1. Wall Street is duur geworden. Bij Yale University wijst economieprofessor Robert Shiller er op dat aandelen al kw's van 20 noteren wanneer cyclische bewegingen worden verrekend. Het historisch gemiddelde bedraagt maar 16.

2. De Fed wordt stilaan zenuwachtig, de Amerikaanse centrale heeft haar laatste wapen tegen deflatie uitgespeeld. Daarmee wordt uiteraard de verkoop van mortgages om de aankoop van Treasuries te financieren bedoeld.

3. Te veel beleggers zijn optimistisch en dat is traditioneel een gevaarlijk signaal.

4. Deflatie is al aanwezig in het economisch landschap. Het Bureau of Labor Statistics berekende dat de werknemers in reëele termen 0,70% minder per uur verdienen dan een jaar geleden.

5. Iedereen - consumenten, bedrijven en overheden - zitten nog steeds tot over de oren in de schulden. De totale Amerikaanse schuldenberg bedraagt 35000 miljard dollar tegenover 18000 miljard dollar tien jaar geleden.

6. De arbeidsmarkt is er veel erger aan toe dan algemeen wordt aangenomen. Maar 61% van de Amerikanen van meer dan 20 jaar heeft nog een job. Dat percentage is het laagste sinds het begin van de jaren 80. Bij mannen is dat 66,90%, waar dat in de jaren 50 nog 85% was. Eigenlijk heeft maar 59% van de mannen boven 20 nu een full-time job.

7. De huizenmarkt blijft een ramp, het aantal foreclosures blijft maar stijgen. In juli namen de banken nog eens 93.000 huizen over. Volgens RealtyTrac stevenen we dit jaar op 1 miljoen foreclosures af. Daardoor dalen de prijzen en stijgt het deflatiegevaar opnieuw.

8. Labor Day komt dichterbij. Die dag valt in september of in oktober, maanden die zowel in 1929, 1987 en 2008 met een beurskrach in één of andere vorm gepaard gingen. Analisten spreken wel eens van het september-effect.

9. In Washington worden weinig doortastende beslissingen genomen, gezien de verkiezingen die in november worden gehouden. De situatie is vergelijkbaar met die in België. Ook in de Verenigde Staten hebben sterk leiderschap nodig.

10. Alle mogelijke indicatoren laten oranje flikkerlichtjes knipperen. Een voorbeeld daarvan is de ECRI's Weekly Leading Index, maar ook de Institute for Supply Management's manufacturing index verzwakt. Bovendien waarschuwde Cisco-topman Chambers voor onzekerheid in de economie. FED-baas Bernanke deed eerder hetzelfde. Tegen die achtergrond zijn aandelen niet goedkoop, maar wel duur.

1. Wall Street is duur geworden. Bij Yale University wijst economieprofessor Robert Shiller er op dat aandelen al kw's van 20 noteren wanneer cyclische bewegingen worden verrekend. Het historisch gemiddelde bedraagt maar 16. 2. De Fed wordt stilaan zenuwachtig, de Amerikaanse centrale heeft haar laatste wapen tegen deflatie uitgespeeld. Daarmee wordt uiteraard de verkoop van mortgages om de aankoop van Treasuries te financieren bedoeld. 3. Te veel beleggers zijn optimistisch en dat is traditioneel een gevaarlijk signaal. 4. Deflatie is al aanwezig in het economisch landschap. Het Bureau of Labor Statistics berekende dat de werknemers in reëele termen 0,70% minder per uur verdienen dan een jaar geleden. 5. Iedereen - consumenten, bedrijven en overheden - zitten nog steeds tot over de oren in de schulden. De totale Amerikaanse schuldenberg bedraagt 35000 miljard dollar tegenover 18000 miljard dollar tien jaar geleden. 6. De arbeidsmarkt is er veel erger aan toe dan algemeen wordt aangenomen. Maar 61% van de Amerikanen van meer dan 20 jaar heeft nog een job. Dat percentage is het laagste sinds het begin van de jaren 80. Bij mannen is dat 66,90%, waar dat in de jaren 50 nog 85% was. Eigenlijk heeft maar 59% van de mannen boven 20 nu een full-time job. 7. De huizenmarkt blijft een ramp, het aantal foreclosures blijft maar stijgen. In juli namen de banken nog eens 93.000 huizen over. Volgens RealtyTrac stevenen we dit jaar op 1 miljoen foreclosures af. Daardoor dalen de prijzen en stijgt het deflatiegevaar opnieuw. 8. Labor Day komt dichterbij. Die dag valt in september of in oktober, maanden die zowel in 1929, 1987 en 2008 met een beurskrach in één of andere vorm gepaard gingen. Analisten spreken wel eens van het september-effect. 9. In Washington worden weinig doortastende beslissingen genomen, gezien de verkiezingen die in november worden gehouden. De situatie is vergelijkbaar met die in België. Ook in de Verenigde Staten hebben sterk leiderschap nodig. 10. Alle mogelijke indicatoren laten oranje flikkerlichtjes knipperen. Een voorbeeld daarvan is de ECRI's Weekly Leading Index, maar ook de Institute for Supply Management's manufacturing index verzwakt. Bovendien waarschuwde Cisco-topman Chambers voor onzekerheid in de economie. FED-baas Bernanke deed eerder hetzelfde. Tegen die achtergrond zijn aandelen niet goedkoop, maar wel duur.