De geschiedenis herhaalt zich ook voor de vlaktaks. In 1985 publiceerden we een eerste becijfering voor de invoering van een vlaktaks in België. Een uniek belastingtarief van 25 tot 30 procent op alle inkomens zou budgettair neutraal zijn.

Vele voorstellen later (van onder anderen Werner Niemegeers en Eric Pompen), ligt een nieuw voorstel op tafel. Of dat voorstel van Open Vld propaganda is voor de volgende verkiezingen, weten we niet. Wel is het zo dat geen van de libertaire voorstellen uit de blauwe Vld-periode werd gerealiseerd. Maar tijden kunnen veranderen, toch volgens de optimist.

De discussie van de voorbije weken over de mogelijke gevolgen van de invoering van een vlaktaks was een perfecte kopie van voorgaande discussies: ze stopte na de vaststelling dat de hoogste inkomensgroepen minder belasting zouden betalen. Blijkbaar verdient zo'n 'asociaal' voorstel geen aandacht. Dat is evenwel een eng ideologisch standpunt.

Economische evaluatie

De stopzetting van de discussie is vreemd, want de wijziging van een belangrijke inkomstenbron van de overheid verdient een grondige economische evaluatie.

Als iedere aanpassing in de inkomstenfiscaliteit enkel mogelijk is als ze de ongelijkheid doet afnemen, dan kunnen we beter stoppen met zeuren over de complexiteit van het stelsel. Zo betonneert men de inkomensfiscaliteit en worden de fiscale koten onaantastbare heilige huisjes. Of is het de bedoeling de complexiteit te beperken door alle aftrekken af te schaffen en de belastingvrije som drastisch te verhogen? Een vlaktaks van 50 of meer procent ligt dan voor ons.

De vraag is dus niet welke gevolgen een vlaktaks heeft op de inkomensongelijkheid, maar of daardoor de inkomstenfiscaliteit verbetert. In het huidige stelsel met hoge marginale tarieven wordt de progressiviteit beperkt door de vele aftrekmogelijkheden.

Dat resulteert in een perverse politieke dynamiek en fiscale onzekerheid omdat drukkingsgroepen ijveren voor ruimere aftrekmogelijkheden. Door die systematische uitholling van de belastbare basis moeten de tarieven stijgen. Het gevolg is een algemene kritiek over de hoge tarieven, de complexiteit en de fiscale onzekerheid.

Wat is alternatief voor de vlaktaks?

Dat de beleidsvoerders zich zouden kunnen verzetten tegen de invoering van aftrekken en het toekennen van fiscale voordelen, is een illusie: ook via de fiscaliteit worden kiezers geronseld en niets is daarvoor zo efficiënt als het toekennen van voordelen. Wie denkt dat een nauwgezet onderzoek van alle belastingvoordelen zal uitmonden in een beperking ervan, dagdroomt.

Ieder voorstel tot de afschaffing van een of meerdere aftrekmogelijkheden zal ontaarden in een grote publieke discussie, georganiseerd door de verliezers. Zij benadrukken hun verlies en zwijgen over de lagere tarieven waarvan iedereen zal genieten. Het initiatief van minister van Financiën Johan Van Overtveldt om aan de Hoge Raad van Financiën een rapport voor een vereenvoudiging van de inkomensfiscaliteit te vragen, is dan ook een maat voor niets. Dat zoveelste rapport zal ongebruikt blijven liggen, tot groot jolijt van de fiscalisten.

Voordelen

Aan de invoering van een vlaktaks zijn belangrijke voordelen verbonden. We moeten de moeilijke politieke nevenwerkingen niet onderschatten, maar die mogen geen hinderpaal vormen voor het uitwerken van een totaalbeeld.

Zeker op het gebied van de fiscaliteit zal de internationale concurrentiestrijd heviger worden. Transparantie, eenvoud en voorspelbaarheid zijn al voor de bedrijfsfiscaliteit een machtig concurrentiewapen, maar worden dat ook voor de inkomensfiscaliteit.

De strijd tegen belastingontduiking en het indammen van de belastingontwijking vergt een eenvoudige en duidelijke fiscaliteit. Uiteindelijk gaat het om een globale filosofie over het overheidsingrijpen in de economie: blijven we dat doen zoals vijf decennia geleden of passen we ons aan de 21ste eeuw aan?