Het coronatijdperk heeft ons geleerd dat familie de meest veilige haven blijft. De familie is vaak een dam tegen eenzaamheid en biedt bescherming tegen een zwalpende overheid. Familie zorgt voor elkaar zonder dat er geld aan te pas komt. Soms kan de familiale inspanning en investering zo omvangrijk zijn, dat het één of ander toch wordt vergoed. Denk bijvoorbeeld aan een kind dat zijn ouders in huis neemt en de zorg opneemt. Dan is het niet onlogisch dat het kind een vergoeding krijgt voor de kosten en de inspanning.

Om dat in goede banen te leiden en levenslange familiale conflicten te vermijden, is de zorgovereenkomst een uitermate geschikt instrument. Daarin worden de handelingen afgesproken die de verzorgende persoon zal verrichten en de financiële vergoeding die daar tegenover staat. De zorgbehoevenden, maar ook andere leden van de familie, kunnen zich ertoe verbinden de vergoeding te betalen. De vergoedingen kunnen tot doel hebben kosten terug te betalen, zoals verblijfs- en gezondheidskosten, maar ook de effectieve prestaties van de zorgverstrekker te compenseren. Men kan afspreken dat dit onmiddellijk wordt betaald of later, zoals op het moment van overlijden. Het kan ook retroactief worden uitgevoerd. Die overeenkomst kan zowel onderhands, als bij een notaris worden afgesproken. Kortom, er is een zeer grote vrijheid.

Welk fiscaal regime geldt voor de zorgovereenkomst?

Als er vergoedingen aan te pas komen, komt de vraag naar het fiscaal regime aan de orde. De loutere terugbetaling van de kosten is niet onderworpen aan personenbelasting. Wie als lasthebber een bedrag voorschiet en dat terugbetaald krijgt, geniet geen inkomen. Dat bevestigde de rulingcommissie op 2 maart 2021. Een dochter wilde haar ernstig zieke vader die in een woon-zorgcentrum woonde bij haar thuis opnemen en verzorgen. Zij zou tijdelijk haar loopbaan onderbreken en een vergoeding ontvangen om de kosten van de opvang en de verzorging te dekken, minder dan de maandelijkse kostprijs voor het woon-zorgcentrum. De rulingcommissie besliste dat het geen beroepsinkomsten en geen diverse inkomsten zijn omdat enkel de kosten worden gecompenseerd. Tevens kunnen de kosten forfaitair worden terugbetaald en moeten zij niet noodzakelijk bewezen worden door facturen. Let op, als het om een 'woonstvergoeding' zou gaan, zou het wel om een belastbaar huurinkomen kunnen gaan. De loutere terugbetaling van kosten kan normaal gesproken ook niet als een schenking worden beschouwd. Er zijn dus geen registratierechten of erfbelasting.

De ruling ging niet over vergoedingen voor de prestaties zelf. De administratie zou daar kunnen verdedigen dat het over een beroepsinkomen gaat, met btw en met socialezekerheidsbijdragen. Wat er dan nog netto overblijft, hangt helemaal af van de individuele situatie. Misschien wel 100 procent, misschien slechts 10 procent. Alles kan, zo complex is onze fiscaliteit. Maar er zijn minstens evenveel en zelfs sterkere argumenten om te besluiten dat een vergoeding voor intrafamiliale zorg geen beroepsinkomen is omdat er geen winstoogmerk is en omdat er geen bijzondere vaardigheid of organisatie vereist is. De keerzijde zou dan wel zijn dat die niet-beroepsmatige bezigheden belastbaar zouden zijn als divers inkomen tegen 33 procent, zonder vrijstelling. Wanneer de ouder meer zou betalen dan de gemaakte kosten of meer dan een normale vergoeding voor effectieve prestaties, zou er sprake zijn van een schenking waardoor registratierechten of erfbelasting verschuldigd kunnen worden.

Ondanks de fiscale aandachtspunten is de zorgovereenkomst een mooie rechtsfiguur om een persoon die zich ontfermt over een zorgbehoevend familielid te vergoeden. Enig parlementair initiatief om deze weinig bekende techniek fiscaal neutraal te maken, lijkt niet te vinden. Ook niet bij gezinspartijen.

