De regeringspartners hebben aangekondigd dat de vennootschapsbelasting vanaf volgend jaar wordt verlaagd. In 2018 moeten kmo's slechts 20,4 procent belasting betalen op de eerste 100.000 euro winst die ze maken en 29,58 procent op de resterende winst. Die tarieven zakken in 2020 naar respectievelijk 20 en 25 procent. De cijfers na de komma zijn het gevolg van de crisisbelasting die de overheid int boven op het gewone tarief van de vennootschapsbelasting. Vandaag betalen vennootschappen nog 3 procent crisisbelasting, volgend jaar zakt dat naar 2 procent en vanaf 2020 wordt ze afgeschaft.
...

De regeringspartners hebben aangekondigd dat de vennootschapsbelasting vanaf volgend jaar wordt verlaagd. In 2018 moeten kmo's slechts 20,4 procent belasting betalen op de eerste 100.000 euro winst die ze maken en 29,58 procent op de resterende winst. Die tarieven zakken in 2020 naar respectievelijk 20 en 25 procent. De cijfers na de komma zijn het gevolg van de crisisbelasting die de overheid int boven op het gewone tarief van de vennootschapsbelasting. Vandaag betalen vennootschappen nog 3 procent crisisbelasting, volgend jaar zakt dat naar 2 procent en vanaf 2020 wordt ze afgeschaft. "Vandaag bestaat voor kmo's de mogelijkheid om gebruik te maken van een verlaagd opklimmend tarief. Een kmo met een belastbare winst van 100.000 euro betaalt daardoor ongeveer 30 procent belastingen op zijn volledige winst", zegt Loïc Van Staey, fiscalist van de studiedienst van Unizo. De vennootschappen moeten aan een aantal voorwaarden voldoen om gebruik te mogen maken van het verlaagd opklimmend tarief voor kmo's. Zo mag er niet meer dan 322.500 euro belastbaar inkomen zijn en moet de vennootschap aan een van de bedrijfsleiders een loon uitkeren van minstens 36.000 euro of een loon dat minstens even hoog is als de belastbare winst, wanneer de belastbare winst lager ligt dan 36.000 euro. "Door de verhoging van de roerende voorheffing tot 30 procent woog de vennootschapsbelasting vorig jaar zwaarder dan de personenbelasting", zegt Van Staey. "Als een vennootschap eerst 30 procent belasting op de winst betaalt en de ondernemer vervolgens 30 procent roerende voorheffing betaalt op de winstuitkeringen, dan blijft er nog slechts 49 procent van de belastbare winst over. De hoogste belastingschijf in de personenbelasting is 50 procent, voor inkomens van meer dan 38.080,01 euro. In principe blijft er dus van de 100.000 euro winst minder over na vennootschapsbelasting en roerende voorheffing dan na personenbelasting." Door de verlaging van de vennootschapsbelasting kantelt de weegschaal weer in de andere richting. "De verhoging van de minimumbezoldiging zorgt er jammer genoeg voor dat de winst die vennootschappen maken door een verlaagde vennootschapsbelasting voor een groot deel uitgehold wordt door een verhoogde personenbelasting en sociale bijdrage." Van Staey: "In een kmo met een belastbare winst van 100.000 euro of minder houdt de ondernemer volgend jaar ongeveer 56 procent van de belastbare winst over. Heel wat zelfstandigen zouden vanaf 2018 duidelijk beter af zijn met een vennootschap, ware het niet dat de regering tegelijk ook het minimumloon optrekt dat de vennootschappen moeten uitkeren aan de bedrijfsleiders tot 45.000 euro of minstens de helft van de belastbare winst als de belastbare winst lager is dan 45.000 euro. Niet enkel loon maar ook tantièmes, voordelen van alle aard, enzovoort, tellen mee voor die bezoldiging." Met een loon van 45.000 euro komen bedrijfsleiders in de personenbelasting terecht in de hoogste belastingschijf, terwijl dat met een loon van 36.000 euro niet het geval is. De vennootschap zal ook meer belastingen en sociale bijdragen moeten betalen op het hogere loon dat aan de bedrijfsleider wordt uitgekeerd. "De kmo's die onvoldoende loon uitkeren aan hun bedrijfsleider, betalen een boete van 10 procent op het loon dat ze te weinig uitkeerden. Door de nieuwe spelregels zullen er winnaars en verliezers zijn. Maar ik kan u nu al vertellen dat sommige kmo's beter af zullen zijn met het betalen van die boete van 10 procent in plaats van 45.000 euro uit te keren", voegt Van Staey eraan toe. De keuze voor het statuut van zelfstandige of het oprichten van een vennootschap wordt nog door andere factoren beïnvloed. "In de vennootschapsbelasting zijn veel meer technieken om de belastingen te verlagen", legt Van Staey uit. "Er zijn meer aftrekposten mogelijk. Het verschil in belasting moet hoog genoeg zijn om de extra kosten te dekken voor de bijkomende formaliteiten. Een zelfstandige moet slechts een beperkte boekhouding voeren. De boekhouding van een vennootschap is duurder en complexer." De fiscalist wijst erop dat er ook niet-fiscale redenen zijn om voor een vennootschap te kiezen. De belangrijkste reden is wellicht het beschermingsmechanisme. "Een zelfstandige met een eenmanszaak is met zijn persoonlijke vermogen aansprakelijk als zijn zaak op de fles gaat. Als die zelfstandige een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (bvba) opricht, dan beperkt die aansprakelijkheid zich tot het vermogen dat in de vennootschap werd ingebracht." Er zijn 570.000 zelfstandigen in ons land en iets minder dan 13.600 eenpersoons-bvba's, volgens de dataleverancier Trends Business Information. We hebben het over bvba's met slechts één aandeelhouder. "Als zelfstandigen hun handelsfonds inbrengen in een vennootschap, betalen ze tot 33 procent belastingen op de waarde van het handelsfonds", merkt Pascal Flisch van Trends Business Information op. Het gaat om een belasting op de stopzettingsmeerwaarde. Van Staey merkt op dat de regering het belastingtarief bij de stopzetting van een eenmanszaak drastisch heeft verlaagd om dit beter te harmoniseren met de liquidatiebonus bij de vereffening van een vennootschap. Van Staey: "Vroeger werd op een meerwaarde naar aanleiding van stopzetting een belasting tussen de 16,5 en 33 procent geheven, in de toekomst zal dat 15 procent zijn." De regering heeft schrik dat de zelfstandigen door het lagere tarief van de vennootschapsbelasting en de andere voordelen verbonden aan een vennootschap massaal verleid worden een vennootschap op te richten. Daarom zijn er ook maatregelen getroffen om de 'vervennootschappelijking' van de samenleving tegen te houden en ervoor te zorgen dat de inkomsten in de personenbelasting niet te veel terugvallen. Unizo is niet blij met de verhoging van het verplichte minimumloon voor bedrijfsleiders. "Die zorgt er jammer genoeg voor dat de winst die kmo's maken door de verlaagde vennootschapsbelasting voor een groot deel uitgehold wordt door de hogere personenbelasting en de hogere sociale bijdrage die op dat hogere loon moeten betaald worden", vindt Van Staey.