Er is nu al een hele week heisa over het pensioen van zelfstandigen. Er wordt ook gevraagd of het normaal is dat je pensioenrechten opbouwt als je werkloos bent. En dan klinkt het: "Ja, maar we hebben al veel gedaan om het pensioen van de zelfstandigen te verbeteren." En: "Ja, maar we gaan die zogenoemde gelijkgestelde periodes zoals werkloosheid nu echt wel aanpakken en daardoor zullen werklozen in de toekomst minder pensioen opbouwen."

De aanleiding van het gebakkelei is een tv-reportage op RTL over Virginie (61), die haar hele leven heeft gewerkt en toch minder pensioen zal krijgen dan haar vriendin Caroline (59), die al 33 jaar werkloos is. Virginie heeft een gemengde loopbaan, waarvan ze het grootste deel als zelfstandige heeft gewerkt. Daardoor valt ze twee keer uit de boot. Ze heeft geen recht op het minimumpensioen voor zelfstandigen, omdat ze net niet lang genoeg gewerkt heeft als zelfstandige, en ook niet op het minimumpensioen voor werknemers. Jammer voor Virginie. Het wijst er nog maar eens op dat we dringend moeten afstappen van drie verschillende pensioenstelsels: voor werknemers, voor zelfstandigen en voor ambtenaren.

"Wat niemand zegt in alle tumult rond pensioen van twee Waalse vriendinnen"

Maar wat in de hele commotie blijkbaar wordt vergeten, is dat er een vrouw is die 33 jaar lang onterecht een werkloosheidsuitkering heeft gekregen. Caroline heeft er op een bepaald moment voor gekozen thuis te blijven. In sommige kranten staat dat ze wegens familiale omstandigheden verplicht werd te stoppen met werken. Elders lezen we dat ze thuis bleef om voor haar eigen kinderen én de kinderen van haar zus te zorgen. We kennen de details niet. En die doen er eigenlijk ook niet toe.

Als het gaat om een keuze te stoppen met werken, dan gaat het dus niet om onvrijwillige werkloosheid. En dat is een eerste voorwaarde om recht te hebben op een werkloosheidsuitkering. Ze was al die jaren geen werkzoekende, een tweede voorwaarde voor een werkloosheidsuitkering. Ze was wel arbeidsgeschikt, maar niet beschikbaar voor de arbeidsmarkt, een derde voorwaarde voor een werkloosheidsuitkering. U ziet waar we naartoe willen.

Er zijn veel koppels waarin een van beide partners thuisblijft of minder gaat werken voor de kinderen. Ze claimen gelukkig lang niet allemaal een werkloosheidsuitkering. De meesten beseffen dat ze geen recht hebben op een werkloosheidsuitkering. Degenen die het spel eerlijk spelen, leven van het loon van die ene werkende partner en genieten van het pensioen dat die ene werkende partner heeft opgebouwd. Voor alleenstaanden die om de een of andere reden niet in staat zijn te werken, zijn er andere uitkeringen. Daarvoor dient de werkloosheidsuitkering niet. Wie de beslissing neemt het werk op een lager pitje te zetten, moet daar de consequenties van dragen. Je kunt je daar vragen bij stellen, maar zo zit ons systeem in elkaar.

In het verleden werden die zogenoemde 'werkloze' huismoeders en -vaders gewoon met rust gelaten. Vandaag moeten werklozen bewijzen dat ze solliciteren en is er een activeringsbeleid. Is dat voldoende om de profiteurs eruit te halen? Geen idee. De overheid heeft wellicht nog veel werk voor de boeg, maar mogen we ook een minimum aan verantwoordelijkheidszin vragen van individuen? Wie niet van plan is nog ooit te gaan werken, moet ook geen werkloosheidsuitkering vragen. Zo geef je de echte werklozen een slecht imago.