Advocaat Walter Van Steenbrugge noemde het in 2010 "de grootste gerechtelijke dwaling van de eeuw". Wij noemden het "de btw-carrousel van de eeuw". Zo gaat dat wel meer in kwesties die voor de rechtbank komen. Het ging wel over de vorige eeuw, want de feiten speelden zich af vanaf 1993. In die zaak ging het om miljarden - nog in Belgische frank - die werden gefactureerd aan spookfirma's in Spanje, Duitsland en Groot-Brittannië. We zagen goederen zoals gsm's en computeronderdelen tegen scherpe prijzen op de markt komen. De onbetaalde btw kwam grotendeels ten goede aan de koper, maar ook voor de verkopers zat er nog een leuke winst in. Zo is het makkelijk concurreren tegen eerlijke handelaars.
...

Advocaat Walter Van Steenbrugge noemde het in 2010 "de grootste gerechtelijke dwaling van de eeuw". Wij noemden het "de btw-carrousel van de eeuw". Zo gaat dat wel meer in kwesties die voor de rechtbank komen. Het ging wel over de vorige eeuw, want de feiten speelden zich af vanaf 1993. In die zaak ging het om miljarden - nog in Belgische frank - die werden gefactureerd aan spookfirma's in Spanje, Duitsland en Groot-Brittannië. We zagen goederen zoals gsm's en computeronderdelen tegen scherpe prijzen op de markt komen. De onbetaalde btw kwam grotendeels ten goede aan de koper, maar ook voor de verkopers zat er nog een leuke winst in. Zo is het makkelijk concurreren tegen eerlijke handelaars. Voor de gerechtelijke instanties en in de pers hadden de zaakvoerders elke fraude met klem ontkend. Hun advocaten hadden zelfs strafklachten ingediend tegen de speurders. Dat beheerste al tien jaar de gemoederen in Gent, toen ik daar in 2007 arriveerde. Een van de hoofdverdachten was op zijn trouwdag gearresteerd. Hoewel dat een ongelukkig toeval was, plaatste dat de zaak in een nog slechter daglicht. Hoe vals konden speurders zijn! Daarbij waren ook nog twee onderzoeksrechters van de zaak gehaald wegens partijdigheid. Dat heette een "blamage zonder voorgaande in de Belgische rechtsgeschiedenis". Dat de onderzoekers er niet in slaagden hun fraudefantasieën hard te maken, overheerste de commentaren.Het grondwettelijk hof gaf in 2008 een nuttig prejudicieel advies. Valse stukken, aldus het Hof, verjaren niet zolang de verdachten er nog voordeel uit halen, bijvoorbeeld zolang de belasting niet is betaald. Voor de verjaring van grote fraude was dat een grensverleggend arrest. Maar ondanks dat succes bleef de zaak in een negatief daglicht staan. Procureur Ariane Braccio beklaagde zich erover dat de fiscus niet geïnteresseerd was in zijn eigen grote zaak en dat zij alleen stond tegenover een batterij advocaten. Het was in 2010 voor Brussel nog niet vanzelfsprekend dat de BBI zich burgerlijke partij stelde in een strafproces. Deze keer moest dat dan maar, al kreeg ik wel hiërarchisch gezeur over onze advocaatkosten. Maar het mocht niet baten. Om procedureredenen fietste de rechtbank van eerste aanleg om het advies van het Grondwettelijk Hof heen. Ze oordeelde dat de feiten toch strafrechtelijk verjaard waren. Vervolgens meende het parket-generaal van die zaak geen eer meer te kunnen halen en werd beslist niet in beroep te gaan. Justitie gaf het op en wij moesten verder met de btw-vordering. Vanzelfsprekend was dat niet.En kijk nu, in twee arresten van 15 maart 2018 heeft het Hof van Cassatie ons gelijk gegeven. Eigenlijk kunnen in die fase van de procedure alleen zaken vernietigd ('gecasseerd') worden. Dat deed het Hof dus niet met twee arresten van het Gentse hof van beroep uit 2016 die de BBI over de hele lijn gelijk gaven. Onze processen-verbaal van 1995 werden uitvoerig geciteerd en in één adem noemde het Hof de houding van de appellanten "een schaamteloze pose!" (uitroepteken in het arrest). Deze keer heerst een oorverdovende stilte in de commentaren. Dat gebeurt natuurlijk wel vaker als de fiscus een proces wint. Misschien moest ik ook maar beschaamd het stilzwijgen bewaren. Een kwarteeuw na de feiten en zevenenhalf jaar na de strafrechtelijke vrijspraak toch nog gelijk krijgen, is geen zaak om hoog mee op te lopen. De Belgische overheid moest zich diep schamen. De verantwoordelijke voor de Duitse tak van dezelfde carrousel werd al in 1998 door het Landgericht Keulen definitief strafrechtelijk veroordeeld. Toch hebben de diep gekrenkte speurders ook recht op hun goede reputatie, al zijn de meesten intussen met pensioen. Daarom verdient hun overwinning nog een minimum aan bekendheid. Het is ook een nuttig voorbeeld om het grote fraudeplan van minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) nog eens in herinnering te brengen. Daarin wordt voorzichtig gepleit om het una-viabeginsel consequent door te trekken. De hopeloze versnippering over correctionele en fiscale rechtbanken zou worden opgelost door alles voor dezelfde rechter te brengen. Maar die hervorming zal niet meer voor deze legislatuur zijn.