Als u als natuurlijke persoon een of meer effectenrekeningen heeft met een totale waarde van 500.000 euro of meer, moet u op die effecten een belasting van 0,15 procent betalen. Om na te gaan of u aan de drempel van 500.000 euro komt, moet u al uw effectenrekeningen samen bekijken. Die grens geldt per persoon. Om manipulatie tegen te gaan wordt de gemiddelde waarde van uw effectenrekeningen berekend op 31 december, 31 maart, 30 juni en 30 september.

De belasting viseert zowat alle producten die op een normale effectenrekening staat, zoals fondsen, beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde gedematerialiseerde aandelen, obligaties, trackers (ETF's), schatkistcertificaten, kasbons en warranten.

Bekende ontsnappingsroutes

Hoewel de effectentaks slechts 0,15 procent bedraagt, ligt die heffing heel gevoelig bij de meeste beleggers. Velen gaan ervan uit dat dit wellicht het begin is van een vermogensbelasting, en dat de kans groot is dat de volgende regering het tarief nog optrekt. Vandaar dat meer en meer beleggers proberen te ontsnappen aan de effectentaks.

Als u niet veel boven de drempel van 500.000 euro per persoon zit, is het vrij gemakkelijk onder die grens te duiken. U kunt bijvoorbeeld een stuk in cash zetten, een stukje van uw obligaties omzetten in een termijnrekening (in euro en dollar), uw beleggingsfonds ruilen voor een tak-23, de aandelen die u van plan bent lang bij te houden op naam zetten enzovoort. Ook obligaties en fondsen kunt u vaak op naam zetten. Let wel: effecten die u sinds 9 september 2017 hebt omgezet op naam, tellen het eerste jaar wel nog mee voor de effectentaks.

Titularissen kunstmatig opdrijven

De effectentaks gaat uit van het vermoeden dat als er bijvoorbeeld twee titularissen zijn van een effectenrekening, beiden een gelijk deel bezitten. U mag het vermoeden van de proportionele verdeling wel weerleggen. Op basis van dat vermoeden gaan sommigen als volgt te werk. Stel dat een man een effectenportefeuille van 1,8 miljoen heeft. Hij draagt daarop elk jaar 0,15 procent aan effectentaks af, of 2700 euro. De man heeft drie kinderen. Hij schenkt aan ieder 0,5 procent van zijn portefeuille. Vervolgens zetten ze alles samen op één effectenrekening, met vier titularissen (de vader en zijn drie kinderen). De bank gaat dan uit van het vermoeden dat iedere titularis een vierde van de effectenrekening bezit, of dus 450.000 euro. Niemand bereikt de grens van 500.000 euro. We gaan er wel van uit dat de vier geen andere effectenportefeuille hebben.

Maar moeten vader en de kinderen dan niet opbiechten dat de echte verhouding 98,5 procent en drie keer 0,5 procent is? Dat is niet het geval, volgens de minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA). Volgens hem werkt de weerlegbaarheid van dat vermoeden slechts in één richting, namelijk in het voordeel van de belastingplichtige. Er is dus geen aangifte- of betalingsplicht op basis van hun werkelijke aandeel.

De minister merkt wel op de partijen de gevolgen van hun rechtshandelingen moeten aanvaarden. Als de vader in ons voorbeeld een stukje van zijn portefeuille schenkt aan zijn kinderen, moet het wel gaan om een echte schenking en niet om een nepschenking. Doe de schenking dus voor een Belgische of Nederlandse notaris, of via een bankgift met een sluitend bewijsdocument.