In deze columns zijn al vaak fiscale anomalieën aan de kaak gesteld. Bijvoorbeeld dat de snelle elektrische fiets verstoken blijft van de belastingvoordelen van de gewone fiets, omdat zo'n speed pedelec voor de fiscus geen fiets maar een bromfiets is, en als bedrijfsfiets soms duurder uitvalt dan een bedrijfswagen. Of dat je door de beruchte pensioenval van een pensioen van 16.500 euro netto 120 euro minder overhoudt dan van een pensioen van 15.700 euro. En vooral dat een getrouwd of wettelijk samenwonend koppel met kinderen jaarlijks duizenden euro's misloopt als één partner een buitenlands inkomen heeft.
...

In deze columns zijn al vaak fiscale anomalieën aan de kaak gesteld. Bijvoorbeeld dat de snelle elektrische fiets verstoken blijft van de belastingvoordelen van de gewone fiets, omdat zo'n speed pedelec voor de fiscus geen fiets maar een bromfiets is, en als bedrijfsfiets soms duurder uitvalt dan een bedrijfswagen. Of dat je door de beruchte pensioenval van een pensioen van 16.500 euro netto 120 euro minder overhoudt dan van een pensioen van 15.700 euro. En vooral dat een getrouwd of wettelijk samenwonend koppel met kinderen jaarlijks duizenden euro's misloopt als één partner een buitenlands inkomen heeft. Doorgaans wordt dan akte genomen van de fiscale absurditeit en gebeurt er verder niets mee - tot er in een volgende column nog eens op wordt gehamerd. Die hamer hoeven we niet meer boven te halen. Want de minister van Financiën én de fiscus kondigden op dezelfde dag aan dat ze al die fiscale anomalieën uit de wereld zullen helpen. Van een fiscale lente gesproken. In een persmededeling van 18 mei stelde de minister dat hij de wet zal wijzigen, waardoor de snelle elektrische fiets vanaf dit jaar fiscaal wordt gelijkgesteld met een gewone fiets, en dus ook alle fiscale voordelen van de fiets krijgt. Gebruik je zo'n speed pedelec voor je woon-werkverkeer, dan kan je werkgever je er nu ook een belastingvrije vergoeding van 0,23 euro per kilometer voor betalen. En krijg je een speed pedelec als bedrijfsfiets, dan is dat een belastingvrij voordeel als je ermee naar het werk fietst. Hetzelfde wetsontwerp maakt ook een einde aan de pensioenval die optreedt als je een pensioen hebt tussen 15.600 en 16.700 euro per jaar. Na de eerste poging in 2015, die de pensioenval ongewild nog versterkte, volgt nu een tweede poging die, afgaand op de ontwerptekst die op tafel ligt, wel succesvol zal zijn, zodat een verhoging van het brutopensioen vanaf dit jaar niet langer zal leiden tot een lager nettopensioen. De andere pensioenval die zich voordoet als je naast je pensioen nog een ander inkomen hebt, vereist echter een meer structurele aanpak, die nog niet voor morgen is. Maar de fiscale lente brengt vooral goed nieuws voor de tienduizenden gezinnen met kinderen van wie een ouder in het buitenland werkt. Denk bijvoorbeeld - maar niet uitsluitend - aan grensarbeiders. Door de verplichte aanrekening van de belastingvermindering voor kinderen bij de echtgenoot met het hoogste inkomen, gaat die belastingvermindering de facto verloren als dat inkomen een buitenlands inkomen is. Dat buitenlandse inkomen is vrijgesteld van belasting. Voor getrouwde of wettelijk samenwonende partners met drie kinderen bedraagt het verlies al snel 3000 euro. Bij vier kinderen loopt het verlies op tot meer dan 5000 euro. Per jaar. Nadat de hoogste rechtsinstanties de fiscus daarvoor al meermaals hadden veroordeeld, heeft het nog vier lange jaren geduurd vooraleer die vorige week dan eindelijk de handdoek in de ring gooide. In een omzendbrief van 18 mei stelt de belastingdienst dat ze de wetswijziging niet zal afwachten, maar dat ze meteen voor deze aangifte al de belastingberekening aanpast, zodat het fiscale voordeel voor kinderen en andere personen ten laste niet meer verloren gaat aan buitenlandse inkomsten, als de andere partner Belgische inkomsten heeft. De fiscus zal de belastingberekening die het voordeligst is voor de belastingbetaler automatisch inkohieren op basis van een simulatieberekening - de aanrekening van de kinderen zowel bij de partner met het hoogste inkomen als bij de partner met het laagste inkomen. De betrokken gezinnen betalen zo vanaf deze aangifte ieder jaar gemiddeld tussen 2000 en 3000 euro minder belasting. Bovendien kunnen ze in heel wat gevallen ook nog een terugbetaling eisen voor de jaren sinds 2012. Zo komt er ook voor die groep belastingplichtigen een happy end aan een fiscale soap die nodeloos lang werd gerekt. Maar het siert de minister en zijn administratie om een fiscale bijsturing die er formeel enkel met een wetswijziging kan komen, nu al in de praktijk toe te passen. Als het goed is, mag het ook worden gezegd.