De meeste echtgenoten willen dat bij hun overlijden hun partner verzorgd achterblijft. Voor een weduwe of weduwnaar betekent dat vaak dat de levensstandaard van tijdens het huwelijk kan worden voortgezet.

Voor de meeste echtparen in België is de oplossing vrij eenvoudig. Men gaat naar de notaris om een huwelijkscontract te laten opmaken waarin 'een keuzebeding' wordt opgenomen. Zo'n keuzebeding geeft de weduwe of weduwnaar de mogelijkheid het vermogen dat de echtgenoten tijdens het huwelijk samen hebben opgebouwd volledig zelf te houden. De nabestaande moet daar niet voor kiezen, maar mag het wel. Dat biedt een zeer comfortabele positie. In de mate dat de levende partner het gemeenschappelijk huwelijksvermogen wil houden, worden de kinderen immers buitenspel gelaten. Zij erven in principe niet en de nabestaande ouder is op geen enkele wijze van hen afhankelijk.

Keuzebedingen zijn vooral in het laatste decennium erg populair geworden. De grote meerderheid van de echtparen in België is gehuwd onder een gemeenschapsstelsel en voor hen is dat de meest voor de hand liggende regeling.

Zonder het juiste huwelijkscontract bent u bij het overlijden van uw partner een vogel voor de fiscus.

Een huwelijkscontract voor enkele honderden euro's bij de notaris dus en klaar is Kees? Helaas is het prijskaartje veel duurder. Een weduwe of weduwnaar die gebruikmaakt van het keuzebeding en het totale gemeenschappelijk vermogen opeist, mag de fiscale gevolgen van die keuze niet over het hoofd zien. Zij of hij zal erfbelasting moeten betalen in de mate dat zij of hij ook het deel van de overleden partner uit het gemeenschappelijk vermogen behoudt.

'Jammer voor de nabestaande, maar als de wet die erfbelasting bepaalt, is het maar zo', denkt u misschien. Daar valt natuurlijk veel voor te zeggen, ware het niet dat sommige weduwes of weduwnaars toch geen erfbelasting moeten betalen. Voor echtgenoten die niet onder een gemeenschapsstelsel, maar onder een stelsel van scheiding van goederen zijn gehuwd, zijn er veel meer mogelijkheden om hetzelfde doel van comfort te bereiken. Bovendien kan dat voor die mensen kosteloos, of tegen veel lagere fiscale kosten. De nabestaande die gehuwd was onder scheiding van goederen zal dus méér comfort houden, want zij of hij ziet geen deel van het vermogen verdwijnen door de betaling van erfbelasting.

Dat echtgenoten die zich fiscaal advies kunnen veroorloven beter af zijn dan zij die vertrouwen op het huwelijksstelsel dat de overheid vooropstelt, is onaanvaardbaar.

Dat verschil tussen de twee huwelijksstelsels is onredelijk om twee redenen. Ten eerste omdat de wet voor iedereen die zonder huwelijkscontract trouwt, bepaalt dat er automatisch een gemeenschapsstelsel geldt. De wet zegt dus in feite dat u geen huwelijkscontract moet sluiten (wat de meeste Belgen nog altijd niet doen) en dat u kunt genieten van het wettelijke huwelijksstelsel. Het is dan toch schrijnend dat degenen die vertrouwen op het stelsel dat de overheid voor ons gemak heeft gecreëerd, vervolgens een fiscale rekening voor dat vertrouwen gepresenteerd krijgen? Men zou zich voor minder bedrogen voelen.

Ten tweede omdat ook degenen die achteraf het licht zien en hun gemeenschapsstelsel willen wijzigen naar een stelsel van scheiding van goederen eraan zijn voor de moeite. Hoewel echtgenoten de vrijheid hebben om steeds hun stelsel te wijzigen, wil de Vlaamse Belastingdienst in de praktijk geen rekening houden met die wijziging en toch erfbelasting heffen. Er zou volgens de Vlaamse Belastingdienst immers sprake zijn van fiscaal misbruik omdat echtgenoten hun huwelijksstelsel alleen maar wijzigen om aan de erfbelasting te ontsnappen. Echtgenoten die beseffen dat ze niet moesten vertrouwen op het huwelijksstelsel dat de federale overheid heeft uitgewerkt en actie ondernemen, worden dus door een andere overheidsinstantie, de regionale fiscale overheid, verweten dat men de wet misbruikt.

In alle ernst, wie misbruikt hier wie? De echtgenoten die beseffen dat ze met een ander huwelijksstelsel op een fiscaal voordeligere manier voor elkaar kunnen zorgen of de overheid die een huwelijksstelsel als algemeen model presenteert en zo de weg naar de heffing van erfbelasting tracht te verzekeren? Het verweer hiertegen dat het wettelijk huwelijksstelsel door de federale overheid is bepaald en de fiscale gevolgen in de erfbelasting door de gewestelijke overheid, hét Belgische argument bij uitstek, helpt niemand vooruit.

