbellen dan wel hoogtepunten op aandelenmarkten.

Je zou kunnen stellen dat de waarderingen van aandelenmarkten relatief gezien nog altijd opmerkelijk aantrekkelijk zijn. Vooral nu zowel de conjuncturele als politieke ontwikkelingen in de richting gaan van een verdere matiging van risicopremies binnen beleggingscategorieën.

Daarom verwacht Van Nieuwenhuijzen niet alleen voor de rest van dit jaar, maar ook voor 2014 dat de houding van financieel beheerders ten aanzien van asset allocatie geleidelijk verder zal normaliseren. Het is dan ook geen verrassing dat hij binnen de asset allocatie een sterke overweging in aandelen blijft houden.

Valentijn van Nieuwenhuijzen, Head Strategy ING Investment Management, wil echter benadrukken dat de waarderingen van aandelen en andere beleggingscategorieën altijd moeten worden beoordeeld in verhouding tot de onderliggende macro-omgeving en de aantrekkelijkheid van andere beleggingsmogelijkheden. Dat eerste is vooral van invloed op het algemene niveau van de risicopremies voor beleggingscategorieën. Dit niveau is lager dan tijdens de hoogtepunten van de crisis, maar nog altijd hoger dan vóór de crisis vanwege aanhoudende onzekerheden. Het tweede aspect biedt meer inzicht in de relatieve aantrekkelijkheid van een beleggingscategorie in vergelijking tot een andere categorie op een bepaald moment. In dit opzicht blijft het opmerkelijk hoe groot de kloof tussen het winstrendement en de obligatierendementen nog altijd is (iets minder dan 6 procent). Dit is ruim boven het gemiddelde (3,2 procent) en benadert de hoogste niveaus als de val van Lehman en het hoogtepunt van de eurocrisis buiten beschouwing worden gelaten. Dit betekent dat we nog niet bang hoeven te zijn voor breed gedragen zeepbellen dan wel hoogtepunten op aandelenmarkten. Je zou kunnen stellen dat de waarderingen van aandelenmarkten relatief gezien nog altijd opmerkelijk aantrekkelijk zijn. Vooral nu zowel de conjuncturele als politieke ontwikkelingen in de richting gaan van een verdere matiging van risicopremies binnen beleggingscategorieën. Daarom verwacht Van Nieuwenhuijzen niet alleen voor de rest van dit jaar, maar ook voor 2014 dat de houding van financieel beheerders ten aanzien van asset allocatie geleidelijk verder zal normaliseren. Het is dan ook geen verrassing dat hij binnen de asset allocatie een sterke overweging in aandelen blijft houden.