Om de grootste vermogens een extra bijdrage aan de staatskas te doen leveren, heeft de regering-De Croo de vernietigde belasting op effectenrekeningen van onder het stof gehaald. Opnieuw worden effectenrekeningen geviseerd en bedraagt het belastingtarief 0,15 procent. De drempel van 0,5 miljoen euro is wel opgetrokken naar 1 miljoen. En nu worden alle effecten geviseerd in plaats van een deel ervan.

Dat is allemaal gebeurd onder grote tijdsdruk. Toch heeft minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) advies ingewonnen bij de Raad van State. Dat is slim, want het vermijdt de vernietiging door het Grondwettelijk Hof op al te vanzelfsprekende discriminatiegronden. Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen. Daarbij wijst de minister terecht op de ruime grondwettelijke bevoegdheid om belastingen op te leggen. Richard Wagner noemde belastingen de prijs van de beschaving, enkel in het oerwoud zijn er geen. Maar die bevoegdheid is niet oneindig. Zo mag de wetgever burgers niet discrimineren. Als er een ongelijke behandeling is, moet daarvoor een redelijke verantwoording worden verschaft.

Vermogenden dreigen sitting ducks te worden.

En daar wringt de schoen. De vernieuwde belasting is alweer gebaseerd op enkele discriminerende uitgangspunten, waarvoor de regering geen redelijke verantwoording geeft. Zo is er de grens van 1 miljoen euro. In de memorie van toelichting staat dat titularissen van een effectenrekening met meer dan 1 miljoen de grootste draagkracht hebben. We hebben er het raden naar waarom die grens op 1 miljoen ligt, en niet hoger of lager. Eerder dan die keuze redelijk te verantwoorden, lijkt de regering lukraak naar een piñata te hebben geslagen.

Het is bovendien een manifest foute aanname dat iedere medetitularis van een vette effectenrekening ook rijk is. Je kunt toch niet volhouden dat de leden van een vakbond, kleine beleggers en zij die een pensioen opbouwen per definitie vermogend zijn? Nochtans zal de regering de effectenrekeningen van de vakbonden, gemeenschappelijke contractuele beleggingsfondsen en pensioenfondsen belasten.

Tot slot blijft het raden naar de reden waarom enkel beleggers met een effectenrekening worden geviseerd. Heeft een titularis van een zicht- of een spaarrekening met 1 miljoen euro of meer erop dan niet dezelfde draagkracht? Dezelfde vraag kan worden gesteld over beleggers die aandelen, obligaties of beleggingsfondsen op naam aanhouden, of buitenlandse beleggingsverzekeringen hebben. Die ontspringen allemaal vlot de dans. Enkel de titularis van een effectenrekening is het haasje.

De Raad van State zal een advies uitbrengen aan de regering. Eens te meer zal duidelijk worden dat het grondwettelijk bijna onmogelijk is slechts van één vermogensbestanddeel een bijkomende bijdrage te verlangen en van alle andere niet. Als dat doordringt, moet er worden gekozen. Ofwel wordt het pad van dat soort vermogensbelasting verlaten, ofwel wordt er net op ingezet door de invoering van een veralgemeende vermogensbelasting.

In tegenstelling tot in Wallonië bestaat in Vlaanderen nog een grote aversie tegen een vermogensbelasting. Maar die aversie lijkt af te nemen naarmate de inkijk in het vermogen van de Belgen toeneemt. Als je dan weet dat in het regeerakkoord staat dat voortaan ook de stand van de Belgische bankrekeningen in een centraal register (CAP) moet worden opgenomen, dan weet je dat de kans op de invoering van een vermogensbelasting steeds groter wordt. Zeker gelet op de uitdagende budgettaire context, dreigen vermogenden sitting ducks te worden, aan wie naar hartenlust hogere bijdragen kunnen en zullen worden gevraagd. Zeg niet dat ik u niet heb gewaarschuwd.

Om de grootste vermogens een extra bijdrage aan de staatskas te doen leveren, heeft de regering-De Croo de vernietigde belasting op effectenrekeningen van onder het stof gehaald. Opnieuw worden effectenrekeningen geviseerd en bedraagt het belastingtarief 0,15 procent. De drempel van 0,5 miljoen euro is wel opgetrokken naar 1 miljoen. En nu worden alle effecten geviseerd in plaats van een deel ervan. Dat is allemaal gebeurd onder grote tijdsdruk. Toch heeft minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) advies ingewonnen bij de Raad van State. Dat is slim, want het vermijdt de vernietiging door het Grondwettelijk Hof op al te vanzelfsprekende discriminatiegronden. Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen. Daarbij wijst de minister terecht op de ruime grondwettelijke bevoegdheid om belastingen op te leggen. Richard Wagner noemde belastingen de prijs van de beschaving, enkel in het oerwoud zijn er geen. Maar die bevoegdheid is niet oneindig. Zo mag de wetgever burgers niet discrimineren. Als er een ongelijke behandeling is, moet daarvoor een redelijke verantwoording worden verschaft. En daar wringt de schoen. De vernieuwde belasting is alweer gebaseerd op enkele discriminerende uitgangspunten, waarvoor de regering geen redelijke verantwoording geeft. Zo is er de grens van 1 miljoen euro. In de memorie van toelichting staat dat titularissen van een effectenrekening met meer dan 1 miljoen de grootste draagkracht hebben. We hebben er het raden naar waarom die grens op 1 miljoen ligt, en niet hoger of lager. Eerder dan die keuze redelijk te verantwoorden, lijkt de regering lukraak naar een piñata te hebben geslagen. Het is bovendien een manifest foute aanname dat iedere medetitularis van een vette effectenrekening ook rijk is. Je kunt toch niet volhouden dat de leden van een vakbond, kleine beleggers en zij die een pensioen opbouwen per definitie vermogend zijn? Nochtans zal de regering de effectenrekeningen van de vakbonden, gemeenschappelijke contractuele beleggingsfondsen en pensioenfondsen belasten. Tot slot blijft het raden naar de reden waarom enkel beleggers met een effectenrekening worden geviseerd. Heeft een titularis van een zicht- of een spaarrekening met 1 miljoen euro of meer erop dan niet dezelfde draagkracht? Dezelfde vraag kan worden gesteld over beleggers die aandelen, obligaties of beleggingsfondsen op naam aanhouden, of buitenlandse beleggingsverzekeringen hebben. Die ontspringen allemaal vlot de dans. Enkel de titularis van een effectenrekening is het haasje. De Raad van State zal een advies uitbrengen aan de regering. Eens te meer zal duidelijk worden dat het grondwettelijk bijna onmogelijk is slechts van één vermogensbestanddeel een bijkomende bijdrage te verlangen en van alle andere niet. Als dat doordringt, moet er worden gekozen. Ofwel wordt het pad van dat soort vermogensbelasting verlaten, ofwel wordt er net op ingezet door de invoering van een veralgemeende vermogensbelasting. In tegenstelling tot in Wallonië bestaat in Vlaanderen nog een grote aversie tegen een vermogensbelasting. Maar die aversie lijkt af te nemen naarmate de inkijk in het vermogen van de Belgen toeneemt. Als je dan weet dat in het regeerakkoord staat dat voortaan ook de stand van de Belgische bankrekeningen in een centraal register (CAP) moet worden opgenomen, dan weet je dat de kans op de invoering van een vermogensbelasting steeds groter wordt. Zeker gelet op de uitdagende budgettaire context, dreigen vermogenden sitting ducks te worden, aan wie naar hartenlust hogere bijdragen kunnen en zullen worden gevraagd. Zeg niet dat ik u niet heb gewaarschuwd.