Dat (toekomstige) echtgenoten die zich fiscaal advies kunnen veroorloven beter af zijn dan zij die vertrouwen op het huwelijksstelsel dat de overheid vooropstelt, is onaanvaardbaar.

De meeste echtgenoten willen dat bij hun overlijden hun partner verzorgd achterblijft. Voor een weduwe of weduwnaar betekent dat vaak dat de levensstandaard van tijdens het huwelijk kan worden voortgezet.Voor de meeste echtparen in België is de oplossing vrij eenvoudig. Men gaat naar de notaris om een huwelijkscontract te laten opmaken waarin 'een keuzebeding' wordt opgenomen. Zo'n keuzebeding geeft de weduwe of weduwnaar de mogelijkheid het vermogen dat de echtgenoten tijdens het huwelijk samen hebben opgebouwd volledig zelf te houden. De nabestaande moet daar niet voor kiezen, maar mag het wel. Dat biedt een zeer comfortabele positie. In de mate dat de levende partner het gemeenschappelijk huwelijksvermogen wil houden, worden de kinderen immers buitenspel gelaten. Zij erven in principe niet en de nabestaande ouder is op geen enkele wijze van hen afhankelijk.Keuzebedingen zijn vooral in het laatste decennium erg populair geworden. De grote meerderheid van de echtparen in België is gehuwd onder een gemeenschapsstelsel en voor hen is dat de meest voor de hand liggende regeling.Een huwelijkscontract voor enkele honderden euro's bij de notaris dus en klaar is Kees? Helaas is het prijskaartje veel duurder. Een weduwe of weduwnaar die gebruikmaakt van het keuzebeding en het totale gemeenschappelijk vermogen opeist, mag de fiscale gevolgen van die keuze niet over het hoofd zien. Zij of hij zal erfbelasting moeten betalen in de mate dat zij of hij ook het deel van de overleden partner uit het gemeenschappelijk vermogen behoudt.'Jammer voor de nabestaande, maar als de wet die erfbelasting bepaalt, is het maar zo', denkt u misschien. Daar valt natuurlijk veel voor te zeggen, ware het niet dat sommige weduwes of weduwnaars toch geen erfbelasting moeten betalen. Voor echtgenoten die niet onder een gemeenschapsstelsel, maar onder een stelsel van scheiding van goederen zijn gehuwd, zijn er veel meer mogelijkheden om hetzelfde doel van comfort te bereiken. Bovendien kan dat voor die mensen kosteloos, of tegen veel lagere fiscale kosten. De nabestaande die gehuwd was onder scheiding van goederen zal dus méér comfort houden, want zij of hij ziet geen deel van het vermogen verdwijnen door de betaling van erfbelasting.Dat verschil tussen de twee huwelijksstelsels is onredelijk om twee redenen. Ten eerste omdat de wet voor iedereen die zonder huwelijkscontract trouwt, bepaalt dat er automatisch een gemeenschapsstelsel geldt. De wet zegt dus in feite dat u geen huwelijkscontract moet sluiten (wat de meeste Belgen nog altijd niet doen) en dat u kunt genieten van het wettelijke huwelijksstelsel. Het is dan toch schrijnend dat degenen die vertrouwen op het stelsel dat de overheid voor ons gemak heeft gecreëerd, vervolgens een fiscale rekening voor dat vertrouwen gepresenteerd krijgen? Men zou zich voor minder bedrogen voelen.Ten tweede omdat ook degenen die achteraf het licht zien en hun gemeenschapsstelsel willen wijzigen naar een stelsel van scheiding van goederen eraan zijn voor de moeite. Hoewel echtgenoten de vrijheid hebben om steeds hun stelsel te wijzigen, wil de Vlaamse Belastingdienst in de praktijk geen rekening houden met die wijziging en toch erfbelasting heffen. Er zou volgens de Vlaamse Belastingdienst immers sprake zijn van fiscaal misbruik omdat echtgenoten hun huwelijksstelsel alleen maar wijzigen om aan de erfbelasting te ontsnappen. Echtgenoten die beseffen dat ze niet moesten vertrouwen op het huwelijksstelsel dat de federale overheid heeft uitgewerkt en actie ondernemen, worden dus door een andere overheidsinstantie, de regionale fiscale overheid, verweten dat men de wet misbruikt.In alle ernst, wie misbruikt hier wie? De echtgenoten die beseffen dat ze met een ander huwelijksstelsel op een fiscaal voordeligere manier voor elkaar kunnen zorgen of de overheid die een huwelijksstelsel als algemeen model presenteert en zo de weg naar de heffing van erfbelasting tracht te verzekeren? Het verweer hiertegen dat het wettelijk huwelijksstelsel door de federale overheid is bepaald en de fiscale gevolgen in de erfbelasting door de gewestelijke overheid, hét Belgische argument bij uitstek, helpt niemand vooruit.Dat (toekomstige) echtgenoten die zich fiscaal advies kunnen veroorloven beter af zijn dan zij die vertrouwen op het huwelijksstelsel dat de overheid vooropstelt, is onaanvaardbaar.