Het aandeel van de vennootschapsbelasting in de staatsontvangsten schommelt tussen 6 en 7 procent op jaarbasis. Het belang van de belasting op arbeid is drie tot vier maal groter. Maar als bij de personenbelasting ook de opbrengsten uit de sociale zekerheid worden geteld, dan zijn de inkomsten uit arbeid voor de schatkist bijna tien keer zo belangrijk dan die van de vennootschapsbelasting.

Wellicht is dat minder dan u in gedachten had. Vaak wordt het nominale belang van de vennootschapsbelasting overschat. Anders is het als de impact van de vennootschapsbelasting op het economische weefsel wordt bekeken. De vennootschapsbelasting is niet de motor die ons economische weefsel aanstuurt, maar ze bepaalt wel de zuurstoftoevoer. Die zuurstof moet de motor doen draaien. Er zijn uitgebreide analyses gemaakt over de vennootschapsbelasting die Caterpillar niet heeft betaald. Caterpillar zou de afgelopen tien jaar zo'n 150 miljoen euro aan notionele intrest hebben afgetrokken. Over die periode zou dat voor het bedrijf een belastingbesparing van 60 miljoen euro hebben opgebracht, of gemiddeld 6 miljoen euro per jaar.

"Vaak wordt het nominale belang van de vennootschapsbelasting overschat"

Die schatting zal wel juist zijn, maar ze toont slechts een deel van de realiteit. De keerzijde is dat 2200 werknemers een baan hadden. Ieder van die mensen verdiende een loon, waarop bedrijfsvoorheffing is ingehouden en personenbelasting is betaald. Zelfs met een conservatieve schatting moet Caterpillar daarmee op jaarbasis 12 miljoen euro aan belastingen hebben gegenereerd voor de schatkist. Dat is dan nog buiten de sociale bijdragen gerekend. Als die worden meegerekend, gaat zelfs een conservatieve berekening richting 20 miljoen euro op jaarbasis.

Door de sluiting van Caterpillar verliezen de 2200 werknemers hun baan. Stel dat een derde een nieuwe baan vindt, zonder andere werknemers in de werkloosheid te duwen. Een derde doet dat ook, maar duwt andere werknemers wel in de werkloosheid. Het laatste derde deel vindt geen baan meer. In dat geval neemt de werkloosheid toe met ongeveer 1500 mensen. Als een werkloze 800 euro per maand kost, bedraagt de extra kostprijs voor de schatkist ongeveer 15 miljoen euro per jaar. Die cijfers tonen aan dat zo'n bedrijfssluiting een grote krater slaat. Bovendien mogen die cijfers met drie worden vermenigvuldigd. Economen hebben berekend dat indirect nog eens 4000 banen sneuvelen.

De 6 miljoen euro belasting die Caterpillar jaarlijks heeft bespaard met de notionele-intrestaftrek, moet dan ook worden afgezet tegen de andere fiscale opbrengsten en de opportuniteitskosten als Caterpillar zou stoppen met zijn Belgische activiteit. Nu de cijfers in beeld zijn gebracht, mag die 6 miljoen geen druppel op een hete plaat worden genoemd. Gelukkig hadden wij de notionele-intrestaftrek, want anders had de bedrijfssluiting eerder plaatsgehad of had de onderneming de afgelopen jaren niet zo fors ingezet op haar Belgische vestiging. In beide gevallen had het ons veel meer gekost, of veel minder opgebracht.

De ondernemingen die in België per jaar meer dan 25 miljoen euro vennootschapsbelasting betalen, behoren tot de top twintig van de grootste betalers van vennootschapsbelasting. De pijnlijke geschiedenis van Caterpillar toont aan dat we ons niet blind mogen staren op de opbrengst van de vennootschapsbelasting. Integendeel, de vennootschapsbelasting moet worden gebruikt om werkgelegenheid te creëren. Naar beneden dus met die belasting. Het ironische is dat, als we met zijn allen aan het werk zijn, er ook ruimte zal zijn om de personenbelasting te verlagen. Maar onze eerste minister wist dat al. Van hem is de gevleugelde uitspraak: "Jobs, jobs, jobs!"