Het coronatijdperk heeft ons geleerd dat familie de meest veilige haven blijft. De familie is vaak een dam tegen eenzaamheid en biedt bescherming tegen een zwalpende overheid. Familie zorgt voor elkaar zonder dat er geld aan te pas komt. Soms kan de familiale inspanning en investering zo omvangrijk zijn, dat het één of ander toch wordt vergoed. Denk bijvoorbeeld aan een kind dat zijn ouders in huis neemt en de zorg opneemt. Dan is het niet onlogisch dat het kind een vergoeding krijgt voor de kosten en de inspanning. Om dat in goede banen te leiden en levenslange familiale conflicten te vermijden, is de zorgovereenkomst een uitermate geschikt instrument. Daarin worden de handelingen afgesproken die de verzorgende persoon zal verrichten en de financiële vergoeding die daar tegenover staat. De zorgbehoevenden, maar ook andere leden van de familie, kunnen zich ertoe verbinden de vergoeding te betalen. De vergoedingen kunnen tot doel hebben kosten terug te betalen, zoals verblijfs- en gezondheidskosten, maar ook de effectieve prestaties van de zorgverstrekker te compenseren. Men kan afspreken dat dit onmiddellijk wordt betaald of later, zoals op het moment van overlijden. Het kan ook retroactief worden uitgevoerd. Die overeenkomst kan zowel onderhands, als bij een notaris worden afgesproken. Kortom, er is een zeer grote vrijheid.Als er vergoedingen aan te pas komen, komt de vraag naar het fiscaal regime aan de orde. De loutere terugbetaling van de kosten is niet onderworpen aan personenbelasting. Wie als lasthebber een bedrag voorschiet en dat terugbetaald krijgt, geniet geen inkomen. Dat bevestigde de rulingcommissie op 2 maart 2021. Een dochter wilde haar ernstig zieke vader die in een woon-zorgcentrum woonde bij haar thuis opnemen en verzorgen. Zij zou tijdelijk haar loopbaan onderbreken en een vergoeding ontvangen om de kosten van de opvang en de verzorging te dekken, minder dan de maandelijkse kostprijs voor het woon-zorgcentrum. De rulingcommissie besliste dat het geen beroepsinkomsten en geen diverse inkomsten zijn omdat enkel de kosten worden gecompenseerd. Tevens kunnen de kosten forfaitair worden terugbetaald en moeten zij niet noodzakelijk bewezen worden door facturen. Let op, als het om een 'woonstvergoeding' zou gaan, zou het wel om een belastbaar huurinkomen kunnen gaan. De loutere terugbetaling van kosten kan normaal gesproken ook niet als een schenking worden beschouwd. Er zijn dus geen registratierechten of erfbelasting.De ruling ging niet over vergoedingen voor de prestaties zelf. De administratie zou daar kunnen verdedigen dat het over een beroepsinkomen gaat, met btw en met socialezekerheidsbijdragen. Wat er dan nog netto overblijft, hangt helemaal af van de individuele situatie. Misschien wel 100 procent, misschien slechts 10 procent. Alles kan, zo complex is onze fiscaliteit. Maar er zijn minstens evenveel en zelfs sterkere argumenten om te besluiten dat een vergoeding voor intrafamiliale zorg geen beroepsinkomen is omdat er geen winstoogmerk is en omdat er geen bijzondere vaardigheid of organisatie vereist is. De keerzijde zou dan wel zijn dat die niet-beroepsmatige bezigheden belastbaar zouden zijn als divers inkomen tegen 33 procent, zonder vrijstelling. Wanneer de ouder meer zou betalen dan de gemaakte kosten of meer dan een normale vergoeding voor effectieve prestaties, zou er sprake zijn van een schenking waardoor registratierechten of erfbelasting verschuldigd kunnen worden.Ondanks de fiscale aandachtspunten is de zorgovereenkomst een mooie rechtsfiguur om een persoon die zich ontfermt over een zorgbehoevend familielid te vergoeden. Enig parlementair initiatief om deze weinig bekende techniek fiscaal neutraal te maken, lijkt niet te vinden. Ook niet bij gezinspartijen.