Waar gebeurd. Een man verliest zijn vrouw. Wanneer hij zijn belastingaangifte moet invullen, zoekt hij hulp bij de fiscus. Voor het jaar waarin zijn echtgenote is overleden, moet hij een keuze maken voor een gezamenlijke belastingberekening, nog voor hem en zijn overleden vrouw samen, ofwel al voor een aparte berekening, op ieders naam afzonderlijk. Het is niet eenvoudig de juiste keuze te maken, zeker niet voor een belastingleek. Op een van de zitdagen die de fiscus organiseert in de periode van de belastingaangifte krijgt hij te horen dat de afzonderlijke aanslag het voordeligst is. De aangifte wordt zo ter plekke ingediend. Uit de voorlopige berekening van de belastingambtenaar blijkt dat de man 100 euro terugkrijgt.

Voor wie weduwe of weduwnaar wordt, is de belastingaangifte dat jaar eigenlijk een loterij.

Enkele maanden later ontvangt de weduwnaar zijn aanslagbiljet. Hij schrikt als blijkt dat hij geen 100 euro terugkrijgt, maar 5000 euro moet bijbetalen. Het valt op dat de aanslag niet afzonderlijk, voor vrouw en man apart, maar toch nog gezamenlijk is gevestigd en berekend. Hij betaalt, maar contacteert de fiscus daar via e-mail opnieuw over. Nog geen dag later erkent de fiscus dat er een fout is gemaakt, die zal worden rechtgezet. De aanslag wordt alsnog afzonderlijk gevestigd. Hij moet geen 5000 euro meer bijbetalen, maar wel nog altijd 2800 euro.

De man blijft achter met een hoop vragen. Waarom zijn er drie verschillende berekeningsresultaten? Waarom vestigt de fiscus niet automatisch de meest voordelige aanslag? Waarom bestaat er geen berekeningstool om dat zelf te kunnen controleren? En wat als hij zelf geen initiatief had genomen? Zijn vertrouwen in een overheidsinstelling krijgt een deuk. De belasting is een kansspel, met willekeurige uitkomst, is zijn conclusie.

In dit geval is dat een terechte conclusie. Jaarlijks verliezen zo'n 50.000 Belgen de partner met wie ze getrouwd waren of wettelijk samenwoonden. Voor het jaar dat ze weduwe of weduwnaar worden, is hun aangifte eigenlijk een loterij. De weduwe of weduwnaar moet kiezen: ofwel nog een laatste keer samen met de overleden partner worden belast, ofwel meteen afzonderlijk worden belast. De verkeerde aangiftecode aanvinken kan de belastingfactuur verhogen met duizenden euro's, zoals onze anekdote leert. Welke de beste keuze is, moet de belastingplichtige zelf uitvissen.

Waarom kan de belastingadministratie Belgen die hun partner verliezen niet spontaan de goedkoopste belastingfactuur sturen?

Waarom kan de belastingadministratie Belgen die hun partner verliezen niet spontaan de goedkoopste belastingfactuur sturen? Dat is ook al jaren een verzuchting van de Fiscale Bemiddelingsdienst. Om misverstanden te vermijden krijgt die groep belastingplichtigen geen voorstel van vereenvoudigde aangifte meer. Maar hoe moeilijk kan het zijn om twee berekeningen mee te sturen in een vereenvoudigde aangifte, waar de belastingplichtige dan maar het berekeningsresultaat moet uitpikken dat voor hem het gunstigst is? En waarom zou het niet mogelijk zijn een keuze die achteraf fout blijkt te zijn, automatisch recht te zetten bij het vestigen van de aanslag? Op dat moment beschikt de fiscus, anders dan de belastingplichtige, over alle noodzakelijke informatie en berekeningstools.

Die vragen zijn al herhaaldelijk gesteld. De antwoorden gaan altijd in dezelfde richting: "De keuze kan niet worden geautomatiseerd, omdat de belangen van de langstlevende partner soms verschillend zijn van de belangen van de erfgenamen van de overleden partner." Welk belang heeft een kind erbij zijn vader 5000 euro belasting te laten betalen in plaats van 2800 euro? En nog: "De betrokken belastingplichtigen kunnen altijd contact opnemen met hun taxatiedienst. Meerdere berekeningen maken, een gezamenlijke en twee afzonderlijke, is technisch heel moeilijk te realiseren voor de belastingadministratie." Als dat voor de administratie heel moeilijk is, dan is dat toch vrijwel onmogelijk voor de weduwnaar? 'Heel moeilijk' is niet onmogelijk, en daarom een verdomde plicht, al was het maar om zulke pijnlijke anekdotes in de toekomst te vermijden.

