De sportkantine openhouden, het gras van de buren afrijden, bijles geven of kinderen van vrienden na school opvangen. Het zijn klusjes waarmee u binnenkort tot 6130 euro per jaar onbelast kunt bijverdienen. Die maatregel maakt deel uit van het zomerakkoord van 2017. Maar het duurde een jaar voordat het voorstel door het federale parlement werd aangenomen.

Tegen het systeem, dat van kracht werd op 15 juli, was heel wat verzet gerezen. De Raad van State vond de maatregel discriminerend, omdat werklozen uitgesloten zijn. Het middenveld beschouwt het systeem als oneerlijke concurrentie tegenover de kleine zelfstandige. En veel verenigingen vrezen dat ze geen vrijwilligers meer vinden die gratis werken.

Welke klusjes?

De maatregel onderscheidt drie soorten bijverdiensten. Zo zijn er de occasionele burger-tot-burgerdiensten. De term 'occasioneel' is belangrijk: het is niet de bedoeling dat de klusjes wekelijks plaatsvinden. Het gaat om kleine herstellingen in en rond de woning, tuinonderhoud, kinderen van vrienden of buren van school halen, hulp bij administratie of het geven van bijlessen. Voor de wekelijkse poetshulp geldt dat niet. De overheid wil zo oneerlijke concurrentie voorkomen.

Daarnaast zijn er de diensten voor het verenigingsleven. Dat zijn activiteiten die het midden houden tussen vrijwilligerswerk en betaald werk. Denk aan buurtbewoners die een sportkantine openhouden, jeugdtrainingen geven, helpen bij culturele activiteiten of schooluitstappen begeleiden.

De regels gelden ook voor wie bijverdient in de deeleconomie. De FOD

Financiën stelde een lijst op met een dertigtal platformen die in aanmerking komen, waaronder Deliveroo, FLAVR en ListMinut. Airbnb staat er niet op.

Voor wie?

Burgerdiensten en verenigingswerk gebeuren in de vrije tijd. Een werknemer die gebruikmaakt van het systeem, moet minstens vier vijfde werken. Ook zelfstandigen in hoofdberoep en gepensioneerden mogen onbelast bijverdienen. De taak mag geen verband houden met de beroepsactiviteit. Een zelfstandige schilder kan in zijn vrije tijd dus geen schilderklusjes uitvoeren bij zijn buurman. In de deeleconomie mag iedere particulier onbelast bijverdienen, on­geacht zijn statuut.

Hoeveel mag u verdienen?

Voor het inkomstenjaar 2017, toen het zomerakkoord werd gesloten, gold een limiet van 6000 euro per jaar voor de drie systemen. Voor 2018 wordt dat grensbedrag geïndexeerd tot 6130 euro. Voor burgerdiensten en verenigingswerk is een maandelijks bedrag van 500 euro vastgelegd. Voor sportclubs is dat opgetrokken tot 1000 euro per maand, zodat ook leraars tijdens de zomervakantie kunnen lesgeven. In de deeleconomie geldt de limiet van 1000 euro per maand niet. Ook die maandelijkse grensbedragen worden later geïndexeerd.

Hoe doet u dat?

Om onbelast bij te klussen, meldt u zich via een app aan bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). De inkomsten die u aangeeft, worden gedeeld met de fiscus en het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering der Zelfstandigen (RSVZ). Verdient u meer dan 6130 euro per jaar, dan wordt dat bedrag als beroepsinkomen beschouwd.