Goedkopere producten

De vleeswarenafdeling realiseerde wel een lichte stijging van de volumes, maar de consument koos in 2011 voor goedkopere producten. Dit effect, evenals de vertraagde doorrekening van de hogere grondstoffenprijzen lag aan de basis van de lagere rendabiliteit van deze afdeling. En die rendabiliteit ligt al niet te hoog.

Belangrijke overcapaciteit

De sector kampt immers met een belangrijke overcapaciteit, waardoor diverse spelers te koop staan. Ter Beke houdt vast aan zijn strategie en die legt haar geen windeieren. Zo is Ter Beke in staat om jaar na jaar zijn marktaandeel te verhogen. Dit jaar steekt Ter Beke een tandje bij door de lancering van het merk 'oligusto'.

Dit merk omvat een nieuw gamma hoogkwalitatieve vleeswaren merk die een andere kwaliteitsbeleving introduceert en die inspeelt op het groeiende gezondheidsbewustzijn. De introductie van deze producten bij enkele grote Belgische retailers laat Ter Beke toe met dit nieuwe merk een vliegende start te nemen en volgt het het gelijkaardige pad dat het succesvol met Come a casa doorliep in bereide pastagerechten.

Positieve impact

De impact op de omzet zal dit jaar volgens De Mesure zeker positief zijn, maar de eerste 18 maanden zal de winstbijdrage heel beperkt zijn door marketing- en publiciteitskosten.

De omzet in bereide gerechten steeg dus 3,9%, maar ook in deze afdeling haperde de rendabiliteit (EBITDA -7,3%). Ook hier is de schuldige de stijging van de grondstoffenprijzen die slechts met vertraging doorgerekend kan worden. De eerste jaarhelft leed de groep hieronder, in de tweede jaarhelft was er al sprake van een normalisering. Met zijn merk Come a casa is de groep heel prominent aanwezig in de Belgische markt en slaagt het erin jaar na jaar zijn marktaandeel te verhogen.

Vooruitzichten blijven goed

Ook in private label is dit het geval. De constante zorg voor en investeringen in kwaliteit en innovatie werpen ook hier hun vruchten af. De vooruitzichten blijven goed naar de nabije toekomst toe, ook op het vlak van de rendabiliteit o.a. door de doorrekening van de hogere grondstoffenprijzen.

Volledigheidshalve dient nog gemeld dat via de methode van vermogensmutatie een negatieve bijdrage van 0,2 miljoen euro geboekt werd. Het gaat hier om de eerste consolidatie van de Oost-Europese joint-venture met een kapitaal van ongeveer 10 miljoen euro, die in Polen een splinternieuwe productie-eenheid zal neerzetten.

Deze zal lasagne produceren en zal in de regio lasagne en pastamaaltijden verkopen. Vandaag verkopen de joint-venture partners reeds op beperkte schaal lasagne in de regio. Reeds 4 grote distributiegroepen werden als klant binnen gehaald. Tegen april 2013 zou de eenheid operationeel moeten zijn en in de loop van 2015 kan de joint-venture break-even draaien.

Schulden blijven dalen

De Mesure nam tevens de evolutie van de netto financiële schuld onder de loep. Zo merkt hij dat deze sinds 2007 gestaag daalt ondanks belangrijke investeringen in het productie-apparaat in binnen-en buitenland. In 2011 steeg de schuld wel licht van 57,17 miljoen euro eind 2010 naar 59,62 miljoen euro eind 2011.

Deze beperkte stijging kan deels toegeschreven worden aan de investeringen in de Poolse joint-venture (storting eigen vermogen en voorschot). Vanaf 2012 (en ook de jaren nadien) ziet Gert De Mesure die schuld verder dalen, wat weer nieuwe mogelijkheden oplevert om aandeelhouderswaarde te creëren.

Goedkopere producten De vleeswarenafdeling realiseerde wel een lichte stijging van de volumes, maar de consument koos in 2011 voor goedkopere producten. Dit effect, evenals de vertraagde doorrekening van de hogere grondstoffenprijzen lag aan de basis van de lagere rendabiliteit van deze afdeling. En die rendabiliteit ligt al niet te hoog. Belangrijke overcapaciteit De sector kampt immers met een belangrijke overcapaciteit, waardoor diverse spelers te koop staan. Ter Beke houdt vast aan zijn strategie en die legt haar geen windeieren. Zo is Ter Beke in staat om jaar na jaar zijn marktaandeel te verhogen. Dit jaar steekt Ter Beke een tandje bij door de lancering van het merk 'oligusto'. Dit merk omvat een nieuw gamma hoogkwalitatieve vleeswaren merk die een andere kwaliteitsbeleving introduceert en die inspeelt op het groeiende gezondheidsbewustzijn. De introductie van deze producten bij enkele grote Belgische retailers laat Ter Beke toe met dit nieuwe merk een vliegende start te nemen en volgt het het gelijkaardige pad dat het succesvol met Come a casa doorliep in bereide pastagerechten. Positieve impact De impact op de omzet zal dit jaar volgens De Mesure zeker positief zijn, maar de eerste 18 maanden zal de winstbijdrage heel beperkt zijn door marketing- en publiciteitskosten. De omzet in bereide gerechten steeg dus 3,9%, maar ook in deze afdeling haperde de rendabiliteit (EBITDA -7,3%). Ook hier is de schuldige de stijging van de grondstoffenprijzen die slechts met vertraging doorgerekend kan worden. De eerste jaarhelft leed de groep hieronder, in de tweede jaarhelft was er al sprake van een normalisering. Met zijn merk Come a casa is de groep heel prominent aanwezig in de Belgische markt en slaagt het erin jaar na jaar zijn marktaandeel te verhogen. Vooruitzichten blijven goed Ook in private label is dit het geval. De constante zorg voor en investeringen in kwaliteit en innovatie werpen ook hier hun vruchten af. De vooruitzichten blijven goed naar de nabije toekomst toe, ook op het vlak van de rendabiliteit o.a. door de doorrekening van de hogere grondstoffenprijzen. Volledigheidshalve dient nog gemeld dat via de methode van vermogensmutatie een negatieve bijdrage van 0,2 miljoen euro geboekt werd. Het gaat hier om de eerste consolidatie van de Oost-Europese joint-venture met een kapitaal van ongeveer 10 miljoen euro, die in Polen een splinternieuwe productie-eenheid zal neerzetten. Deze zal lasagne produceren en zal in de regio lasagne en pastamaaltijden verkopen. Vandaag verkopen de joint-venture partners reeds op beperkte schaal lasagne in de regio. Reeds 4 grote distributiegroepen werden als klant binnen gehaald. Tegen april 2013 zou de eenheid operationeel moeten zijn en in de loop van 2015 kan de joint-venture break-even draaien. Schulden blijven dalen De Mesure nam tevens de evolutie van de netto financiële schuld onder de loep. Zo merkt hij dat deze sinds 2007 gestaag daalt ondanks belangrijke investeringen in het productie-apparaat in binnen-en buitenland. In 2011 steeg de schuld wel licht van 57,17 miljoen euro eind 2010 naar 59,62 miljoen euro eind 2011. Deze beperkte stijging kan deels toegeschreven worden aan de investeringen in de Poolse joint-venture (storting eigen vermogen en voorschot). Vanaf 2012 (en ook de jaren nadien) ziet Gert De Mesure die schuld verder dalen, wat weer nieuwe mogelijkheden oplevert om aandeelhouderswaarde te creëren.