Waar gebeurd. Een man verliest zijn vrouw. Wanneer hij zijn belastingaangifte moet invullen, zoekt hij hulp bij de fiscus. Voor het jaar waarin zijn echtgenote is overleden, moet hij een keuze maken voor een gezamenlijke belastingberekening, nog voor hem en zijn overleden vrouw samen, ofwel al voor een aparte berekening, op ieders naam afzonderlijk. Het is niet eenvoudig de juiste keuze te maken, zeker niet voor een belastingleek. Op een van de zitdagen die de fiscus organiseert in de periode van de belastingaangifte krijgt hij te horen dat de afzonderlijke aanslag het voordeligst is. De aangifte wordt zo ter plekke ingediend. Uit de voorlopige berekening van de belastingambtenaar blijkt dat de man 100 euro terugkrijgt. Enkele maanden later ontvangt de weduwnaar zijn aanslagbiljet. Hij schrikt als blijkt dat hij geen 100 euro terugkrijgt, maar 5000 euro moet bijbetalen. Het valt op dat de aanslag niet afzonderlijk, voor vrouw en man apart, maar toch nog gezamenlijk is gevestigd en berekend. Hij betaalt, maar contacteert de fiscus daar via e-mail opnieuw over. Nog geen dag later erkent de fiscus dat er een fout is gemaakt, die zal worden rechtgezet. De aanslag wordt alsnog afzonderlijk gevestigd. Hij moet geen 5000 euro meer bijbetalen, maar wel nog altijd 2800 euro. De man blijft achter met een hoop vragen. Waarom zijn er drie verschillende berekeningsresultaten? Waarom vestigt de fiscus niet automatisch de meest voordelige aanslag? Waarom bestaat er geen berekeningstool om dat zelf te kunnen controleren? En wat als hij zelf geen initiatief had genomen? Zijn vertrouwen in een overheidsinstelling krijgt een deuk. De belasting is een kansspel, met willekeurige uitkomst, is zijn conclusie. In dit geval is dat een terechte conclusie. Jaarlijks verliezen zo'n 50.000 Belgen de partner met wie ze getrouwd waren of wettelijk samenwoonden. Voor het jaar dat ze weduwe of weduwnaar worden, is hun aangifte eigenlijk een loterij. De weduwe of weduwnaar moet kiezen: ofwel nog een laatste keer samen met de overleden partner worden belast, ofwel meteen afzonderlijk worden belast. De verkeerde aangiftecode aanvinken kan de belastingfactuur verhogen met duizenden euro's, zoals onze anekdote leert. Welke de beste keuze is, moet de belastingplichtige zelf uitvissen.Waarom kan de belastingadministratie Belgen die hun partner verliezen niet spontaan de goedkoopste belastingfactuur sturen? Dat is ook al jaren een verzuchting van de Fiscale Bemiddelingsdienst. Om misverstanden te vermijden krijgt die groep belastingplichtigen geen voorstel van vereenvoudigde aangifte meer. Maar hoe moeilijk kan het zijn om twee berekeningen mee te sturen in een vereenvoudigde aangifte, waar de belastingplichtige dan maar het berekeningsresultaat moet uitpikken dat voor hem het gunstigst is? En waarom zou het niet mogelijk zijn een keuze die achteraf fout blijkt te zijn, automatisch recht te zetten bij het vestigen van de aanslag? Op dat moment beschikt de fiscus, anders dan de belastingplichtige, over alle noodzakelijke informatie en berekeningstools. Die vragen zijn al herhaaldelijk gesteld. De antwoorden gaan altijd in dezelfde richting: "De keuze kan niet worden geautomatiseerd, omdat de belangen van de langstlevende partner soms verschillend zijn van de belangen van de erfgenamen van de overleden partner." Welk belang heeft een kind erbij zijn vader 5000 euro belasting te laten betalen in plaats van 2800 euro? En nog: "De betrokken belastingplichtigen kunnen altijd contact opnemen met hun taxatiedienst. Meerdere berekeningen maken, een gezamenlijke en twee afzonderlijke, is technisch heel moeilijk te realiseren voor de belastingadministratie." Als dat voor de administratie heel moeilijk is, dan is dat toch vrijwel onmogelijk voor de weduwnaar? 'Heel moeilijk' is niet onmogelijk, en daarom een verdomde plicht, al was het maar om zulke pijnlijke anekdotes in de toekomst te vermijden.